28 dingen die ik denk als ik ga winkelen

Vroeger kon je Mariëtte niet blijer maken dan met een dagje winkelen, tegenwoordig krijgt ze de rillingen in een pashokje. En van die enge verkoopster.

Lees ook: Deze muziek in winkels maakt dat je teveel koopt

Vaste prik vroeger, twee keer per jaar: met de bus en de trein naar de stad (we woonden in een dorp) en dan gingen we shoppen. Mijn moeder, mijn zus en ik, mijn vader gruwelde bij het idee en bleef thuis. Ik daarentegen vond het heerlijk. Het dagje uit, al die winkels, stapels kleren mee het pashokje in en dan eindeloos kijken hoe het allemaal stond. Voor mijn gevoel hoefden we ook nooit te kiezen, maar ging alles mee naar huis (dat was niet zo, maar het voelde zo) en dan kregen we ook nog nieuwe schoenen. Ook later, toen ik het huis uit was, ging ik regelmatig voor de lol de stad in. Misschien kwam het doordat het toen nog de enige manier was om aan nieuwe kleren te kopen, maar ik vond het ook echt leuk. Totdat online shoppen z’n intrede deed. Ik was een late adapter, dat wel. Toen iedereen al bij Zara of Zalando z’n outfit bij elkaar klikte, stond ik nog stoïcijns in een te klein pashokje.

Hoe anders is het nu. Ik denk dat het kwam toen ik een beetje te veel was aangekomen en het gevoel had dat ik eruit zag als een rolmops in een legging. Als ik een winkel binnenliep, dacht ik dat iedereen naar me keek. Dat gewicht voelde niet fijn en ik weightwatchde en sportte het er weer af, maar op een of andere manier werd winkelen niet meer leuk. Offline, althans. Het kwam ook doordat online winkelen zoveel voordelen had en alles in een gewone winkel ongemakkelijk voelde: de krappe pashokjes vs mijn eigen slaapkamer, het onverbiddelijke tl-licht vs een normale lamp, snuffelende verkoopsters vs niemand met een mening. Laatst dacht ik: ik geef het weer eens een kans. Dat bleek niet meteen een doorslaand succes. Ik dacht er wel van alles bij, zoals dit.

Lees ook: 38 dingen die ik denk als ik ’s ochtends voor mijn kledingkast sta

  • Ik kom zo weinig in de stad dat ik de helft van de winkels niet eens ken. Wat ook meteen genoeg zegt over mijn modekennis. En hipheid in het algemeen, vermoed ik.
  • Deze ziet er wel leuk uit. Wel harde muziek.
  • God, ik lijk wel bejaard dat ik dat denk. Sinds wanneer is harde muziek iets slechts? Hup, naar binnen.
  • O leuk, ik struikel meteen over een verkoopster. Die zo te zien haar dag niet heeft. Ik denk dat ze me zo gaat opeten, zo pissig kijkt ze.
  • Dit is dus een van de redenen waarom ik niet zo dol ben op winkelen. Dat ik altijd zonder erom te vragen de aandacht trek van die ene oudere en pinnige verkoopster.
  • Wat staat ze nou naar me te kijken? Moet ze iets van me?
  • Als ze me maar met rust laat.
  • O god, straks gaat ze nog iets zeggen als: sorry, deze winkel is alleen voor kleine maten. Of voor hippe mensen.
  • Oké, wat kwam ik hier ook alweer doen? O ja, een nieuwe broek.
  • Ben ik de enige die niks kan met een stapel broeken op een tafel. Hoe moet ik dan weten hoe ze eruit zien? Moet ik ze allemaal uitvouwen en dan weer opvouwen?
  • Daar heb je online nou nooit last van. Daar zijn de broeken nooit opgevouwen.
  • Goed, niet zeuren, gewoon een mooie uitzoeken. Een eh… recht model, denk ik. Of een skinny. Of kan ik dat niet hebben?
  • Hoe moet ik nou weten welke broek ik wel en niet kan hebben? Zal ik het aan de verkoopster vragen? Hoewel, nee, laat maar. Ik neem er gewoon drie mee naar het pashokje.
  • Nu alleen nog even de maat gokken. Ja, ik ben zo iemand die haar eigen spijkerbroekmaat niet weet.
  • Wat zijn die pashokjes klein. En die broeken ook. Die ene gaat niet eens dicht.
  • Daar komt die enge verkoopster weer aan, ik hoor het aan haar voetstappen. En nu zit ze aan het gordijn.
  • HÉ WACHT EVEN, NIET ZOMAAR HET PASHOKJE BINNENKOMEN, JA!
  • Brrrr, zag ze dat ik mijn oudste onderbroek aan heb?
  • Oké, volgende. Als ik deze tenminste ooit nog uitkrijg.
  • Is mijn been veel dikker geworden in de afgelopen anderhalve minuut? Of krimpt die broek?
  • Straks scheurt hij nog… Dan maakt die verkoopster me dood, denk ik.
  • O wacht, die tweede zit beter. Lang niet slecht, zelfs. Snel de volgende proberen en dan kiezen en dan kan ik weer weg.
  • Die derde zit eigenlijk ook goed. Of toch de tweede. Nog even passen.
  • Die verkoopster loopt de hele tijd voorbij en dan blijft ze stilstaan voor mijn hokje. Ik word hier dus echt zenuwachtig van. Wat denkt ze dat ik hier voor illegaals aan het doen ben?
  • Recht of skinny, recht of skinny, recht of skinny…
  • Wáárom ben ik toch zo slecht in kiezen?!
  • Als ik niet uitkijk sta ik hier rond sluitingstijd nog.
  • En ik ben al een uur bezig. Jemig, wat gaat de tijd offline snel.
  • Ik ril helemaal van de keuzestress. Ik denk dat ik het voor gezien hou. Vanavond online nog maar eens goed kijken.

Lees ook: Ode aan maat 34 (want niet alle slanke mensen zijn te dun)

(Beeld: iStock)

Geschreven door