14 dingen die ik enorm mis aan mijn jeugd

Dat vakanties eeuwig duurden en de koelkast altijd gevuld was: veertien heel herkenbare dingen die jij ongetwijfeld ook mist aan je jeugd.

Nog maar een paar jaar en dan ben ik langer het huis uit dan dat ik thuis heb gewoond. Raar idee vind ik dat. Want hoewel ik sinds mijn achttiende op mezelf woon (best jong, maar ja, ik wilde naar de School voor Journalistiek en die was niet bepaald om de hoek), mis ik nog steeds weleens de ongekende luxes en leukigheden die kind zijn met zich meebracht. Zoals deze:

  1. Vervelen
    Op zondag wakker worden met geen idee hoe de dag te gaan besteden, dat deed je vroeger dus gewoon. Althans, ik wel. En dan kon het op drie manieren uitpakken: er belde een vriendinnetje aan en je was onder de pannen, je werd ineens enorm in beslag genomen door iets belangrijks als dierenartsje spelen met alle knuffels óf urenlange verveling lag op de loer. Verveling, ja. Dat je gewoon een beetje voor je uit zat te kijken. Of van pure armoe maar je kamer ging opruimen en je moeder stom vond omdat ze niet even voor je ging bedenken wat je kon gaan doen.
  1. Sportclubs
    Het begon al op donderdagmiddag, want dan was het bijna vrijdag en dán was het bijna weekend en in het weekend had ik paardrijles en ik wil niet beweren dat dat het hoogtepunt van de week was, maar het kwam wel in de buurt. Tegenwoordig is sporten een verplicht nummer, voornamelijk uit cosmetische overwegingen, en ik heb ook al enige tijd geen paard mee van dichtbij bekeken
  1. Verjaardagen
    De wekenlange spanning vooraf was al geweldig, maar die viel natuurlijk in het niet bij de verjaardag zelf. Het wakker worden om 5.30 uur! De cadeaus in het grote bed! De visite! En ook dat je het serieus cool vond om weer een jaar ouder te zijn.
  1. De eindeloze vakanties
    Ja, meestal moest je naar school en dat was allemaal wel leuk, maar het draaide natuurlijk om de eindeloze vakanties. Twaalf hele weken per jaar. Twáálf. Tegenwoordig is twaalf dagen zonder mail al een luxe die ik sinds 2005 ofzo niet meer heb meegemaakt. Wat trouwens ook erg prettig was aan vakanties, was dat je gewoon op de achterbank kon wachten tot je op de plaats van bestemming was. Inpakken werd ook gewoon voor je gedaan. En ligt het aan mij of was het vroeger ook altijd de hele zomer lang mooi weer?
  1. Lekker onvoorspelbaar
    Daarover gesproken: als het soms ineens geen mooi weer was, dan wist je dat dus niet altijd van tevoren. Buienradar? Nog nooit iemand van gehoord. En dus kon je zomaar ineens op een zomeravond donkere wolken aan zien komen en nog voor je je kon afvragen of het zou gaan regenen, moest je met de hele familie snel alle spullen naar binnen slepen. Ik ben tegenwoordig ook verslaafd aan de radar, maar toch, het had wel wat.
  1. Urenlang lezen
    Tegenwoordig is één boek per maand al veel, maar toen ik nog verslaafd was aan Balletclub De Zwaantjes, Saskia en Jeroen en Manege Picadero, verslond ik er zo een stuk of acht per maand. En dan helemaal meeleven als er een paard verkocht moest worden of iemand z’n teen brak vlak voor een belangrijke balletuitvoering. Om het nog maar niet te hebben over Judith uit Blauwe Plekken, want dat boek heb ik wel twintig keer gelezen.
  1. Rages
    Liep ineens iedereen met een klaparmband (zo’n armband die dichtklapte als je ermee tegen je pols tikte), dan moest je er natuurlijk zelf ook subiet een. Zelfde gold voor een Tamagotchi, het nieuwste Kippenvel-boek en een Flippo-verzameling. Heerlijk, rages.
  1. Winkelen
    Twee keer per jaar was het feest, want dan togen mijn moeder, zus en ik (mijn vader maakte zichzelf liever van kant dan dat hij mee moest) naar de grote stad voor a, een hamburger bij McDonald’s (vonden we een belevenis op zichzelf) en b, nieuwe kleren. Bij C&A. En Peek & Kloppenburg. En V&D. Er zal vast een limiet zijn geweest, maar voor mijn gevoel kwamen we thuis met stapels en stapels nieuw spul, waarna we de rest van de dag bezig waren alles honderd keer aan en uit te trekken.
  1. Nooit boodschappenstress
    Ook zoiets heerlijks: dat de koelkast altijd gevuld was. En als de koelkast eens niet gevuld was, stuurde mijn moeder mij en mijn zus soms naar de supermarkt. Alleen. En dat was cool. Of we gingen haar helpen met boodschappen doen – bij de Nieuwe Weme, lekker retro – en dan de gulden van de kar houden (waardoor mijn moeder altijd duur uit was, want dan moest ze de ander natuurlijk ook een gulden geven).
  1. Penny-rekening
    Die guldens verdwenen dan vervolgens lekker overzichtelijk in mijn Penny-rekening spaarpot, waar je al het muntgeld mooi gegroepeerd achter het plastic ruitje kon zien liggen. Zodat je geld gewoon voor je op je bureautje stond in plaats van, zoals nu, verstopt in een ingewikkeld hypotheekproduct waar ik zelf nog steeds de ballen van begrijp.
  1. Alle tijd voor vriendinnen
    De vraag was niet óf je ’s middags ging afspreken met een vriendinnetje, de vraag was met wie. Want zowel tijd als vriendinnen te over. Tegenwoordig kost het me moeite om mijn vriendinnen meer dan eens per maand te zien, want ja, werk, kinderen, druk, je weet wel.
  1. Het grote speelgoedboek
    Mijn kinderen zijn pas twee en nul en hebben amper benul van Sinterklaas, maar toch heb ik vorige week bij de speelgoedwinkel zo’n dik bladerboek gehaald. Zo eentje waar je vroeger voor voor de brievenbus las en die je dan wekenlang helemaal uitploos, om vervolgens uiterst nauwkeurig de perfecte verlanglijst in elkaar te knippen en plakken (want Sinterklaas moest natuurlijk wel weten wat je precies bedoelde als je gelpennen of zoiets vroeg). En dan die spanning, hè, die spanning. Die was eigenlijk het leukst.
  1. Een nieuwe hobby
    Ineens besloten mijn zus en ik dat abstract schilderen onze nieuwe hobby was, en wekenlang deden we niks anders. Om er daarna net zo plotseling mee op te houden en over te gaan op tekenen met de Spirograaf (kent iemand dat nog?). En waren we daar klaar mee, dan speelden we zomaar twee maanden elke vrije minuut in ons zelfgecreëerde Barbie-paradijs, met onze Dufty-huizen of met de Kuifstaartjes. Me helemaal verliezen in een tijdelijke hobby, ik heb het al jaren niet meer gedaan.
  1. Nooit in de file
    Aangezien school zo’n beetje om de hoek was en de paardrijdclub ook (en ik ook nog eens op het platteland opgroeide, waar een file sowieso een uitzondering was), was ik gewoon NOOIT ergens later dan gepland. Het verkeer zat ook nooit tegen en als het eens zo hard sneeuwde dat je niet kon fietsen, ging je lopen en was iedereen te laat op school, maar dat gaf niet.

Lees ook: De jeugd van tegenwoordig (versus die van 10 jaar terug!)

 

Geschreven door