Hoe ik in een sekte belandde (deel 2)

Liesbeth volgde jaren geleden iets dat een cursus time-management leek te zijn, maar kwam erachter dat het om iets heel anders ging. Tijdens de introductiedagen krijgt ze al het gevoel dat er iets niet helemaal pluis is. “Volgens mij zitten er mensen van de organisatie in het publiek.”

Drie dagen zaten we in die conferentiezaal in Amsterdam, van ’s ochtends negen tot ’s avonds twaalf. En ik wil eerlijk zijn: daar zaten zeker mooie momenten tussen. Al was het maar omdat ik, wij –we waren met ongeveer 300 mensen- in die dagen even stil stonden. Bij onszelf, bij wie we waren en wilden zijn, bij welke mensen een grote rol speelden in onze levens en met welke problemen we te maken hadden, al dan niet door onszelf veroorzaakt. En daar is niets mis mee, daar blijf ik bij. Ik vind het nog steeds heel mooi dat iedereen daar –zo leek het althans- de tijd en de moeite nam om naar zichzelf te kijken, en eventueel aan zichzelf te werken. Door na te denken, zich te laten inspireren, proberen anders te gaan denken en dan vooral: te gaan bellen met de mensen in onze levens met wie we kennelijk iets op te lossen hadden. Die drie dagen waren als een soort collectieve snelkookpan, waarin we allemaal individueel onze eigen negatieve overtuigingen tegenkwamen (Ik ben het niet waard. Niemand ziet mij. Mijn moeder houdt niet van me. Ik ben een bedrieger. Ik voel mezelf beter dan de rest / ik voel mezelf minder dan de rest. Alles is mijn schuld. En ga zo nog maar even door). En daar iets aan wilden doen.

Dat was mooi. Dat was soms ontroerend. Ik kan me nog een moment herinneren dat we een verhaal verteld kregen over de ratrace die het leven kan zijn, als je zelf niet ingrijpt. Dat het dan een kwestie wordt van steeds maar weer het volgende doel willen halen, van zindelijk worden als baby tot je studie afmaken, van trouwen tot scheiden tot opnieuw een liefde gaan zoeken, van een huis kopen tot een ander huis willen, van een baan hebben en dan een betere baan willen. Blijven rennen, blijven zoeken, tot je dood gaat. En je je misschien dan pas, als er geen tijd meer is om iets na te jagen, afvraagt waar je dat hele leven nou zo hard voor hebt gezocht, terwijl je het al die tijd allang bij de hand had: jij zelf. Al die tijd was je op zoek naar jezelf.

Ik weet nog dat ik naast een wildvreemde vrouw zat op dat moment, en we elkaar met tranen in de ogen aankeken. Want dit was waar, dit begrepen we, dit voelden we. Oke, de bril op het podium die het vertelde (ik mocht die vrouw niet) deed weliswaar ruim een uur over het verhaal, maar inmiddels had ik de afgelopen dagen geleerd dat je ergeren aan mensen allemaal aan jezelf lag. Niet zij, maar mijn persoonlijke irritatie was hier dus leidend: ze leek misschien wel op een vervelende tante van vroeger ofzo? En dus had wat ik voelde niets te maken met wat er daadwerkelijk gebeurde, of met haar. Zoiets.

