Waarom je als slachtoffer van seksueel geweld niet zo makkelijk naar voren komt

Na het schandaal rondom filmproducent Harvey Weinstein heeft de #metoo beweging heel wat stof doen opwaaien. Een belangrijk punt van discussie werd al snel: als je seksueel misbruikt bent, waarom dan jarenlang zwijgen? Dan kom je toch gewoon naar voren? Als iemand je aanraakt op een manier die je niet wil, dan sla je er toch gewoon op? Je doet toch gewoon aangifte? Maar zo ‘gewoon’ is dat gewoon niet.

Volgens de Jessica Durlachers en de Fay Weldons van deze wereld is het simpel: zit er iemand aan je kont of aan je tieten en heb jij daar geen toestemming voor gegeven? Dan zeg je toch gewoon nee? En luistert de persoon met de grijpgrage handen in kwestie niet, dan geef je ‘m gewoon dreun. Word je stiekem bepoteld door je baas in het kopieerhok? Loop linea recta naar de politie en maak er korte metten mee. Hoe moeilijk kan het zijn? En puur theoretisch gezien zit daar natuurlijk wel wat in. Want waarom zóu je ook je mond houden als iemand dingen met je doet die jij niet wilt? Die je pijn doen, zowel lichamelijk als geestelijk? Dat hoef je toch zeker niet te accepteren? Nee, natuurlijk niet. In principe zou je zo iemand inderdaad gewoon keihard voor z’n bek moeten slaan, hem stante pede laten oppakken en bovendien aan iedereen vertellen wat er met je is gebeurd. Maar zoals dat vaker gaat met mooie theorieën, die pakken in de praktijk toch niet zelden anders uit. Want als het inderdaad zo eenvoudig zou zijn, waarom zwijgen er dan zoveel slachtoffers?

Een tijd geleden schreef Dylan Farrow, de geadopteerde dochter van acteur Woody Allen, een stuk over het misbruik door haar vader, waar ze jarenlang over gezwegen had. Een paar passages:

‘Wat is jouw favoriete Woody Allen film? Voordat je antwoord geeft, moet je dit weten: ik was zeven jaar toen Woody Allen mijn hand pakte en me nam naar de donkere zolder van ons huis. Hij zei me op mijn buik te gaan liggen en met de elektrische trein van mijn broer te spelen. Toen heeft hij me seksueel misbruikt. Hij praatte tegen me terwijl hij met me bezig was, fluisterde dat ik een braaf meisje was en dit ons geheimpje. Dat hij me mee zou nemen naar Parijs en dat ik een ster zou worden in zijn films. Ik herinner me dat ik staarde naar de trein, die rondjes reed over de zolder. Tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk om te kijken naar een speelgoedtrein.’

‘Al zo lang als ik me kon herinneren, deed mijn vader dingen met me die ik niet prettig vond. Deze dingen gebeurden zo vaak, zo routinematig en zo perfect verborgen voor mijn moeder dat ik dacht dat het normaal was. Dat dit was hoe vaders van hun dochters hielden. Maar na het incident op zolder kon ik niet langer zwijgen. Ik wist niet wat mijn bekentenis teweeg zou brengen, wat een storm het zou veroorzaken. Ik wist niet dat mijn vader mijn moeder ervan zou beschuldigen mij het idee van seksueel misbruik aangepraat te hebben. Ik wist niet dat ik mijn verhaal steeds opnieuw zou moeten vertellen aan allerlei artsen die me wilden laten zeggen dat ik alles verzonnen had. Ik wist niet dat zelfs mijn moeder uiteindelijk aan mij zou gaan twijfelen. Bijna iedereen in mijn omgeving deed alsof er niets gebeurd was. De meesten haalden liever hun schouders op, verschansten zich achter het argument van dat er nou eenmaal geen bewijs was en deden alsof er niets gebeurd was. Ik wist niet dat het feit dat Woody Allen was wie hij was, van mij automatisch helemaal niemand zou maken.’

Farrow’s hele stuk lees je hier.

