Vloek en scheld je veel? Dan heb je een fantastisch karakter!

Hoe je ook je best doet je in te houden, af en toe ontsnapt er een vette vloek. Een keiharde f*ck of dat heerlijke G-woord waarvan je die R aan het eind zo lekker kunt laten rrrrrollen! En jongens: dat betekent niet dat je lui, asociaal en dom bent. Integendeel!

Mijn moeder dreigde me vroeger te kielhalen of me de beide benen te breken als ik het deed. Maar fok, wat vind ik het heerlijk om soms flink te schelden als er zo’n suffe Harry voor me rijdt die de hele boel ophoudt (Kom op, gassen Harry! Optyfen met dat stomme koekblik van je!). En als de hele dag alles tegenzit, is niets lekkerder dan heel hard dat G-woord laten vallen. Of gewoon grof en ongenuanceerd roepen dat het me allemaal werkelijk geen ene reet kan schelen. Dus je begrijpt: ik ben stiekem best opgelucht dat dit niet per definitie op een verdorven karakter en het IQ van een amoebe duidt.

Want echt: het is officieel en zeer wetenschappelijk bewezen: mensen die vaak vloeken of schelden, blijken eerlijker en meer integer te zijn dan al die vuile huichelaars die zich inhouden. Er zijn zelfs meerdere onderzoeken en allerlei wiskundige formules op losgelaten om tot deze geniale uitkomst te komen. Het blijkt ook een verklaring voor het feit dat Trump tot president is verkozen: vanwege zijn gescheld en getier vertrouwden mensen hem meer dan politici die met alle winden meewaaien en er verschillende agenda’s op nahouden. (Helaas was Trump inderdaad bloedeerlijk over zijn waanzinnige bedoelingen, maar daar gaat het hier niet over).

Grofgebekte mensen zijn waarschijnlijk óók nog eens intelligenter dan brave stakkers die zich altijd en onder alle omstandigheden in onberispelijk ABN uitdrukken. Dit gaat echter alleen op als je verder komt dan K** en G**********. Mensen die veel krachttermen en scheldwoorden gebruiken, hebben namelijk een groter en beter ontwikkelde woordenschat. Zo’n groot, kleurrijk arsenaal aan scheldwoorden duidt op veel taalgevoel en is daarmee een teken van intelligentie. De proefpersonen in het betreffende onderzoek hadden trouwens niet alleen een aantoonbaar grotere woordenschat. Ze konden hun taalgebruik ook beter afstemmen op heel verschillende gesprekspartners.

Dit alles geldt dan weer NIET voor het gebruik van seksueel laatdunkende taal over anderen (en dan vooral vrouwen). Dat duidt volgens de onderzoekers toch echt, heus op een gebrek aan intelligentie. (Nee, ik doe het niet, ik doe het niet, ik bijt mijn tong af, maar dat oranje gekleurde geteisem met die lelijke geitenpruik uit de VS hou ik er buiten!).

Nu moet ik eerlijk zeggen: als het op woorden als kanker of hoer aankomt, ben ik het met mijn lieve moedertje eens. Te hard, te grof, te kwetsend. