Waarom verwondering over dingen prachtig is (en we minder moeten haasten en vliegen)

Als volwassenen verwonderen we ons niet zo vaak als kinderen dat doen. We hebben het te druk met haasten en zorgen en verantwoordelijkheden dragen. Maar je verwonderen levert zoveel op. Het brengt de magie terug in het leven.

Met voorzichtige vingers strijkt de kleine Helen over het plakje cake. Ondanks dat de kleur wat afschrikwekkend is – het is groen – is de luchtigheid die de buurvrouw erin heeft weten te bakken prijzenswaardig. ‘Zo zacht,’ fluistert Helen. ‘Ik zou er wel op willen slapen.’

Dit soort momenten. Dat ik gewoon de dag aan het doen ben, met mijn gedachten bij gisteren of morgen de honderdduizendste boterham met pindakaas aan het smeren ben, en een van mijn oppaskinderen een verrukte kreet van verwondering slaat over de zachtheid van een plak cake. Dan denk ik altijd: Wauw ja, dat ís ook zo. Waarom zie ik dat niet meer?

Omdat we als volwassenen alles dus al ontelbaar keer hebben gedaan en gezien. Omdat we daarom nieuwe ervaringen voor het gemak in een oordeelhokje stoppen: stom, leuk, etc. Omdat we Grote Verantwoordelijkheden hebben waarvan we denken dat we ons er iedere seconde van de dag mee moeten bezighouden. En cake is er niet om verwonderd naar te kijken en onze fantasie de vrije loop te laten, maar om met ladingen in ons mond te schuiven, omdat we zo gestrest zijn en die zoete smaak nog enige vorm van afleiding of troost biedt.

Het is niet zo dat we niet soms even worden wakker geschud. Als een waanzinnige zonsondergang de lucht dieprood kleurt, een verdwaald vosje in de stad opduikt, dan blijf ik kijken en verwonder me. Maar ik ben voornamelijk bezig met doorgaan, met doorwerken, met dooreten, met doorslapen, en met doorNetflixen.

Wij volwassenen houden niet meer zo van verrassingen. We houden van orde en netheid, van (schijnbare) controle. We willen weten wat er gaat gebeuren en hoe dat gaat gebeuren, in onze relaties, ons werk, onze financiële situatie, alles eigenlijk. Dan kunnen we het in de hand houden en de eventuele ‘schade’ beperken. Maar doordat we zo bezig zijn met het beheersen van alles, lopen we iets prachtigs in het leven mis: de magie.

In mijn werkende leven als freelancer heb ik heel veel interviews gedaan met kankerpatiënten. Bijna allemaal zeiden ze hetzelfde: ‘Na mijn ziekte ben ik het leven meer gaan waarderen. Ik kan nu genieten van de kleine dingen.’ Omdat Het Einde zich opeens dreigend aankondigde, voelden ze hoe het zou zijn om alles te verliezen. Het schudde ze als het ware wakker. Ze gingen beter voor zichzelf zorgen en voor de mensen om hen heen. Ze streefden minder naar macht, status of geld, maar richtten zich vaker op wat ‘echt belangrijk was’: hun familie en vrienden, en wat zij zelf konden betekenen voor de maatschappij.

Eigenlijk is het zonde dat we een levensbedreigende ziekte moeten krijgen om het leven wat meer te gaan waarderen, om socialer en liefdevoller te worden. Hoe kunnen we het gewone weer bijzonder maken? Wat magie (terug)brengen in de afwas doen of naar ons werk rijden, in plakjes cake potentiele kussentjes zien? Een paar ideeën:

– Vertraag. Ons leven is een wervelwind aan doelgerichte actie en haast en hyperactiviteit. Dat geeft je niet echt de kans om te zien, horen, ruiken en voelen wat er zich allemaal om je heen afspeelt. Schijnbaar was er in de negentiende eeuw een groep mensen die schildpadden meenamen voor wandelingen in het park, puur om hun tempo te vertragen en hun omgeving anders te ervaren. Intenser. Nu hoef je op zich niet een schildpad op de kop te tikken om dit toe te passen. Maak een wandeling, maar dan op de helft van je normale tempo. Het zal in eerste instantie vreemd voelen, je zult er rusteloos van worden. Hou vol. Ervaar die kleine bloemetjes, kapotte tegels, de buurman die bezig is in zijn tuin, vogels die een lied zingen. Er gebeurt zóveel wonderbaarlijks.

– Wees een vreemdeling. Ook al heb je de wegen van je eigen woonplaats al duizenden keren afgereden, ken je de winkels en de kruispunten als je broekzak, heb je eigenlijk wel eens écht gekeken? En de mensen om je heen die je maar voor lief neemt, kijk eens naar ze door de ogen van een vreemdeling. Wat zie je? En je eigen lichaam, probeer het te zien zonder te oordelen. Hoe waanzinnig wonderlijk is dat eigenlijk? Om in een nieuwe wereld te komen hoef je de wereld om je heen niet per se om te wisselen voor een andere, je hoeft alleen maar je zienswijze aan te passen.

– Verander je blik. We kijken altijd door onze eigen ogen naar de wereld. Verander die ogen eens. Pak een verrekijker, een telescoop, een microscoop en zie een hele wereld verschijnen waar je je niet eens van bewust bent, maar die zich gewoon afspeelt voor je neus. Een vergrootglas kan een korreltje zand opeens doen veranderen in een rots, je eigen handen zijn een enorm landschap aan lijnen.

– Fotografeer, teken, schilder, klei, zing, dans. Observeer je omgeving zonder te oordelen, kijk alleen maar, en maak er met de camera in je hand, met een potlood of penseel jouw eigen interpretatie van.

Laat je inspireren. Verdiep je in mensen die grootse dingen hebben bereikt, die Pulitzer of Nobelprijzen hebben gewonnen, Tony’s, Grammy’s, Oscars, de Olympische Spelen. Die meesterwerken hebben geschapen. Ga vaker naar theatervoorstellingen, of het museum. Luister naar TED talks. Laat je inspireren door mensen die een kunstwerk hebben gemaakt van het leven.

Breng de magie terug! Het zal je zoveel geven. Want jouw leven bestaat uit een paar uitzonderlijk opvallende, mooie momenten, maar voornamelijk uit kleine, schijnbaar onopvallende. Als je niet oplet, dan gaat je leven aan je voorbij en laat het herinneringen achter die je niet heel veel meer zeggen. Maar als je meer momenten van verwondering en magie creëert, dan blijkt je leven eigenlijk vol kleur.

Lees ook: De inspirerende laatste woorden van Steve Jobs:’Het ligt allemaal in jouw hart en jouw handen’

(Beeld: iStock)

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.