Zo is het om failliet te gaan, deel 2: “Het was het slechtste jaar ooit.”

Organisatieadviseur en coach Denise Hulst zag twee jaar geleden haar inkomsten heel hard omlaag gaan. Ze is kostwinner en moeder van twee kinderen. Dit is deel 2 van haar angstaanjagende verhaal: “Failliet gaan is niet hip. We hebben het er niet over.”

Boodschappen doen met de spaarkaarten
Ik sta bij de kassa en steek mijn pasje in het pinapparaat. ‘Akkoord’ verschijnt er op het schermpje. Ik haal opgelucht adem. “Gelukt’ denk ik. Dat is mooi mazzel. Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om je kop in het zand te steken zolang je de boodschappen nog gewoon van je pinpas kunt betalen. En ik weet dat dat eigenlijk niet zou moeten kunnen. De hypotheek is vandaag betaald dus het geld zou op moeten zijn. Kennelijk is de afschrijving nog niet verwerkt en ik besluit bij het passeren van de pinautomaat te kijken of ik wat contant geld kan pinnen.

 Lees ook: Zo is het om failliet te gaan, deel 1: “Hoe lang kunnen we het nog uitzingen?”

‘Gek eigenlijk’, schiet het door mijn hoofd. ‘Ik ben kennelijk heel goed in staat om me aan te passen aan een nieuwe situatie. Iedereen zou dit verschrikkelijk vinden: niet weten of je nog geld op de rekening hebt staan om boodschappen te doen’. Dat moet toch een traumatische toestand zijn? Voor mij dus niet. Ondertussen ben ik er aan gewend dat er vaker geen geld is dan wel. Net zoals je er aan gewend raakt dat er een stoeptegel scheef ligt in het trottoir vlak bij je voordeur. Of dat de kraan in de keuken lekt. Tik, tik, tik doet het zachtjes op de achtergrond. ‘Het geld is op , het geld is op, we zijn failliet aan het gaan, we zijn failliet aan het gaan.’ Dat zingt een kleine lelijke kobolt op een pesterig toontje de hele dag in mijn hoofd. En ik kan niets doen, ik zou het niet weten…..
Langzaam ben ik er in gegroeid in het getob, gereken, gewik en geweeg. ‘Wanneer komt er weer wat geld binnen? Welke rekening betalen we wanneer? Wanneer hebben we waarvoor de meeste aanmaningen gekregen?’ En zo gaat dat weken door. We zijn meer bezig met het overeind houden van het hele systeem dan dat we met acquireren bezig zijn. Bovendien valt er niets te acquireren.
Van onze laatste centen hebben we een accountmanager / salesmanager ingeschakeld om onze oude klanten na te bellen. Dat levert niets op. Er is geen budget bij al onze oude opdrachtgevers. Onze trainingen worden als eerste uit het aanbod gegooid in tijden van crisis. Dat weten we ondertussen wel. Maar ja… ik kan toch niet zomaar van metier veranderen? Kennis en ervaring die ik heb opgebouwd in de afgelopen 17 jaar zijn zo specifiek dat een moeiteloze carriereswitch er niet echt in zit. Dus modderen we door.

Slapeloze nachten
Ik lig wakker en heb hartkloppingen. Het kost me voor de zoveelste nacht op rij moeite om in slaap te vallen en ik onderdruk met grote moeite een aanstormende paniekaanval. Na eindeloos woelen sta ik vroeg op. Vandaag hyperventileer ik en heb ik een huilbui. Ik voel me machteloos en woedend. Het hele leven vind ik naar en oneerlijk. Ik heb me een slag in de rondte gewerkt en dan dit. Ik kan het nog steeds niet bevatten. Failliet gaan is niet hip. We hebben het er niet over. Onze omgeving weet niet hoe erg het met ons gesteld is. We willen het niet weten voor onszelf. We willen het niet weten voor onze kinderen. Gevoelens van onveiligheid willen we vermijden. Maar hoe leg je je kind uit dat er geen geld is voor een nieuwe winterjas terwijl het overduidelijk is dat hij een jas draagt die twee maten te klein is?
Ik kan dat niet.

Alles van waarde sterft in 2013
Het is een raar jaar, 2013. Het begin staat in het teken van verlies, het middenstuk staat in het teken van verlies en het laatste stuk ook.
In mei overlijdt de dochter van een goede vriendin, en de beste vriendin van mijn dochter aan kanker. Ze is net 19 jaar geworden. De maanden voorafgaand aan haar overlijden doe ik veel voor haar en haar moeder. Kook roosters, oppasroosters, boodschaproosters en regelneven werk op afstand. Het mantelzorgnetwerk is uitstekend georganiseerd. Nadat ze overleden is, voel ik me uitgewoond en murw. Dat ik boven mijn krachten aan het werk was, wist ik wel. Maar ik wilde zo graag. Werken en mantelzorgen. Om bezig te zijn, want als je bezig bent, hoef je niet zoveel te voelen. Het sterven van jonge mensen in je omgeving, confronteert je met je eigen kwetsbaarheid als moeder: je kinderen zijn je achilleshiel. Ik weet nog goed dat ik die conclusie trok nadat mijn dochter geboren was, dat ik nooit meer naar een film zou kunnen kijken waar kinderen geweld werd aangedaan. Dat trok ik niet en dat trek ik nog steeds niet. Dat kind wat ik zie op het witte doek is geen anoniem kind. Dat kind is mijn kind. Of vertegenwoordigt mijn kind. Dus kijk ik nooit meer naar beelden waarin kinderen mishandeld, verkracht of gedood worden. En met kinderen die in je omgeving sterven is het precies hetzelfde. Het confronteert je met de sterfelijkheid van je eigen kind. En dat is per definitie onverdraaglijk.

Mijn vader en de zaak..
Net toen ik een beetje rechtgetrokken was van het overlijden van M, werd het duidelijk dat mijn vader echt de laatste fase in ging. Na 18 jaar kanker was het een soort van opluchting dat het nou toch werkelijk zou gaan gebeuren. Na een afgrijselijk ziekbed van drie maanden overleed hij in september 2013. En in november verloren we anderhalve ton omzet. Het was het slechtste jaar ooit.

Lees binnenkort deel 3. Lees hier meer over Denise Hulst.

Geschreven door