Waarom we moeten stoppen met meelachen om vrouwonvriendelijke grapjes op kantoor

Ben jij ook zo’n vrouw die meelacht als ‘de mannen’ op kantoor weer eens een vrouwonvriendelijke grap maken? Of kijk je dan stilletjes weg? Floor Verkerke lachte mee tot het moment dat ze besefte dat seksisme op haar werkvloer de norm was. Een wake-up call voor werkende vrouwen.

Daar zit ik dan. Als enige vrouw tussen al die mannen. Ik ben in de minderheid, al voelt dat niet zo. Ik ben tenslotte ‘one of the guys’. Nee, niet lesbisch, maar gewoon geen stoeipoes. Opgedofte stoeipoezen die hun uiterlijk inzetten om alles gedaan te krijgen bij het andere geslacht, dat werkt niet voor mij. Ik ben liever van het goede argument. Al is dat soms best balen, want het inzetten van vrouwelijke charmes maakt het leven wel een stuk makkelijker. Maar ik, ik lach liever mee met de mannen. En al helemaal als ze weer eens ‘slechte’ grap over mijn eigen sekse maken. Zoals laatst.

Een mannelijke collega maakte een afspraak met iemand van buiten het kantoor. Van het andere geslacht welteverstaan. En daar zat precies de crux, want in plaats van geïmponeerd te zijn door haar achtergrond en succes checkte hij eerst haar voorkomen. Vervolgens zapte hij langs haar foto’s op facebook, Instagram en Snapchat. Hij keurde haar en sprak de ogenschijnlijke luchtige woorden: ‘Hé die is best wel leuk!’ Typische zo’n opmerking die zogenaamd uit de lucht moet komen vallen, maar eigenlijk bedoelt is om andere mannen in het gesprek te betrekken. Bonding heet dat.

Dat had zijn effect, want achter de schermen van hun laptops kropen ze tevoorschijn. Met opengesperde ogen en gespitste oren volgde ik het gebeuren. De andere soort verzamelde zich om de computer van de man in kwestie en met z’n allen kwijlden ze over zijn computerscherm heen. Daarna ging het los. ‘Jee, dat jij daar morgen een afspraak mee hebt!’ Luid gebulder. ‘Wat heb je haar beloofd?,’ riep een ander. Wederom gelach. Nu klonk zelfs uit de verste uithoeken van de kantoortuin vet gegrinnik. Pas na vijf minuten vol broeierige grappen over het uiterlijk van het ‘slachtoffer’, volgde de eerste inhoudelijke vraag. ‘Wat doet ze eigenlijk?,’ vroeg een jongere mannelijke collega. Al had hij haar zoëven nog tot lustobject gebombardeerd. ‘Hèhè dat gaan we morgen allemaal meemaken!,’ sprak de wellustige man over zijn aanstaande ‘date’. De mannen gierden het uit.

Zo op het oog een vrij onschuldig gesprek, tenzij je weet dat we het hier over een succesvolle vrouwelijke ondernemer met een eigen imperium hebben. Maar dat was in al het geroezemoes van de mannen ‘slechts’ bijzaak. Inmiddels werd er wild over haar gefantaseerd. Het rook naar seks. Of was het seksisme? Hè, zei ik dat echt? Seksisme. Ja! Voor het eerst drong tot mij door wat seksisme op de werkvloer betekent. ‘Mijn mannen’ zagen in deze jonge onderneemster eerder een lustobject, dan een ambitieuze vrouw, die hard knokte voor haar eigen carrière en succes.

Tot aan dit moment kwam seksisme niet eens voor in mijn woordenboek. Al die tijd was ik blind geweest. Onder het motto pas je aan, zeur niet en zorg dat je minstens zo goed bent, leek ik nu vooral te beseffen mijn strategie om hogerop te komen een kopie was van de heersende norm, namelijk die van het mannelijk gedrag. ‘It’s better to have them inside the tent pissing out, than outside the tent pissing in.’

Ik had van mijzelf een Frau Merkel gemaakt: knokker, doorbijter en aanvaller. ‘One of them’. Het kwartje viel. Wat voelde ik mij dom, naïef en ontluisterd. Al die jaren dacht ik dat ik een vrijgevochten vrouw was, die precies deed wat ze wilde en zich niet liet intimideren door mannen. Maar door dat ene moment op kantoor besefte ik dat seksisme ook over mij kon gaan en ging. Recht onder mijn ogen, zonder dat ik het door had.

Natuurlijk wist ik wel dat seksisme vaak onbedoeld was. Maar op dit moment realiseer ik mij ook hoe normaal ik seksisme vond. Seksisme op de werkvloer is namelijk zo gewoon, dat ik het eigenlijk nooit opmerkte. Ik voelde me bekocht (door mijzelf) en dacht na over dat ene dossier dat ik ‘mocht’ oppakken. Was dit misschien ook wel onbedoeld seksistisch? Destijds werd mij tenslotte gemeld dat het ‘dossier goed bij mijn levensfase paste’. Bedoelde mijn leidinggevende dat ik een vrouw met kinderen was? Of dat ik niet ambitieus genoeg was?

Zo meldde een goede vriendin, hotshot en manager, mij laatst: ‘Weet je wel hoe ongelooflijk irritant het is dat mannen altijd eerst met mij flirten? Ik krijg complimenten over wat ik draag, maar nooit over wat ik bereik!’ Ik vroeg haar wat ze daar tegen deed. Ze antwoordde met een beduusd ‘niets’, want ‘zo gaat het nu eenmaal bij ons op kantoor’.

Misschien is dit het moment om toch eens na te denken over een ‘tegenbeweging’? Een beweging tegen seksisme op de werkvloer. Nee, ik ben geen feminist en verwacht van niemand een hysterische stressreactie of bekering tot het femi-nazisme, want daar schiet niemand wat mee op. Maar misschien kunnen we elkaar helpen met voorbeelden die seksisme op de werkvloer tegengaan en het tij doen keren?

Zo heb ik besloten niet meer hard mee te lachen met de mannen als er weer eens een seksistische opmerking over mijn soort wordt gemaakt. Alleen ben ik er nog niet over uit of ik in de frontale aanval ga, ze moet negeren of ze met minstens zulke ‘slechte’ grappen moet bestrijden. Tegelijkertijd weet ik dat kantoorpolitiek natuurlijk over veel meer dan sekse en seksisme gaat. Het betekent gewoon heel hard werken, slim en strategisch opereren en zorgen de je altijd beter, sneller en eerder bent dan de rest. Want uiteindelijk geldt ‘the best man for the job is a woman.’ En ja, nu mag er weer gelachen worden!

Lees ook: Waarom we allemaal méér om onszelf moeten lachen

(Beeld: iStock)

 

Geschreven door