Waarom ik gelukkig word van streng zijn voor mezelf (+ 7 dingen die je herkent als dat voor jou ook geldt)

Mariëtte is streng; discipline, zweep erover. Niet voor haar man of kinderen, maar voor zichzelf. En dat maakt haar – ja, echt – het meest gelukkig.

Lees ook: Lief zijn voor jezelf? Toedelidoki! Discipline helpt je verder

Lanterfanten is heilzaam, ik las het laatst weer ergens. Gewoon wat rondhangen, niet weten wat je die dag gaat doen, go with the flow – dat zou je echt vaker moeten doen, want je wordt er gelukkig van. Blijkbaar. Nu weet ik niet of dit wetenschappelijk onderbouwd onderzoek is, maar toen ik het las, moest ik een beetje lachen. En niet met kiespijn enzo, maar echt lachen. Want lanterfanten, daar ben ik dus heel slecht in. En ik vind het ook niet echt leuk. Ik vind een dag leuker als er een plan is, als ik weet wat ik moet doen, als er een doel te halen valt, of een deadline. Daar floreer ik bij. Misschien ben ik een beetje vreemd, maar toen ik eens over dat onderzoek ging nadenken, kwam ik tot de conclusie dat ik veel gelukkiger word van streng zijn voor mezelf.
De afgelopen jaren waren best druk. Ik schreef een aardige boekenplank vol, deed nog een rits werk ernaast en kreeg twee kinderen. Dan valt er sowieso weinig te lanterfanten, maar dat terzijde. Een dag bankhangen in pyjama, wegkruipen onder een deken en Netflixen (nog even los van de praktische haalbaarheid hiervan met twee kleine kinderen), naar de beautyfarm – ik doe het nooit. Ik vond het op zich wel fijn, die halfbakken dagen tussen kerst en oud en nieuw, dat er van werken niet veel komt en de dagen nul structuur hebben. Fijn voor één dag ofzo. Of een halve. Want als het te lang duurt, voel ik me onthand. Dan weet ik niet goed wat ik mezelf aan moet en omdat mijn kinderen dat gen blijkbaar ook hebben, worden die meteen baldadig.

Ik zeg weleens voor de lol dat ik licht-autistisch ben (even een disclaimer: ik snáp dat autisme geen grappige aandoening is, ik drijf er niet de spot mee, maar even om aan te geven hoeveel ik houd van structuur) en misschien ben ik dat ook wel echt. Ik word echt gelukkig als de dagen een indeling hebben, ik wil weten waar ik aan toe ben en wat er gaat gebeuren. Een we-zien-wel dag, daar word ik zenuwachtig van. Ik moet de discipline waarin ik wellicht wat ben doorgeslagen ergens op kunnen botvieren, bij voorkeur op mezelf. Als ik me heb voorgenomen om te gaan sporten en ik ga niet, voel ik me subiet nutteloos. En dik. Als ik mezelf een deadline stel voor een bepaalde dag en die haal ik niet, kan ik ’s avonds niet op de bank zitten. Ik heb pas rust als ik heb gedaan wat ik van mezelf moest doen, ook al wordt het nachtwerk. Ik zet vaak meer op mijn to do-lijst dan op één dag past, maar als ik niet de virtuele zweep erover gooi bij mezelf, kan ik die avond niet slapen. En o ja, op vakantie gaat mijn laptop mee, omdat ik het wíl, niet omdat het moet. Dat zeg ik niet om applaus te oogsten of te laten zien dat ik het zwaar heb. Ik heb het namelijk niet zwaar, ik kies hiervoor omdat ik me hier het beste bij voel. Misschien is dit hét recept voor problemen op de langere termijn, dat zou kunnen, maar ik denk het niet. En zo ja, dan ga ik alsnog bankhangen, maar dan bij de psych. En zet ik lanterfanten op mijn to do-lijst, zodat ik alsnog iets af kan vinken aan het einde van de dag.

Ben je ook graag streng voor jezelf, dan herken je dit vast:

  • Je vraagt vrijwel nooit hulp. Dat komt gewoon meestal niet in je op en je voelt je er ook niet echt goed bij om het wel te doen.
  • Mensen zeggen altijd: jij hebt nooit stress, hè. Terwijl je wat af stresst, maar dat laat je niet merken.
  • Je bent zelf je grootste criticaster, en vind het moeilijk om kritiek van anderen te krijgen. Maar dat laat je óók niet merken.
  • Je denkt altijd: maar dit was mijn keuze. Dus vind je dat je zelf moet dealen met de gevolgen, of het nu gaat om een werkklus met onmogelijke deadline of wanneer je na drie doorwaakte nachten met je kind even niet weet hoe je de dag door moet komen.
  • Je vindt het moeilijk om jezelf een dag vrij te gunnen, en als je het doet, vind je het lastig om daadwerkelijk rust te vinden.
  • Je wordt gelukkig van het maken van een planning en nog gelukkiger als je die hebt gehaald.
  • Als je ’s avonds op de bank zit, is er altijd een stemmetje dat zegt wat je óók zou kunnen doen. Of moeten doen.

Beeld: iStock

Lees ook: Stel jezelf deze vragen om te weten hoe mentaal sterk je bent

Geschreven door