Altijd maar luisteren… Hoe hou je als empaat je grenzen in de gaten?

Het heeft enorm veel voordelen, empathisch zijn. Je kunt je goed inleven in de belevingswereld van andere mensen en een fantastisch luisterend oor bieden. Maar wat als de kracht die je hebt doorschiet en een valkuil wordt? Wat als je je eigen grenzen totaal over het hoofd gaat zien?

Een periode had ik een geliefde die door een depressie ging, doordat hij een aantal heftige dingen had meegemaakt. Toen ik hem net kende had hij uitgebreid uit de doeken gedaan wat hem was overkomen, hij had gehuild en geschreeuwd. Maar op een gegeven ging hij dat schreeuwen ook tegen mij doen. Omdat ik alle verhalen zo goed kende, snapte ik waar al die emoties en reacties vandaan kwamen, waarom hij zich zo op mij afreageerde. Hoe onredelijk en gemeen hij ook was naar mij toe, ik dacht eigenlijk altijd: Ja hij doet zo omdat zijn moeder… Hij voelt zich zo omdat zijn ex… Altijd kon ik begrip opbrengen voor zijn reactie. Maar ondertussen deed het ook pijn. En niet zo’n beetje ook.

Achteraf gezien heb ik allerlei gedrag toegestaan en zelfs goedgepraat dat eigenlijk helemaal niet oké was. Want iets begrijpen en iets toestaan is echt iets anders. Het feit dat ik begreep waar hij vandaan komt, dat ik me kon inleven in zijn belevingswereld wilde nog niet zeggen dat ik alles maar moest pikken. Bovendien droeg ik zijn woede en verdriet de hele dag bij me. Piekerde ik me suf wat ik kon zeggen of doen om hem verder te helpen. Ik voelde me verantwoordelijk voor hem.

‘Wel je grenzen in de gaten houden he?!’ Als empaat heb je dat vast wel eens gehoord. Het klinkt een stuk makkelijker dan het is. Ik heb het in ieder geval altijd knap lastig gevonden om door mijn grote inlevingsvermogen niet te verdrinken in andere mensen. Om mijn eigen behoeften in de gaten te blijven houden én serieus te blijven nemen.

Ik verzamelde een paar mantra’s voor mensen die het ook moeilijk vinden om hun grenzen in de gaten te houden:

– ‘Wij zijn aparte personen.’
Soms moet je gewoon even hardop zeggen: ‘Ik ben mijn eigen persoon. En de ander is zijn of haar eigen persoon. Wij zijn twee aparte personen.’

– ‘Voel ik mijn voeten nog?’
Als je enorm met een ander bezig bent, kun je soms helemaal uit je eigen lichaam verdwijnen. Niet letterlijk natuurlijk. Maar als je aandacht zo bij een ander is, dan is het moeilijk om nog in de gaten te houden waar jij zelf behoefte aan hebt. Een goede truc is om terug te komen in je lichaam, ook in dat verste kleinste teentje. Dus probeer jezelf een paar keer per dag af te vragen of je je voeten nog voelt.

– ‘Neemt mijn lichaam genoeg ruimte in?’
Richt je eens op hoeveel ruimte je lichaam inneemt. Letterlijk. Zit jij met één bil op je stoel? Hang jij over de tafel heen om iemand zo goed mogelijk te horen? Sta jij ineengezakt? Houd je je armen stijf tegen je lichaam of laat je ze loshangen? Sta je in een hoekje gepropt? Vergeet niet dat jij fysiek ruimte mag innemen. De stoel volledig mag bezetten. Gewoon rechtop mag zitten of staan.

– ‘Is dit van mij?’
Je hoort, je voelt, je leeft je in, je begrijpt. Maar stel jezelf bij elk gevoel, elk humeur, elke pijn, elke interactie de vraag: ‘Is dit van mij?’ Zo nee, dan hoef je het niet te blokkeren, maar neem er geen verantwoordelijkheid over. Het is er, maar je hoeft er niet naar te handelen.

– ‘Ik hoef andermans problemen niet op te lossen’.
Het dal waar een ander doorheen gaat, heeft allerlei lessen in zich die die ander moet leren. Het is niet aan jou om alle obstakels voor de ander weg te nemen en de weg te leiden. Hele gekke gedachte misschien, maar als jij op een liefdevolle maar duidelijk manier jouw grenzen aangeeft help je de ander misschien nog wel meer.

– ‘Moet ik dit telefoontje opnemen?’
Iemand anders zal niet ter plekke dood neervallen als jij eens niet de telefoon opneemt. Jij mag ook op een ander moment terugbellen. Of niet.

– ‘Even mijn agenda checken.’
Als iemand iets van jou vraagt (ook als ie dat niet expliciet doet en jij invult) zeg of denk dan eerst: ‘Even mijn agenda checken. Heb ik ruimte/tijd/energie beschikbaar hiervoor?’ En wil jij dit geven, vind je het prettig om dit te geven, kun jij dit geven? Niet maar automatisch in de geef-stand staan.

– ‘Wat wil de ander eigenlijk écht.’
Dat hele inleven slaat soms ook de plank mis. Misschien zit jij wel enorm te geven, terwijl de ander daar helemaal geen behoefte aan heeft. Helemaal zonde van je energie.

– ‘Moet ik mezelf uit een ongezonde situatie halen?’
Soms is iemand zo onredelijk en zo niet in staat zich anders te gedragen, dat er niets anders opzit dan jezelf fysiek uit die situatie te halen. Zeg dat ook tegen die persoon. ‘Ik snap waar je reactie vandaan komt, maar je kwetst me hier erg mee. Ik ga nu ophangen / even een blokje om. Ik weet dat je het moeilijk hebt en wil je niet in de steek laten, maar om dit vol te kunnen houden kan ik hier nu niet blijven.’ En ga weg. Het liefst vóórdat je totaal doorgedraaid bent, omdat er dan woede in je stem zal doorklinken.

– ‘Ik hoef me niet te verantwoorden voor wat ik nodig hebt.’
Als jij iets nodig hebt, ruimte, tijd, aandacht, dan mag jij dat vragen. En krijgen. Daarvoor hoef je je niet te verontschuldigen of te verantwoorden. Het feit dat iemand anders extremere emoties ervaart dan jij op dit moment, het slechter gaat met iemand anders dan met jou, dan wil dat nog niet zeggen dat jij een robot bent. Jij hebt ook wensen en behoeften en die mogen niet structureel genegeerd worden.

– ‘Wat niet van mij is laat ik los.’
En dat maakt je geen egoïstisch person. Dat maakt je niet opeens niet meer liefdevol en aandachtvol. Het voelt eerst misschien moeilijk, onnatuurlijk zelf. Maar uiteindelijk is iedereen en vooral JIJ er bij gebaat dat jij je grenzen in de gaten houdt en de verhalen van anderen laat waar ze thuishoren: bij anderen. En het aangeeft als iemand op een respectloze manier met jou omgaat.

LEES OOK: 19 tekenen dat je een empaat bent

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.