Wensvader gezocht! Merel ontmoet haar toekomstige ‘schoonouders’

Merel zal niet samen met een geliefde een kind krijgen, maar met een homostel. Sinds acht maanden is ze aan het daten met twee jongens waarmee ze een enorme klik voelt. Nu de eerste inseminatieronde niet lang meer op zich laat wachten, is het hoog tijd een gedeelte van de ‘schoonouders’ te gaan ontmoeten. Met verrassende gevolgen.

‘Vind je het spannend?’ vraagt Selim. Jochem en hij zijn er als eersten, ze hebben prachtige pioenrozen meegenomen.
‘Ach,’ zeg ik nonchalant en denk aan de neurotische wervelwind die ik de hele middag was, druk in de weer met stofzuiger en sop en overmatige boodschappen. De jongens zullen mijn ouders en zusjes vandaag voor het eerst ontmoeten. Terwijl ik eigenlijk enorm veel vertrouwen heb dat het zal klikken tussen hen, heeft zich toch een misselijkmakende nervositeit van mij meester gemaakt. Wat als ik het helemaal mis heb en ze elkaar totaal verafschuwen?

Een dag eerder heb ik het er nog met mijn vader over gehad. Dat er, telkens als hij denkt aan mijn baby-project, toch een beetje kortsluiting ontstaat in zijn hoofd. Hij vertrouwt mijn oordeel en zal me altijd steunen. Tegelijkertijd is het zo anders dan hij voor ogen had. Normaal gesproken worden dochters verliefd, nemen ze de jongeheer (of vrouw) in kwestie mee naar de ouders en leert iedereen elkaar rustig kennen. En wie weet komt er dan na een tijd een kind. Nu staat de eerste poging tot zwanger worden al in de agenda en kent hij die jongens nog niet eens.

Daar gaat vandaag verandering in komen. De bel gaat opnieuw, mijn ouders en zusje komen binnen. Het is gek om te zien hoe mijn zusje haar hand uitsteekt en zich voorstelt aan Jochem en Selim, alsof het vreemde mensen zijn. Ik ben zo intensief met ze opgetrokken al die maanden dat ze al als onderdeel van mijn leven zijn gaan voelen. Terwijl ik probeer te onthouden wat iedereen wil drinken, praten de jongens met mijn vader over de reizen die ze beiden maakten naar Japan, dankbaar om een gemeenschappelijke interesse.

Terwijl ik in pannen roer, verhuist iedereen naar mijn dakterras. Als ik buiten borden en bestek neerleg, roept mijn moeder opgewekt: ‘Jochem en ik gaan samen naar de opera!’
Mijn mond valt even open, dan zwelt mijn hart op. Een gevoel van opluchting en geluk maakt zich meester van me. Als ik binnen de pannen van het vuur haal, komt mijn vader bij me staan en knikt me bemoedigend toe. ‘Leuke jongens. Maar dat kon ook niet anders eigenlijk.’
Mijn zusje fluistert later in mijn oor: ‘Toen ik binnen kwam, wist ik het al meteen.’

We praten over onze kinderwens, onze eerste ontmoeting, over familie. Iedereen is zacht en welwillend, echt en oprecht.
‘Jullie zijn nu familie,’ zegt mijn vader. ‘Dat realiseren jullie je toch wel?’
‘Dat klinkt een beetje als een dreigement,’ zegt Jochem. Er wordt hard gelachen.
Als iedereen weg is voel ik me verliefd, er is simpelweg geen ander woord voor.

Een week later gaan we naar Haarlem, waar de ouders van Jochem wonen. Eerst bezoeken we zijn moeder, die sinds een aantal weken in een verpleeghuis zit. Ze heeft vergevorderde Parkinson, wat zich vooral uit in dementie. Ze lijkt zich niet helemaal te beseffen waarom ik daar ben, al roept ze wel: ‘Baby!’ als Jochem me aan haar voorstelt. Het maakt me verdrietig, dit is de oma van mijn toekomstige kind, maar die zullen elkaar waarschijnlijk nooit echt bewust meemaken.

Jochems vader zit in de keuken van zijn huis op een kruk op ons te wachten, biertje in de hand, pakje Camel naast hem op het aanrecht. Ik krijg een rondleiding door het huis waar Jochem opgroeide. Vol trots laat zijn vader de zelfgebouwde vitrinekasten met mineralen en edelstenen zien. Herinneringen komen op aan de collectie die ik zelf had als kind: mini amethistjes, tijgeroogjes, granaatjes. We zoeken een schaduwrijk plekje op in de tuin, het is drukkend warm. Jochems vader zit gehurkt naast mijn stoel, comfortabel op platte voeten. Hij mag met zijn 70 jaren dan niet meer de jongste zijn, hij zit nog altijd graag zo, vertrouwt hij me toe. Net een Indonesiër. Daarom zien zijn banken er ook nog zo spiksplinternieuw uit, hij zit er amper op.

