Waarom we bang zijn in het donker

Krijg je ’s avonds de creeps in je afgelegen vakantiehuis? Doe het niet af als een onzinnige angst. Bang zijn voor het donker zit diep in onze psyche geworteld, ontdekte Tamara. En eigenlijk is het een heel mooi systeem.

Mijn schoonmoeder woont in zo’n Frans dorp waar de begraafplaats groter is dan het plaatsje zelf. De voorzijde van haar huis staat in het schijnsel van een groot, oranje verlicht stenen kruis (gezellig!). Aan de tuinkant is het ’s nachts aardedonker. Als ik op een laat uur naar het schuurtje ren, voor een fles wijn of een vergeten was, overvalt de intense donkerte me altijd weer. Bij elk geluid schieten mijn schouders in een kramp. Wat is dat geratel?! Op zo’n moment ben ik me bewust van de snelheid waarop ons brein informatie kan verwerken. Want ik zie geen hand ogen, het thuisbrengen van de geluiden doe ik puur op herinnering. Ik had die ochtend toch een nieuw metalen windmolentje op het dak gezien? Dat moet die ratel zijn geweest. En die korte, lichte ritsel? Een vleermuis.

Volgens experts zit die angst voor het donker gecodeerd in ons dna. Onze verre voorouders bevonden zich niet aan de top van de voedselketen. Al snel hadden ze door dat roofdieren in de duisternis toeslaan. En ze leerden aan hun kinderen om weg te blijven van de donkerte, waar het gevaar is. Onze angst voor het donker is dus een nuttig mechanisme tegen roekeloos gedrag. Het  weerhoudt ons ervan om in het holst van de nacht de jungle in te lopen en een slangenbeet op te lopen. Er zijn vast veel sprookjes over donkere bossen aan kinderen verteld om ze vooral te in de oren te knopen om op hun hoede te zijn.

Dit evolutionaire voordeel verklaart ook waarom kinderen zo bang zijn voor het donker. Het is een van de grootste kinderangsten. Het is niet zozeer de donkerte wat ze de stuipen op het lijf jaagt, ze hebben het vaak over een monster onder hun bed of in de wc-pot. Een of ander gevaarlijk wezen dus. In de leeftijd van vier tot zes is die angst op z’n sterkst, vanaf 9 jaar neemt het af. In Tanzania is deze angst voor het donker tot op de dag van vandaag functioneel. Zestig procent van de leeuwenaanvallen gebeurt in de aanloop naar de nacht: tussen zes en negen uur ’s avonds. Daar is het nog altijd een mooi systeem om het vege lijf te redden. Voor ons zijn de gevaren s’ nachts niet groter dan overdag. Om maar een voorbeeld te noemen: slechts 13 procent van de woninginbraken (in Nederland) gebeurt ’s nachts.

Lees ook: 30 Blauwe enveloppen in de fruitmand, ben jij ook bang voor de brievenbus?

Geschreven door