De drie lessen die ik leerde van mijn te vroeg gestorven liefde

Sommige liefde gaat voorbij, soms zelfs pijnlijk definitief. Maar aan het eind van de relatie ligt er meestal wel een cadeau aan je voeten, in de vorm van een paar nieuwe levensinzichten. Janneke deelt die van haar.

Mijn eerste grote liefde ontmoette ik toen ik 21 was. Zes jaar lang waren we samen, toen ging het niet meer. Het was nooit de makkelijkste relatie geweest, toch miste ik hem alsof ik een been miste, of een ander essentieel lichaamsdeel dat me in balans hield. Het duurde een tijdje voor ik erachter kwam dat ik gewoon nog twee benen had. Dat ik daar ook prima op kon staan. Dat liefde gewoon blijft bestaan, ook als je niet meer bij elkaar wilt zijn. Dat dat ook liefde is. Dat liefde niets te maken heeft met een vorm, met ‘een relatie’ hebben. Je hebt een relatie, ook als je geen relatie hebt. Omdat je onzichtbaar met elkaar verbonden blijft – alhans, zo werkt het bij mij als ik met hart en ziel van iemand heb gehouden. Ik ontdekte dat liefde dus niet altijd leuk is, of makkelijk, of zoals het jou uitkomt, zelfs niet altijd wederzijds. Maar dat het desondanks liefde is.

Dat was les 1.

Hij kreeg een ander – terwijl we nog samen waren. Dat niet alleen, hij was toen al een tijdje verslaafd aan verschillende soorten drugs, drank en medicijnen. En ook al probeerde hij daar vanaf te komen, hij kwam er niet vanaf. Althans, niet op dat moment. Mensen die verslaafd zijn, zijn vaak niet meer helemaal degene die ze eerst waren, maar zelf hebben ze dat niet door. Sterker nog, soms doen ze alsof het allemaal aan jou ligt. Daardoor ga je aan jezelf twijfelen. Dat was vervelend, maar het het was ook nuttig. Ik leerde er bijvoorbeeld van dat ik in zekere zin ook verslaafd was. Aan de liefde. Daar zijn trouwens heel goede boeken over geschreven, zoals Verslaafd aan liefde en Als hij maar gelukkig is. Maar wat ik vooral leerde, is wat vergeving was. Want ook al brak mijn eerste grote liefde voor het eerst mijn hart behoorlijk grondig, en zijn er tijden geweest dat ik dacht dat ik hem haatte, op een dag zaten we toch weer koffie te drinken en bij te praten. En was het zowaar gezellig. Daar waren overigens wel jaren van radiostilte overheen gegaan. Jaren waarin ik hem nooit vergat, maar ik ook niets meer met hem te maken wilde hebben. Althans, niet op dat moment. Tot ik hem vergeven had.

Dat was les 2.

Zo werd mijn grote liefde een grote vriend. Hij kickte af (de korte samenvatting van een lang proces), zijn relatie ging uit. Hij vond een woning bij mij om de hoek. Met enige regelmaat waaiden we bij elkaar aan of belden we elkaar op om onze recente dates met elkaar te bespreken, want ook ik was op dat moment weer vrijgezel. Hij zat altijd vol goede adviezen, zoals welke foto ik op mijn profiel moest zetten en wat voor soort tekst daar dan bij moest. ‘Ik hou van meisjes die lachen naar honden’, stond er op het zijne. De meeste mannen met wie ik afsprak, vond hij trouwens niets. ‘Weet je wat het is met relaties,’ zei hij. ‘Op een gegeven moment moet je wel je schoenen durven uittrekken en laten zien wat voor sokken je aan hebt.’ Want hij hield van metaforen met sokken. We vroegen ons zelfs af of het een goed idee zou zijn om ooit samen te proberen een kind te nemen. Omdat we allebei nog single waren en er niet echt jonger op werden. En omdat we, zo’n acht jaar na onze relatiebreuk, eigenlijk beter met elkaar overweg konden dan ooit. We spraken af het nog een jaar te geven, en daar dan verder over te praten.

Toen ontmoette ik een nieuwe liefde. Kort daarop sprak ik mijn oude liefde over de telefoon en wilde ik het hem vertellen. Maar hij had haast, dus het kwam er niet van. Een paar dagen later werd ik gebeld door de beste vriend van mijn oude grote liefde. Mijn grote liefde was niet meer. Hij was gaan zwemmen, ergens op geklommen om in het water te springen en gevallen. Hij was op slag dood. Weer datzelfde gemis, maar dan anders. Ik wist inmiddels dat ik twee benen had om op te staan. Maar de grond onder mijn voeten zakte weg. Het enige wat hielp, was te doen alsof hij er nog steeds was. Soms leek dat ook echt zo. Hoorde ik ineens zijn stem. ‘Er komt een heel leuke verrassing aan als je straks op vakantie gaat.’ Misschien was ik een beetje gek geworden. Of misschien is echte vriendschap sterker dan de dood.

Mijn kersverse nieuwe liefde was mijn grootste steun. We gingen samen op vakantie en op de terugreis in het vliegtuig wist ik ineens: ik ben zwanger. Dat was inderdaad zo – van een tweeling. Over verrassingen gesproken.
De nieuwe liefde is me extra dierbaar, en die van mijn kinderen ook. Ik probeer er vaker bij stil te staan hoe bijzonder het is dat ze in mijn leven zijn. Ook de liefde van mijn ouders en vrienden ben ik anders gaan ervaren. Het is niet vanzelfsprekend dat ze er zijn en je weet nooit voor hoe lang nog. Nú is het moment om samen te zijn en alle momenten te koesteren, zelfs de minder leuke. Het leven is voor de levenden en het is NU. Dus lééf het, alsof elke dag je laatste kan zijn.

Aan les 3 werk ik nog steeds.

LEES OOK: Doe de driedaagse dramadetox (jij kunt ’m vast ook goed gebruiken!)

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.