Wensvader gezocht! Er worden belangrijke knopen doorgehakt (deel 13)

Met haar rammelende eierstokken kon Merel niet langer wachten op de prins op het witte paard. Sinds een tijd is ze exclusief aan het ‘daten’ met homostel Jochem en Selim. Met elke afspraak die ze maken zetten ze nieuwe stappen richting het einddoel: samen een kindje opvoeden.

Na onze romantische strandwandeling ontmoeten Jochem, Selim en ik elkaar een week later voor de lunch. We bekijken de menukaart, ik ga de broodjes en salades af en ‘proef’ ze allemaal even in mijn hoofd: heb ik hier zin in, of daar? Ik twijfel tussen een broodje kip of de vegetarische optie met gegrilde groenten.
‘Ik neem het broodje kip,’ zegt Selim.
‘Ik de vegetarische,’ zegt Jochem.
‘Ja hoor,’ zeg ik, ‘jullie hebben mijn opties gepikt.’
‘O, dan neem ik wel een andere,’ zegt Jochem. ‘De salade, die lijkt me ook lekker.’
‘Nee joh, gek,’ zeg ik.
‘Jawel, kunnen we delen.’
‘Okee…,’ giechel ik als een bakvis. Ik kan niet uitsluiten dat ik licht verliefd uit mijn ogen kijk. Ik vind het dan ook zó mateloos geweldig en fantastisch met deze jongens. Als immer alleenstaande is het niet zo dat ik geen sociaal leven heb en mijn lunchbroodjes normaal gesproken in barre eenzaamheid verorber. Maar het is wel zo dat ik niet enorm veel ervaring heb in het als vanzelfsprekend afstemmen met een ander. Mijn moeder en ik delen wel vaak gerechten als we uit eten zijn, maar ja dat is toch mijn moeder hè? Dat wij met z’n drieën dit doen is zo ongelofelijk knus en gezellig. Bovendien vind ik het een welhaast spiritueel teken van hogerhand dat we in eerste instantie dezelfde broodjes uitkozen. Zie je wel, we passen ZO GOED BIJ ELKAAR!!

‘We moeten niet steeds van die gezellige dingen doen, hoor,’ zeg ik tegen de jongens. ‘Een beetje stress in de tent is wel goed. Elkaar flink op de kast jagen, daar leren we elkaar pas echt goed door kennen. Weten we wat we aan elkaar hebben in tijden van stress en nood.’
We denken even na over iets vervelends en stressvols wat we kunnen inplannen.
‘Misschien een escape room,’ opper ik, ‘zo’n kamer waar je door middel van het oplossen van raadsels uit moet zien te komen.’
‘O dat trek ik niet, hoor,’ zegt Selim. ‘Dan komt de über-homo in mij naar boven en ga ik in een hoek staan gillen.’
‘We kunnen ook een weekendje weg plannen,’ zegt Jochem.
‘Ja, dat is wellicht een veel beter idee,’ zeg ik. ‘Al vind ik een gillende Selim ook niet verkeerd klinken.’
Ik grijns naar Selim, hij steekt zijn tong naar me uit.
Jochem laat er geen gras over groeien, later op de dag stuurt hij wat opties voor ons weekendje weg. We reserveren een huisje bij Zierikzee in de buurt, voor de maand erop.

In de tijd die volgt merk ik dat er een nieuwe serieusheid in onze gesprekken is geslopen. Wisten ze tijdens onze strandwandeling nog niet wie als eerste de biologische vader zou zijn, nu hebben ze een besluit genomen. Selim houdt een geheimzinnig verhaal over leeftijd en wensen en verwachtingen en als ik het echt niet meer hou, onthult hij dat de eer bij Jochem zal liggen om mij als eerste te bevruchten.
Er worden meer grote knopen doorgehakt. Ze vragen of ik een voorkeur heb over welke achternaam het kind zal dragen.
‘Ja,’ zeg ik, ‘dat heb ik wel. Als je me deze vraag een jaar geleden had gesteld had ik waarschijnlijk heel stellig verkondigd dat het kind echt mijn naam zou moeten krijgen. Inmiddels is mijn mening minder uitgesproken en zou ik die van jullie ook goed vinden. Doordat ik jullie inmiddels goed ken, denk ik, jullie toch wel eigen zijn gaan voelen. Maar ik zou het nog steeds wel heel leuk vinden als het kind mijn achternaam krijgt. Door jullie huwelijk delen jullie al dezelfde achternaam en het lijkt me zo fijn als iemand in ons alternatieve gezin dezelfde naam heeft als ik. Dat ik niet een soort buitenstaander ben.’
Dit zijn de momenten in onze ontmoetingen dat het even spannend wordt, dat nachtenlange, emotionele discussies opeens tot de mogelijkheid gaan behoren. Momenten dat ik me wapen met volharding en compassie, zodat ik niet over mezelf heen zal laten lopen, maar ook altijd naar de jongens zal blijven luisteren en ze serieus zal nemen. Ik vraag voorzichtig: ‘Wat zijn jullie ideeën hierover?’
Mijn bewapening blijkt niet nodig. ‘Ik denk dat het voor jou belangrijker is dan voor ons,’ zegt Jochem.
Ik kijk hem ongelovig aan. Ja?
Ja, knikt hij.
‘Wat fijn,’ fluister ik.

Via de achternaam komen we op voornamen. Ze leggen er een aantal aan me voor die zij hebben bedacht. Of ik ook ideeën heb. Ik knik, dat heb ik zeker. Sterker nog, ik heb al jaren een notitie in mijn telefoon waarin ik leuke namen zet. Ik pak de lijst erbij, opnieuw een beetje nerveus. Sommige namen draag ik al vijftien jaar bij me, het zijn allemaal potentiele kindjes. Ik lees er een paar voor. Hmm hmm, hoor ik, terwijl ik naar het schermpje van mijn telefoon staar. De ene keer klinkt er een enthousiast ‘Ja, dat vind ik wel wat’, andere keren is het stil. En minstens zo vaak zegt een van hen vertwijfeld: ‘Is dat een naam?’
‘Dinn? Jaha, leuk toch?’ zeg ik. ‘Of Seph. Of Mare, voor een meisje.’
Ze lachen uitbundig. ‘Maarrehh…’
‘Of Enzo,’ mompel ik nog, al vermoed ik inmiddels dat dat ook wel te raar zal zijn. Daar gaan mijn potentiele baby’s, de symbolische prullenbak in. Jochem en Selim houden van wat meer geijkte namen, die op de hockeyclub niet zouden misstaan. Maar toch ben ik opgelucht, want ze hebben dan tenminste wel léuke kak-namen bedacht. Hier komen we wel uit.

‘s Avonds lig ik in bed en schieten alle details voorbij. Het wordt zo tastbaar opeens. Jochem wordt de papa. Het kind krijgt mijn achternaam. Deze namen vinden we leuk. Er zijn steeds meer dingen die serieus worden overwogen, besloten, afgeschoten. De vrijblijvendheid wordt steeds minder. Het kriebelt, en niet alleen meer van opwinding. Speldenprikjes van angst voel ik in mijn lijf. Ik probeer het toe te laten en vraag mezelf heel voorzichtig af: Wil ik dit echt wel? Ja, weet ik meteen, ik wil dit. Echt.

Het vorige deel gemist? Lees dan ook: Wensvader gezocht – de potentiële papa’s nemen Merel mee op een romantische date (deel 12)

(Beeld: iStock)

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.