Waarom ik niet van wintersport hou, maar toch ga

Het is altijd koud, je skischoenen zijn standaard te klein en door het dragen van een muts/ hoofdband/ helm zit je haar immer ellendig. Suzanne vindt wintersport eigenlijk volkomen kut. En toch gaat ze vrijwel elk jaar. Maar waarom toch?!

Wintersport. Ik heb er nooit een liefdesverhouding mee gehad. Graven we in mijn verleden naar mijn eerste kennismaking met ski’s dan komen we al uit op meervoudige errors. Mijn ouders waren namelijk wel skifanaten. En dus werd ik vanaf mijn derde jaar in een klasje geduwd in oorden als St. Johan, Zell am See en Ischgl. In het fotoboek van die vakanties zie je mij continu huilen of op de grond liggen. Dat is het wel zo’n beetje. Wat moet je als kind ook met alleen Duits-sprekende strenge juffen die niet luisteren als je zegt dat je moet plassen of je tenen niet meer voelt?

In de jaren daarna werd het enigszins beter. Als tiener mocht er altijd een vriendin met me mee, die de urenlange autoritten nog ergens draaglijk maakte (want, ik ben enig kind). En ik ontdekte het plezier van met een plastic sleetje knetterhard van de berg afroetsjen en minutenlang de slappe lach hebben als je samen uit de sleeplift valt.
Toch bleef ik weerzin houden tegen die straffe windvlagen die je oorlelletjes eraf vriezen, het altijd duwen en trekken en vooral met skistokken aan elkaar vást komen te zitten bij de stoeltjeslift. Aaaargh! En dan hebben we het nog niet eens over de paniek die je voelt als je bovenaan een iets te steile helling staat! De dagen daarna heb je meer spierpijn in je schouders van de stress dan in je samengeknepen billen.

Mijn dieptepunt beleefde ik toen ik als student met een groep vrienden eens een huis huurde, want dat leek ons zo enorm Wham’s Last Christmas. Compleet met open haard en spelletjes en vooral veel liefde. Ter plekke ontaardde al die gezelligheid al vrij snel in soap-achtige drama’s vanwege te dicht op elkaars lip en verschillen in après-ski smaak. Tot overmaat van ramp viel mijn vriendje op zijn neus en werd met veel bloed in een piste-boullie afgevoerd naar een ziekenhuis. Aan het eind van de week was ik met meerdere vrienden voor eeuwig gebrouilleerd. Vanaf dat moment nam ik me voor om wintersport voor altijd te vermijden en alleen nog maar de zon op te zoeken.

Dus toen mijn man drie jaar geleden voorstelde om met een groep vrienden en al onze kinderen ‘gezellig’ op wintersport te gaan in Frankrijk, schoot ik van stress in een halve spasme. They tried to make me go to wintersport, but I said no, no, no! Althans, elke vezel in mijn lijf schreeuwde dat dit vooral een Heel Slecht Plan was.
En toch ga ik. Dit jaar voor de derde keer. In het begin deed ik het voornamelijk voor mijn man en zoon. Want ik kon hen hún plezier toch niet ontnemen? Maar nu ik wat ouder (en alweer een paar jaar winterwijzer) ben, zie ik langzaam ook voordelen van wintersport. Vooral als je alles lekker low key houdt. Een uurtje of twee per dag skiën – of helemaal niet, vooral niet als het sneeuwt. Of waait. Wel: Uitslapen. Een dagje spa. Racletten. In een strandstoel liggen met het bekkie in de zon. Wijn drinken. Met Genepie proosten. Urenlang kletsen met onze vrienden. En vooral weer veel in de strandstoel liggen met mijn gezicht in de zon. En zo houd ik het dus inmiddels best uit. En kijk ik er langzaam naar uit om dit jaar weer te gaan. Zou het dan toch goed komen?

Beeld: iStock

Lees ook: 17 dingen die je NIET wilt horen na je 35e

Geschreven door