Wat ik leerde door het verslinden van zelfhulpboeken

Janita Naaijer las jarenlang zelfhulpboeken om een einde te maken aan een golf van chaotische en donkere emoties. Dit is waar het toe leidde…

Een van de beste beslissingen die ik ooit heb genomen, is in therapie gaan. Niet omdat in therapie zijn nu zo’n feestje is, integendeel, maar het leven dat het me uiteindelijk heeft opgeleverd, geeft er wèl vaak reden toe. Zoals mensen spreken over een leven voor en na de oorlog, zo is er voor mij een leven voor en na de therapie.

Vòòr ik in de stoel belandde bij een van de meest warme, intelligente en grappige vakvrouwen die ik ooit heb ontmoet, was ik een tamelijk wanhopige zelfhulpboek-addict. Mooi opgemaakte en totally Zen ogende schrijfsters op achterflappen van de meest uiteenlopende boeken, beloofden me steeds opnieuw dat ideale leven waarin ik rustiger, veerkrachtiger en rijker zou zijn, als ik van nu af aan maar zus-en-zo zou doen. Veel van die tips waren zo gek nog niet, maar mij hielpen ze niet vooruit, hoezeer ik ook mijn best deed. En geloof me, ik deed ongelooflijk mijn best en legde een discipline aan de dag waar menig topsporter jaloers op zou zijn.

Zo affirmeerde ik een tijdje de godganse dag en probeerde ik alleen maar positief te denken, want tja, je bent wat je denkt, toch? Later stortte ik me op yoga en meditatie en zag ik daarin de heilige graal. En tussendoor, zo’n beetje om het half jaar, ruimde ik al mijn keukenkastjes uit om me volledig over te geven aan de zoveelste voedselhype, want is je fysieke gezondheid niet direct van invloed op hoe het er mentaal voorstaat?

Niets, noppes, nada haalden mijn pogingen uit. En achteraf gezien is dat ook niet zo vreemd. Want als je, zoals ik in die tijd, geen stevige bodem onder je bestaan hebt, blijft alles dat je probeert op te bouwen wankel – of het nu om werk, relaties of gezonde leefgewoonten gaat. Het is en blijft als een huis bouwen op drijfzand. Hoeveel inspanning, discipline en goede wil je ook aan de dag legt, hoeveel dure materialen je ook aanschaft, alle huizen die je bouwt storten telkens bij het minste zuchtje wind genadeloos in elkaar.

Bovendien voelt geen van die huizen ooit aan als van jou. Ik geloof niet dat ik me tussen mijn zeventiende en mijn vierentwintigste ook maar één moment echt op mijn gemak heb gevoeld in mijn leven. Veel vaker voelde ik me een toeschouwer en had ik het idee dat er twee werelden, twee werkelijkheden bestonden. In die ene wereld studeerde en werkte ik, lachte ik, leefde ik een ‘normaal’ alledaags bestaan met mijn familie en vrienden. En op de achtergrond was er die andere heimelijke, innerlijke wereld die me van mijn energie beroofde en me dwong om continu alert te zijn.

Want ieder zuchtje wind, de meest onbenullige en onvoorspelbare momenten konden ervoor zorgen dat het zoveelste zorgvuldig door mij opgebouwde huis ineenstortte. Dat ik opnieuw werd overspoeld door een golf van grillige, donkere en chaotische emoties waarop ik zelf geen vat had, laat staan ook maar iets van begreep. Een gemiste trein, een filmscène, een bepaalde blik van een voorbijganger, een opmerking van een collega…soms was er niet eens een aanwijsbare aanleiding.

Maar daar ging ik weer, opnieuw kopje onder. Tot de dag waarop ik godzijdank ophield met het kopen van zelfhulpboeken en op zoek ging naar een goede analytische therapeut.

Wie zijn of haar zelfhulpboek nog niet kan loslaten, lees ook: Wow! Deze vrouw las 500 (!) zelfhulpboeken. En dit zijn haar 5 conclusies.

(Beeld: Unsplash)

Geschreven door

Freelancejournalist, copywriter en schrijfcoach. Studeerde psychologie en schrijft het liefst in gezelschap van een goede flat white over persoonlijke ontwikkeling, zingeving en tijdgeest. Droomt van een wereld waarin steeds meer mensen de kans krijgen om zich te ontwikkelen en tot bloei te komen.