Fit is het nieuwe dun (en waarom dat net zo ongezond is)

Het maatje 34 schoonheidsideaal is gelukkig alweer een tijdje op z’n retour. Tegenwoordig willen we niet meer dun zijn, maar vooral: gezond. Niks mis mee, toch? Dat is nog maar de vraag. Want de fitheidskoorts grijpt steeds meer om zich heen. En zo healthy is dat misschien helemaal niet.

Iedere morgen als ik naar mijn werk ga, kom ik langs een groepje bootcampers. Bij het krieken van de dag liggen ze zich in strakke pakjes in een parkje collectief op te drukken. En iedere ochtend denk ik: ‘jullie zijn hartstikke gek’. Maar ik ben blijkbaar één van de weinigen die zich niet dagelijks voor het werk in het zweet werkt en daarna in haar active wear met een groene smoothie naar kantoor jogt. Niet dat ik niet sport hoor, maar waar ik gewoon een paar keer per week een uurtje (en niet zelden met frisse tegenzin) op een crosstrainer zit, neemt om me heen iedereen een personal trainer in de arm en slaat de ene boerenkoolshake na de andere achterover. Want: fit is het nieuwe dun. Vergeet size zero, we willen geen slank lijf, maar een gezónd lijf. Gezond zijn is het nieuwe ding van tegenwoordig. En dus trainen we ons een onvervalste fitbody en eten we alleen nog maar ‘clean food’. Helemaal prima zou je denken, goed zelfs, in een tijd waarin obesitas volksvijand nummer één is en Netflix van ons een stel ingezakte couch potatoes maakt. Maar schijnt bedriegt.

Natuurlijk is er niks op tegen als je je gezondheid in acht neemt. Verantwoord eten en regelmatig bewegen zijn belangrijk en zelfs onontbeerlijk als je zonder al teveel gebreken de 95ste wilt halen. Maar zoals met alles, geldt ook hierbij: teveel van het goede is, nou ja, niet goed dus. Waar we ons eerst spiegelden aan ultradunne modellen, tegenwoordig zijn het de zogenaamde fitgirls die de collectieve bron van inspiratie vormen. Met hun gespierde lijven en verantwoorde havermoutontbijten hebben ze de social media overgenomen en vol bewondering (en met gezwinde spoed op onze nieuwe renschoenen natuurlijk) volgen we hen. We gaan naar ons werk met zelf geprepareerde tupperwarebakjes met biologische bulgursalades, hangen onze stappenteller om als we naar de supermarkt lopen en gaan in weer en wind op zondagochtend met onze PT trainen voor een marathon. Want #fitspiration tenslotte. Wat zijn we toch goed bezig. En ondertussen plegen we roofbouw op onszelf. Zowel lichamelijk als geestelijk.

Een vriendin van mij wordt overal ziek van. Althans, dat denkt ze zelf. Al het voedsel wat ze niet zelf heeft gekocht of klaargemaakt, waarvan ze niet helemaal zeker weet dat het ‘veilig’ is en ‘schoon’, is potentieel vergif. Een andere vriendin spendeert al haar weekenden aan het deelnemen aan triathlons, samen met haar kinderen. Inmiddels is heeft ze geen gram vet meer op haar lijf en ze post regelmatig selfies van haar ontzettend fitte gezin na weer training en lijkt immer stralend en inderdaad, supergezond. Feit is echter wel dat ik nooit meer met haar uit eten kan. Ze komt ook niet bij mij eten, want wat ik maak vertrouwt ze niet. Het zou namelijk weleens uit een gewone supermarkt kunnen komen. En ze moet op tijd naar bed om het ideale aantal uren slaap te halen. Steeds meer mensen in mijn omgeving voegen zich bij het snel groeiende gezondheidsleger in de samenleving dat zich heeft toegelegd op het leven van een healthy lifestyle. Gezondheid is niet langer voor een groot deel willekeurig en een kwestie van geluk hebben, gezondheid is een keuze geworden. Wie niet supergezond is heeft het er blijkbaar gewoon bij laten zitten en moet zich eigenlijk wel een beetje schamen. Maar de vraag is natuurlijk: wanneer ben je dan eigenlijk precies gezond en wanneer niet? En: waar stopt het?

Want dat is dus het gevaar: we denken dat het leven maakbaar is en het lijf dus ook. En dus gaan we door tot we erbij neervallen. Krijgen we weliswaar geen anorexia, want eten doen we wel (uiteindelijk kom je met al die bananen en die boerenkool namelijk wel aan die 2000 calorieën), maar wel orthorexia: een eetstoornis waarbij iemand geobsedeerd raakt door ‘foutloze’ (en dus ‘gezonde’) voeding, vaak in combinatie met veel bewegen (want sporten is tenslotte ‘gezond’). En dan mogen we er weliswaar goed uitzien, met onze killer abs in de juicebar, ondertussen zijn we net zo dwangmatig bezig als iemand die zich uithongert, of die na het leegvreten van de koelkast haar vinger in haar keel steekt. Alles behalve gezond dus, hoe prachtig onze lijven ook afsteken tegen die Instagramfiltertjes. Maar gezondheid is geen statisch begrip, dé gezondheid bestaat niet en hét gezonde lijf al helemaal niet. De volledige controle over je lichaam heb je gewoon niet en dan kun je nog zoveel stronken rauwe broccoli wegwerken, het kan nog steeds zo zijn dat je op een dag toch kanker krijgt. En daar heb je dan al die ochtenden in alle vroegte met een schreeuwende trainer in je nek een bowlingbal voor tussen je benen door gezwaaid, terwijl je ook eens uit had kunnen slapen. Dan kun je je toch afvragen waar je het allemaal voor gedaan hebt.

Misschien wordt het tijd om gewoon weer eens een beetje normaal te gaan doen op lichamelijk gebied. Dus met twee keer per week sporten, ’s ochtends een boterham met kaas ipv een kom havermout met amandelmelk, blauwe bessen en een handje chiazaad en spieren die je niet per se door je kleren heen hoeft te zien. En met in de winter een klein dekentje van vet over je wasbordje van al die andijviestamppot. Want al dat gezondheidsgedoe, het wordt zo langzamerhand een beetje ziekelijk. Verantwoord leven is goed, maar gezond van lijf en leden blijf je alleen als je je niet alleen maar op dat lijf concentreert. Het is ook leuk om af en toe met je vriendinnen af te spreken in de wine,- ipv in de juicebar. Want van een avond bijkletsen met een goed glas Merlot krijg je weliswaar een kater, maar ook een goed humeur. En dát is dus écht heel gezond.

Lees ook: Jiggle for joy: deze supervrolijke video over body image ging viraal.

Geschreven door