Waarom vinden leuker is dan zoeken

Reizen, ik ben er dol op. Van korte trip tot lange vakantie: ik zorg dat ik zo vaak mogelijk de hort op ga. Een reisplan maak ik vrijwel nooit en aan tips van mensen die mij voorgingen heb ik geen behoefte. Waarom niet? Omdat reizen zonder plan – volgens mij dan – het allerbeste is wat er bestaat.

Wat ik zo fascinerend vind als ik iemand (wie dan ook) vertel over mijn aanstaande reisplannen, is dat ik altijd, maar dan ook altijd word overladen met tips. Terwijl ik daar niet om vraag (heus niet, echt niet, doe ik nooit!) en eerlijk gezegd al helemaal niet op zit te wachten.

Niet zoeken, maar vinden
Waarom niet? Op de eerste plaats omdat ik niet hou van zoeken, maar van vinden. Niets vervelender dan tot grote frustraties toe zoeken naar een restaurant waar je volgens die ene collega echt moet eten. Of een half uur op je telefoon kijken omdat je dat kerkje-dat-je-abosluut-moet-bezoeken dat hier in de buurt moet zijn maar niet kunt vinden. Ik wil dwalen door een vreemde stad, ontdekken, verrast worden, op plekken terecht komen die ik van te voren nog niet op honderd plaatjes heb gezien.

Met handen en voeten uitleggen wat je wilt is veel leuker
Daarnaast is het met reistips net als met veel andere dingen: smaken verschillen. Niet iedereen (lees: ik) wil alle toeristische attracties afvinken, niet iedereen (lees: ik) wil een hotel in het centrum en niet iedereen wil eten in een restaurant dat volgens Trip Advisor en Lonely Planet perfect is – en waar dus alle toeristen naar toe gaan.. – (je raadt het al, ik niet). Ik kom liever tijdens een dwaaltocht in een lokaal restaurantje dat nog niet eens een Facebookpagina heeft, terecht. Dat ik dan met handen en voeten uit moet leggen wat ik wil eten – het gebeurde laatst nog, in Madrid – dat is toch fantastisch?

Tip: kies een wijk die je aanspreekt
Het enige wat ik van te voren uitzoek als ik een stad bezoek, is de wijk waar ik naar toe ga. Expres kies ik dan zo’n opkomend wijkje dat hip aan het worden is, maar nog zeker niet de hotspot is. Daar speur ik dan naar een knus appartementje (Airbnb!) en klaar ben ik. De rest ontdek ik wel als ik er ben, want dat is toch het allerleukste van reizen? Ontdekken, verrast worden, op plekken terecht komen omdat je besluit twee keer links af te slaan, of omdat de eigenaar van de kleine koffiebar om de hoek mij op het hart drukt dat je daar het allerlekkerst kunt eten.

Open je ogen, volg je neus en ga op avontuur
Omdat ik best heel vaak de hort op ga, vragen mensen mij meer dan eens naar reistips. Ik raad ze dan altijd mijn manier van reizen aan: planloos. Want het leuke van al mijn dwaaltochten over de wereld: ik heb aan het eind van een dag vaak geen idee waar ik allemaal geweest ben. Globaal wel, natuurlijk, en aan de hand van bonnetjes, pintransacties en foto’s op mijn iphone, kan ik een goed beeld krijgen. Maar je voelt ‘m al aankomen, dat doe ik niet. Want daar zit ik helemaal niet op te wachten. En naast het feit dat ik dus vaak niet weet waar dat kleine, bijzondere kerkje stond en waar ik de lekkerste tiramisu ooit at, gaat het tegen mijn reisfilesofie in om al die tips op te schrijven en te delen. Mensen, open je ogen, kijk om je heen, dwaal en volg je neus. Echt, vinden is zoveel leuker dan zoeken.

Lees ook: Als alles voor het oprapen ligt, is niets meer iets waard

(Beeld: Unsplash)

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).