Een huis vol zooi; heb jij ook last van verzamelwoede?

Laatst ging ik verhuizen. Ik was in de veronderstelling dat ik niet zo heel veel spullen had. Dat bleek een geval van selectieve vergetelheid. Toen ik de trap opgeklommen was naar de zolder bleek die vol te staan met dozen. Hé-lé-maal vol met dozen. Wat er in die dozen zat? Shit voornamelijk. Meer kan ik er niet van maken. En vooral ook: overbodige shit. Die ik dus bewaard had. Waarom? Al sla je me dood.

Lees ook: Supergezond: aan jezelf denken! En dit is waarom

Schoenen die ik nooit meer draag. Porseleinen poezenbeeldjes (echt, de horror!) die ik als kind eens spaarde, albums vol postzegels en zo kan ik nog wel even doorgaan. Mijn zolder lag er vol mee. Net zoals de zolders, schuurtjes en trapkasten van veel huizen, omdat menigeen geen afstand kan doen van spullen die eens naar naar binnen zijn gebracht en daarna in een stoffig hoekje een tragische dood zijn gestorven. Want alhoewel we die vijf antieke peper en zoutstelletjes die we toen voor een prikkie op Koningsdag op de rommelmarkt hebben gescoord nog nooit gebruikt hebben, ze zelf voor 50 eurocent van de hand doen op het volgende volksfeest kunnen we ook niet over ons hart verkrijgen. En dus kunnen je kinderen, als je op je 95ste eenmaal het leven laat, vloekend en tierend 300 keer op en neer naar de Kringloopwinkel in een poging een heel leven aan rotzooi te slijten.

Kun jij ook geen afstand nemen van je spullen? Dan beschik je helaas over een brein dat moeite heeft zich flexibel op te stellen. Onderzoekers concludeerden dat mensen die de neiging hebben tot verzamelen het moeilijk vinden om in keuzesituaties een beslissing te nemen. En daarom dan dus gewoon maar helemaal geen keus maken. Want stel je voor dat die oude afgetrapte laarzen nog eens van pas komen… Je zou er bijvoorbeeld boswandelingen mee kunnen maken. Of mee in de tuin kunnen werken. En die poezenbeeldjes, oke, ze zijn wel foeilelijk natuurlijk, maar je was er destijds zo verknocht aan. Het zijn niet alleen beeldjes, het zijn herinneren! Nee, die kunnen echt niet weg. Maar natuurlijk sta je uiteindelijk toch gewoon op je nieuwe hagelwitte gympen de borders schoffelen en die beeldjes, daar denk je al niet meer aan zodra je de zoldertrap half af bent. Die herinneringen zitten namelijk ook in je fotoalbums, die gewoon beneden in de kast staan.

De neiging tot verzamelen is niet zo vreemd. Vroeger, toen we nog in dierenhuiden liepen, trokken we tenslotte jagend en verzamelend over de steppe. Verzamelen was een strategie om te overleven en we blijven, ondanks alle evolutie, diep van binnen nou eenmaal toch altijd een beetje neanderthalers. De biologische drang om te accumuleren is blijkbaar de aard van het beestje en wat erin zit, sla je er nou eenmaal meestal moeilijk uit. En dus zitten we voor we het weten met een zolder vol wanstaltig Delfts-blauw poezenporselein wat daar voor de, ja inderdaad, kat z’n kut, je opbergruimte staat op te slokken. Toch zonde, want ipv een kattenkerkhof, had je er bijvoorbeeld ook een mooie werkkamer van kunnen maken.

Op zich is een zolder vol zooi niet direct een probleem. Elke verzamelaar heeft een eigen reden voor zijn verzamelwoede. Vaak is het compensatie voor een gemis aan iets anders en dat hoeft niet persé erg te zijn. En lang niet iedereen wordt uit z’n eigen huis verdrongen door zijn immer groeiende kattencollectie. De meeste verzamelaars zijn ‘stille hoarders’, die geen nadelige gevolgen ondervinden van hun uitpuilende zolders of kelders. Daar hebben alleen de verhuizers last van als er verkast wordt en ach, die worden betaald om andermans troep te verslepen, dus die kijken niet op of om van een poezenbeeldje of 300.

Kan je zelf echter alleen nog maar op het puntje van de bank zitten omdat de rest van je woonkamer bezet is door je collectie antieke poppen, dan is het misschien tijd om schoon schip te maken. En het liefst vóórdat die poppen je smoren met hun al even antieke haarlinten. Want compulsief hoarden is een fullblown psychiatrische aandoening, waar je, eenmaal besmet met de verzamelkoorts, heel moeilijk weer vanaf komt. En wat dan begint als een grappige tic, eindigt in een vervuild huis vol troep, waarbij uiteindelijk een hijgerige commerciële televisiezender met geweld de deur moet forceren om jou onder je eigen verzameling vandaan te redden.

Ik heb mijn poezenbeeldjes nu toch maar weg gedaan. Na 15 jaar en zes verschillende huizen leek het me tijd om afscheid te nemen van mijn porseleinen vrienden. Ik heb even gehuild toen ik ze rinkelend in de vuilniszakken hoorde kletteren (ik denk zelfs dat ik ze zachtjes heb horen miauwen). Maar het is beter zo. Het is tijd om een flexibel brein te kweken. Ik wil tenslotte niet eindigen op nationale televisie, als de crazy cat lady.

Lees ook: Hoe zorg je voor meer rust in je hoofd?

(Bron: Marketingfacts / Goedgeregeld.net)

Geschreven door