Hee, het is oke! Kwetsbaar zijn mag.

Hoe voel jij je, als je iets fout gedaan hebt? Als je een stomme opmerking maakt en iedereen je raar aankijkt? Waarschijnlijk schaam je je en zou je wel door de grond willen zakken. Maar dat is eigenlijk onnodig. Want je kwetsbaarheid tonen, dat is niks om je voor te schamen!

Ik vind eigenlijk niks erger dan kwetsbaar zijn. Het liefst probeer ik ervoor te zorgen dat mensen me nooit kunnen raken. Hoe ik dat voor elkaar krijg? Door nooit fouten maken, altijd alles perfect te doen. Dan kan namelijk nooit iemand op,- of aanmerkingen maken, of me wijzen op iets dat ik misschien beter anders had kunnen doen. Dat vind ik namelijk vreselijk. Ik kán niet falen. Van het idee alleen al moet ik bijna huilen. Niet omdat ik vind dat kritiek onterecht is en dat ik het altijd beter weet of doe, maar gewoon, omdat ik me schaam voor mijn fouten, voor mijn imperfecties dus eigenlijk. Die maken me namelijk heel erg kwetsbaar. En dat wil ik niet, want dat vind ik vervelend en vooral ook: eng. Terwijl iedereen kwetsbaar is en niemand perfect. Dat maakt je namelijk, nou ja, mens dus. Maar eigenlijk wil ik liever niet dat iemand mij ziet als mens, of eigenlijk, zoals mezelf dus.

Een masker dat ik niet als enige draag, zegt Brené Brown, de autoriteit op het gebied van kwetsbaarheid en schaamte. Liever kijk ik niet naar haar immens populaire TED-Talks op YouTube, zogenaamd omdat ik het allemaal maar een beetje gezemel vindt. De échte reden dat ik haar theorieën moeilijk te verteren vind is natuurlijk dat ze te confronterend zijn. Want Brown verkoopt geen onzin. Ze heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar beide onderwerpen en weet dus heel goed waar ze over praat. In haar boek ‘De Kracht van de Kwetsbaarheid’ laat ze zien dat je kwetsbaar opstellen geen zwakte is, maar juist de manier om betekenisvolle verbindingen met anderen aan te gaan.

Je kwetsbaar opstellen is ronduit eng. Eigenlijk is het alsof je naakt op een podium gaat staan voor een volle zaal met mensen. Want: je laat je helemaal zien en je hebt geen flauw idee hoe je publiek daarop gaat reageren. Wat als ze met rotte tomaten beginnen te gooien? Wat als ze je niet mooi vinden? Tja, wat als…? De huidige samenleving is totaal gericht op perfectie, we kunnen, mogen en willen daardoor niks meer fout doen. Met als gevolg dat we met z’n allen een ontzettend krampachtig toneelstukje op lopen te voeren waar we eigenlijk best wel ongelukkig van worden. Want: zou het niet een verademing zijn om te zien dat anderen het ook weleens niet weten? Of niet kunnen? En zou je ze dan uitlachen? Nee, natuurlijk niet! Maar toch hè, maar toch…speel ik liever tot in lengte van dagen die rol, dan dat ik me bloot geef.

Ga jij weleens dingen uit de weg, omdat je niet weet hoe het af zal lopen? Neem je weinig risico’s, omdat je niet zeker weet of je succes zult hebben? De kans is groot dat je liever op safe speelt. Ik wel in ieder geval. Alles beter dan falen, tenslotte. Slagen we ergens niet in, dan voelen we dat als een smet op ons persoonlijk blazoen en zijn we doodsbang voor de reacties van onze omgeving. Maar, stel je nou voor dat het wel zou lukken? Is het dan die poging gewoon niet waard? Want, daar is die vraag dan weer” ‘wat als?’ Het antwoord kan uiteindelijk iets zijn dat je liever niet had willen horen, maar wat als het dat juist niet is?

Brown haalt in haar boek een passage aan uit een toespraak van Theodore Roosevelt. En die pakt eigenlijk heel goed de kern van wat het boek ons probeert te laten zien:

‘Het is niet de criticus die telt; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. 
De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, zijn gezicht besmeurd met stof, zweet, en bloed; die zich kranig weert;
Die fouten maakt en keer op keer tekort schiet, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk is;

Die desondanks toch probeert iets te bereiken;
Die groot enthousiasme en grote toewijding kent;
Die zich helemaal geeft voor de goede zaak;

Die als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootste verrichting proeft;
Die, als het tegenzit en als hij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond…’

Want daar gaat het om: fouten maken is niet erg, fouten maakt hoort erbij. To be flawed, is to be human. En jezelf tonen, écht tonen, met al je imperfecties, maakt van jou (en ja, dus ook van mij) juist het mooiste mens dat je kunt zijn.

Lees ook: Wat psychologen willen dat je weet over stress en burn outs.

Geschreven door