‘Ik heb je egodocument gelezen,’ zegt hij. In zijn hand houdt hij een pakketje papieren: mijn geprinte Mynd-columns. ‘Ik heb wel wat vragen.’
‘Brand maar los!’ zeg ik.
‘Op pagina twaalf…,’ zegt hij terwijl hij me strak aankijkt. ‘Ja, ik heb een fotografisch geheugen, het is allemaal hier opgeslagen.’ Hij tikt met zijn wijsvinger tegen zijn hoofd.
Ik knik bemoedigend.
‘Je schrijft hier dat je wilt dat je kind zichzelf en haar eigen ideeën serieus neemt en zich tegelijkertijd zeker genoeg voelt om ruimte te geven aan anderen en hun afwijkende ideeën. Blijkbaar denk jij dat jullie kind een meisje wordt?’
‘Nou, dat betekent op zich niet zoveel. Ik koos gewoon eens de vrouwelijke vorm, omdat we het meestal standaard over ‘hij’ hebben.’
‘En hier…’ Hij bladert door de papieren, nu pas zie ik de lijnen en rondjes die met rode pen zijn aangebracht, de geel gearceerde zinnen. Plotseling herinner ik me dat Jochems vader vroeger leerkracht is geweest. Aha. ‘Hier staat dat je een halve hippie bent. Ben je daar niet wat oud voor?’
Ik moet lachen. ‘Bij wijze van spreken is dat, hè? Wat ik daarmee bedoelde is dat ik over het algemeen wat linkser ben dan veel van de jongens die ik heb ontmoet tijdens mijn zoektocht naar de vaders van mijn kinderen.’
Hij knikt en schuift de papieren weer op een stapeltje. ‘En hoe gaan jullie de zaken regelen? Vind de overdracht in natura plaats? Of gaan jullie naar een kliniek?’
‘Jezus pa…’ zegt Jochem.
‘Ja, jullie gaan binnenkort een weekendje weg hoorde ik,’ vervolgt zijn vader, ‘dus ik dacht misschien dat jullie het daar…’
‘…heel gezellig gaan hebben,’ vul ik hem lachend aan.
‘We gaan het door middel van thuisinseminatie doen,’ licht Jochem toe.
‘Omdat je ook schreef, pagina acht,’ gaat zijn vader onverstoorbaar verder, ‘dat er iemand was waarmee je wel het bed in wilde duiken.’
Ik moet even denken en weet dan wat hij bedoelt. ‘O die, nou op zich was dat een single hetero. En ik geloof dat je alles een beetje érg letterlijk neemt wat ik heb geschreven. Niet alles is zo serieus bedoelt hoor…’

Ik verontschuldig me en ga naar de wc, deels om even bij te kunnen komen van het enthousiaste vragenvuur van Jochems vader. Als ik klaar ben en de keuken inloop, staat hij me op te wachten.
‘Ik wilde je nog wat vragen, zonder de boys erbij. Want er is iets waar ik toch wel erge moeite mee heb.’
‘Oké,’ zeg ik kalm, terwijl ik eigenlijk nogal schrik van zijn opmerking. ‘Je mag alles vragen.’
‘Nou, waar ik moeite mee heb is dat het kind jouw achternaam zal krijgen.’ Hij begint een wat onsamenhangend verhaal over de mannelijke lijn in zijn familie, over de toekomst van zijn achternaam en begint dan over zijn andere kleinzoon die, mocht er iets met de vader van het kind gebeuren, naar hem zal gaan. ‘Maar dit kind zal een andere naam dragen. En blijkbaar valt er met jou niet te praten hierover.’
Al zijn zijn vragen vanaf het begin behoorlijk direct en brutaal geweest, nu voel ik voor het eerst boosheid opkomen. Maar dan vallen me zijn ogen op, waterig zoals oudere mannen dat kunnen hebben, kwetsbaar. Hij, pater familias, maakt zich zorgen. Zoals mijn vader zich zorgen maakte.
Ik leg mijn hand op zijn arm. ‘Er valt met mij zeker te praten,’ zeg ik streng. ‘We hebben samen in goed overleg dat besluit genomen. Maar volgens mij gaat het om iets anders. Als het kindje er is, zal het evengoed bij jullie horen, hè? Het feit dat het mijn achternaam zal dragen doet daar niets aan af. Jochem krijgt net als ik gezag over het kind.’
‘Oké,’ zegt hij en knikt. Dan kijkt hij me weer indringend aan. ‘Je hebt toch niet nog twijfels, hè? Want op pagina zestien…’
‘Weet je, laat die columns maar even voor wat ze zijn. Ik ben hier nu, in levende lijve. En ik ga niet meer weg, want twijfels, nee die heb ik niet. En nu gaan we buiten nog een biertje drinken.’

Terug op het terras roem ik nog even zijn fotografische geheugen, tot zijn grote vreugde. Of ik weet dat hij ook het Franse volkslied uit zijn hoofd kent, vraagt hij. En plots is daar zo’n moment dat je eigenlijk voor altijd wilt vastleggen in je geheugen, in al z’n kleurrijke details. Bijvoorbeeld als de toekomstige opa van je kind, op zijn hurken, uit volle borst de Marseillaise zingt.

Lees ook: Wensvader gezocht! De Zaad Express komt langs deze zomer!

(Beeld: iStock)

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.