Dylan Farrow’s verhaal is een schoolvoorbeeld van waarom slachtoffers van seksueel misbruik dus niet ‘gewoon’ naar buiten treden met wat hen overkomen is. Want was het maar zo dat het een kwestie is van vertellen en dan vervolgens geloofd en geholpen worden. Was dat maar waar. Dat is het echter, helaas, niet. Seksueel misbruik gaat vrijwel altijd over macht. Macht die de misbruiker heeft. Zij het omdat hij fysiek sterker is, zij het omdat hij zich in een positie bevindt die hem boven zijn slachtoffer plaatst. De macht die dat geeft mag en kan niet ontkend worden. Want wat gebeurt er als je friends hebt in high places, zoals bijvoorbeeld Woody Allen had? Of zoals de directeur van het bedrijf wiens medewerker hij aanrandde heeft? Dan heb je geen poot om op te staan. Want het is nog altijd het recht van de sterkste, in de multi-interpretabele zin van dat woord, dat het meest geldt. En als slachtoffer van seksueel misbruik heb je al wel genoeg klappen gehad.

Ik kan er uit eigen ervaring over meepraten. Ik deed wél aangifte. Nadat ik ruim een jaar lang door een man zowel fysiek als emotioneel ernstig misbruikt was, stapte ik over de drempel van het politiebureau. Met de striemen van het gevecht van de vorige dag nog in mijn nek. Met het beeld van hem die een mes op mijn keel drukte en met zijn andere hand zijn broek losmaakte nog op mijn netvlies. Maar er gebeurde niets. Urenlang zat ik in een muffig kamertje, waar ik ondervraagd werd door verschillende personen. Personen die mij keer op keer hetzelfde verhaal lieten vertellen, alsof ze op zoek waren naar een discrepantie, naar iets wat niet klopte. Ze stelden rare suggestieve vragen en trokken alles wat ik zei openlijk in twijfel. Ze keken niet eens naar mijn blauwe plekken en mijn schrammen en stuurden me uiteindelijk uitgewrongen en totaal vernederd huiswaarts. Er is met mijn aangifte nooit iets gebeurd. De man in kwestie heeft nooit enige consequentie voor zijn daden ondervonden, want het was mijn woord tegen het zijne. Of eigenlijk was alleen mijn woord en was dat helemaal niks waard, want omdat ik niet met sluitend bewijs voor het geweld en de verkrachtingen op de proppen kon komen hebben ze mijn misbruiker überhaupt nooit ondervraagd. En de politie was niet de enige die mij de rug toekeerde. De mensen die ik verteld heb over mijn misbruik wilden het eigenlijk gewoon niet horen. Zeiden dingen als: “Maar het was zo’n aardige jongen!” en “Nou, het zal zo erg toch niet geweest zijn?” Mijn eigen vader stond op toen ik het hem vertelde, liep weg en heeft er nooit meer met één woord over gerept. Dus, wat heeft mijn bekentenis me uiteindelijk opgeleverd? Niks, behalve nog meer pijn en nog meer vernedering. Iets waar ik mijn hele leven lang mee rond zal blijven lopen, terwijl degene op wiens conto dat geschreven kan worden verder gaat alsof er niks gebeurd is. Zoals dat helaas meestal gaat in dergelijke situaties. En waar de meeste slachtoffers zich pijnlijk van bewust zijn.

Er is niet zoiets als ‘gewoon’ naar voren komen na seksueel misbruik. Zo makkelijk is het echt niet. Was het dat wel, dan waren er niet zoveel mensen die in stilte dagelijks worstelen met de pijn van hun verleden. Want geloof me maar, dat is niet iets waarvoor je kíest. Dat doe je alleen maar omdat je het gevoel hebt dat je niet anders kunt, dat je alleen bent. Dat niemand je kan helpen, omdat je, zoals Dylan Farrow ook al zei, gewoon helemaal niemand bent. Dus als je je nog eens afvraagt waarom slachtoffer niet ‘gewoon’ naar buiten treden, denk dan eens aan de boodschap waar Farrow haar verhaal mee afsluit:

‘Stel je voor dat jouw zeven jaar oude dochter door Woody Allen meegenomen wordt naar een donkere zolder. Stel je voor dat ze voortaan haar leven lang misselijk zal zijn iedere keer als ze hem ziet, als ze terugdenkt aan wat haar is overkomen. Stel je een wereld voor waarin degene die voor haar de duivel is gelauwerd wordt. Stel je dat eens even voor. Dan vraag ik het nu nog een keer: wat is jouw favoriete Woody Allen film?’

Lees ook: Wat Jan Heemskerk heeft te zeggen over de #metoo-beweging

Geschreven door