Nee, je ex is geen narcist – Waarom we moeten ophouden met psychologiseren

Het lijkt wel alsof iedereen tegenwoordig iets heeft. Je irritante ex is een narcist, je enigszins wereldvreemde oom een autist en die ene hysterische collega heb je en passant even gediagnosticeerd als bipolair. We strooien met psychologische aandoeningen. Maar is dat eigenlijk wel terecht?

Er zijn mensen in mijn omgeving die weleens gekscherend roepen dat ik een beetje autistisch bent. Ik kan namelijk nogal rechtlijnig uit de hoek komen en ik ken weinig schaamte, dus heb ik volgens hen autisme. Ze bedoelen het niet beledigend, het is meer een soort liefkozende manier om mij te definiëren, in een hokje te stoppen. Nou heb ik zelf een, door meerdere kinderpsychiaters, officieel gediagnosticeerde autistische zoon en hoewel ik haar karakteranalyse van mijn persoon best begrijp en ook weet dat het niet lullig bedoeld is, heb ik soms toch enigszins moeite met dat label dat mij lukraak wordt opgeplakt. Ik ben namelijk helemaal geen autist. Dat weet ik omdat ik door mijn zoon zeer diep in de materie van het autisme zit en het bovendien eens getoetst heb bij een psycholoog, die op mijn vraag of ik misschien zelf ook autistisch ben hartelijk begon te lachen en mij ervan verzekerde dat ik een heleboel ‘gektes’ had, maar dat autisme er toch echt niet één van was. Het is niet alleen dat het op zich niet heel leuk is om onterecht een psychologische stoornis toebedeeld te krijgen, wat me aan de psychologiseer-trend van de laatste tijd voornamelijk tegen de borst stuit is dat het schadelijk is voor de mensen die echt wat hebben. De mensen zoals bijvoorbeeld mijn zoon.

Onlangs zei journalist Mirthe Berendsen in de Volkskrant hetzelfde. Diagnoses zoals autisme, narcisme, depressie, ADHD etc. kunnen in principe alleen gesteld worden door daarvoor opgeleide professionals, na gedegen psychologisch en/of psychiatrisch onderzoek. Dat komt omdat deze aandoeningen complex zijn en iemand aan een groot aantal verschillende criteria moet voldoen om als zodanig geclassificeerd te worden. Dat is ook logisch, want lijden aan een psychologische stoornis is niet niks. Het heeft niet zelden verregaande gevolgen voor je welzijn en je leven en maakt bovendien dat je vaak gespecialiseerde hulp nodig hebt. Hulp die steeds moeilijker te verkrijgen wordt als opeens God en z’n ouwe moer autisten en ADHD’ers zijn. Want het echte klinische beeld raakt daardoor steeds meer vertroebeld, tot op het punt dat we de echte stoornissen niet meer van die, die van de spreekwoordelijke psychologische koude grond komen kunnen scheiden. En dan wordt het lastig om gezien en gehoord te worden als je echt om hulp staat te roepen. Alsof het nog niet moeilijk genoeg is om je staande te houden in een wereld die niet op jou berekend is.

Maar dat is het dus: we staan steeds minder tolerant tegenover mensen die niet precies in de pas lopen. Onze wereld is tegenwoordig zo weinig berekend op mensen die een beetje afwijken, dat echte afwijkingen verloren gaan in de brij aan losse pols diagnoses die we elkaar geven. Omdat we mensen koste wat het kost willen kunnen plaatsen. Gedrag dat in onze ogen afwijkend is (omdat wij zelf het anders doen, of omdat we hebben geleerd dat het niet zo ‘hoort’), daar moet in onze ogen dus wel wat mis mee zijn. Niet dat we die mensen dan gelijk hevig veroordelen of als minder bestempelen, maar we willen ze wel kunnen definiëren. Zodat we kunnen verklaren waarom ze zo ‘raar’ doen. Wat natuurlijk weinig meer dan enorm stigmatiserend is en helemaal niks doet voor de daadwerkelijk psychologisch aangedane mensen, die iedere dag weer heel hard moeten vechten om dat soort stigma’s juist van zich af te schudden. Want nee, niet alle autisten zijn rigide botteriken zonder emoties, en niet iedereen die ADHD heeft is een soort manische stuiterbal die nooit iets voor elkaar krijgt. Maar door al dat psychologiseren hebben we inmiddels De Autist en De ADHD’er in het leven geroepen. Terwijl die dus helemaal niet bestaan.

Het is voor mij en mijn autistische zoon bijzonder vervelend om altijd maar het stereotype beeld van autisme te moeten ontkrachten. Bovendien is het beledigend voor ons en onze vaak ingewikkelde situatie dat er zo makkelijk wordt gestrooid met deze complexe diagnose en de gevolgen daarvan, waar wij dagelijks mee worstelen. Het feit dat iedereen tegenwoordig autistisch is zorgt ervoor dat wij niet meer serieus genomen worden en dat de moeilijkheden en uitdagingen waar mijn zoon tegenaan loopt vaak gebagatelliseerd of simpelweg gemist worden. Mijn zoon verdrinkt in de zee van nep-autisten om hem heen. En het is voor hem al moeilijk genoeg om zijn hoofd boven water te houden.

Iedereen heeft z’n opvallende trekjes en eigenschappen. Maar of die ook daadwerkelijk raar of afwijkend zijn is nog maar de vraag. Hoogstwaarschijnlijk niet. Normaal bestaat namelijk niet. Psychologische aandoeningen bestaan wel, maar er is maar een klein deel van de mensen die die daadwerkelijk heeft. De rest van de mensen is gewoon zichzelf en de variatie daarin is enorm. Daarom wil ik, als moeder van een kind met een psychologisch probleem en als mens met haar eigen set eigenaardigheden en unieke karaktertrekken, pleiten voor het stoppen met psychologiseren. Nee, je ex is geen narcist. Je collega is niet bipolair. En ik ben geen autist, ik ben gewoon een beetje rechtlijnig. Misschien begrijpen we elkaar soms niet, misschien zijn we het niet altijd met elkaar eens, misschien zou jij dingen heel anders aanpakken dan ik. Maar dat betekent nog niet dat ik dus per definitie geestesziek ben. Ik ben gewoon anders dan jij, meer niet. We zijn allemaal anders. En dat is helemaal geen probleem. Dus, beste mensen, laten we daar dan ook geen probleem van máken.

Geschreven door