“Doe eens lekker spontaan!” Nou, liever niet

Je bent pas echt vrij en ‘lekker jezelf’ als je in het openbaar gek durft te doen. Toch? Dat zal allemaal wel, maar Vala doet liever gewoon, want dat vindt ze eigenlijk al gek genoeg.

Ik had eens een relatie met een man die van het creatieve, uitbundige soort was. Hij droeg corduroy jassen, deed iets met theater en was vooral heel erg één met het kind in hem. Wat inhield dat hij bijvoorbeeld midden op de Dam, in de regen, uitbundig ging staan dansen. Of in de tram opeens op zijn knieën kon zakken en een sonate van Shakespeare begon te declameren, bij wijze van openlijke liefdesverklaring aan mij. En dan vond ‘ie het raar dat het schaamrood mij spontaan naar de kaken schoot. Want: waarom kon ik niet ook gewoon eens spontaan doen? Schijt aan iedereen, zeg maar. Dat was toch juist heerlijk? Nou nee, ik ga nog liever gewoon dood.

Vele kwaliteiten bezit ik, maar spontaniteit is er niet één van. Al zolang ik me kan herinneren denk ik eerst uitvoerig na voordat ik handel. Gek doen heb ik nooit gekund. Ook als kind al niet. Ik ben serieus geboren en ik vrees dat ik dat altijd zal blijven. Sterker nog, ik doe niet alleen zélf niet gek, ik vind het ook enigszins gênant als anderen maling hebben aan het decorum en eens even lekker uit de band springend enorm zingend over straat gaan. Want dan denk ik: waaróm? Je kunt toch ook gewoon normáál doen? En zo niet, dan kun je mijns inziens wel een rondje therapie gebruiken voor het bestrijden van je Peter Pan Syndroom. Maar ik heb begrepen dat dergelijke standpunten van mij een zure muts maken.

Wie spontaan durft te zijn, is echt. Authentiek. In contact met zijn emoties. En misschien is het waar, misschien ben ik inderdaad dood van binnen, heb ik een diepgeworteld emotioneel probleem en moet ik shocktherapie om mijn innerlijke kleuter te hervinden. Maar het punt is: ik wíl helemaal niet in contact komen met mijn ‘kleine ik’. Ik wíl mijn gevoelens en emoties niet de vrije loop laten. Nee, ik wil ze juist vooral graag beteugelen. Ik wil niet als Gene Kelly in een stortbui jonglerend met mijn paraplu aan de lantaarnpalen halen. Ik wil niet zingend op de fiets zitten. En ik wil mijn partner ook vooral niet en plein public de liefde verklaren. There’s a time and a place for everything, is mijn credo. En de time om gek te doen is wat mij betreft voorbij als je al je melktanden gewisseld hebt.

Mis ik iets in mijn bestaan, omdat ik zo gereserveerd ben? Dat zou best kunnen. Ik ben heus weleens jaloers op het joie de vivre waarmee sommige mensen door het leven huppelen. Want wat moet het bevrijdend zijn om je niet altijd zo bewust van jezelf en je omgeving te zijn, of er in ieder geval flink maling aan te hebben. En ik heb het ook heus wel geprobeerd hoor, de remmen los te gooien, maar het voelt gewoon niet goed (zelfs niet na een flinke borrel). Als een kat die krampachtig probeert van water te gaan houden. Dood ga ik er niet van (althans niet letterlijk, figuurlijk wel een beetje), maar de levenslust vergaat me toch wel behoorlijk. En daarnaast: hoe spontaan is het nog, als iemand staat te dansen op de Dam, maar dan wel als een geconstipeerde boer met kiespijn?

Laat iedereen dus vooral lekker spontaan doen, dan ga ik thuis wel Tolstoj zitten lezen. Verschil moet er tenslotte wezen. Want stel je voor dat we allemaal van die mafklappers waren. Dat is toch wel een beetje al teveel gekheid op het spreekwoordelijke stokje.

Lees ook: Wees eens lekker spontaan, daar word je happy van! (En anderen ook).

Geschreven door