Maar er was toch ook echt iets geks aan de hand. Zo kwam ik erachter dat er mensen in de zaal zaten die deels meededen met ons, en deels vrijwilliger waren. Ze klapten hard, juichten bij ‘doorbraken’ van mensen en stapten zelf het podium op met persoonlijke bekentenissen. Veel later begreep ik dat dit het systeem was van deze grote bijeenkomsten: wie actief was in de organisatie als vrijwilliger mocht gratis deelnemen aan dit soort weekenden in ruil voor assistentie terplekke. Bovendien hadden ze nog een andere taak. Merkte ik op het moment dat een mede-cursiste op een vroege zondagochtend plotseling onrustig werd en steeds harder in zichzelf begon te praten tot iets wat geschreeuw werd. Wat ze zei kon ik niet horen, maar wat er gebeurde kon ik wel zien: Ze werd vliegensvlug door twee –kennelijk- vrijwilligers meegenomen naar buiten, waar ik op de gang nog even een hoop geschreeuw en gedoe hoorde voor het stil werd. Ik heb haar niet meer teruggezien.
En je zou kunnen zeggen dat dit een kwestie was van de orde bewaken –wat ik ook wel begrijp gezien de menigte- maar dat dit voorval vervolgens op geen enkele wijze werd benoemd door de cursusleidster op het podium –toch al niet het toonbeeld van empathie- vond, en vind ik echt heel erg raar. Want hier zaten we dan, kwetsbaar en eerlijk en menselijk te zijn met z’n allen. Iemand van ons raakte emotioneel kennelijk van het padje af, dat konden we allemaal zien, maar de leider ging gewoon stoicijns door met het verhaal waar ze op dat moment in zat. De boodschap: voor gekte was hier geen plaats. Dan werd je van je stoel gehaald. Of je nou net drie dagen lang je hele leven overhoop aan het halen was, of niet. En dat terwijl de een zijn of haar leven meer dan de ander overhoop aan het halen was dankzij deze dagen, dat had ik allang gemerkt. Wat was er dus met deze vrouw gebeurd? Ging het wel goed met haar? En waarom werd het voorval helemaal niet benoemd?

En ik voelde vanaf dat moment vanuit mijn tenen: dit hier heeft iets kouds. Iets engs. Iets berekenends. Misschien was het zelfs maar de vraag of we hier echt zaten voor onszelf en onze eigen ontwikkeling, maar was het belangrijker dat wij –de nieuwelingen- niet teveel vragen stelden (aantekeningen maken was bijvoorbeeld verboden) en dit gedachtengoed langzaam gewoon gingen overnemen en doorgeven. Omdat we persoonlijk naar meer diepgang en zelfkennis verlangden, en dat verlangen hier werd omgezet in iets waar grotere belangen dan de onze bij kwamen kijken.
En dat zeg ik niet zomaar. Want op de laatste avond, de avond van het Grote Collectieve Afscheid, waarop iedereen op het podium in de microfoon mocht zeggen waar hij of zij vanaf nu echt verantwoordelijkheid voor ging nemen, gevolgd door –wederom- veel applaus en gejoel van ons en ach, dat meenden we ook echt – was het ook de bedoeling dat we daar onze familie en vrienden voor uitnodigden. Ik zie ze nog staan, mijn vader en moeder, mijn zus en mijn broertje. Ik zie ze nog binnenkomen, mijn liefste lieverds die wel eens even met eigen ogen wilden zien waar ik mee bezig was. En ja: ik zie mijn moedertje nog zitten, even later aan een tafeltje bij een ultrablije vrijwilliger, in een gesprek over de vraag waarom mijn moeder eigenlijk zelf niet….het zou ook wat voor haar zijn… het was een kwestie van jezelf openstellen… waarom zou ze nee zeggen tegen iets waar je ook ja tegen kon zeggen…, hoe zou het zijn als alles ineens mogelijk zou zijn…

Ze zei nee. En het bleef nee. Maar ik wist eigenlijk al genoeg: dit ging helemaal niet om ons, dit ging om geld, en ze wierven zieltjes via onze eigen persoonlijke netwerken. En dat terwijl ik toen nog moest nog beginnen aan de 10 terugkom-avonden. En die zaten inclusief  in de prijs, dus die wilde ik wel volgen…

Volgende keer: “Je moet jezelf een vervolgcursus gunnen, want dit is pas het begin. De kosten zijn opnieuw 495 euro.”

Lees ook: Hoe ik in een sekte belandde (deel 1)

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).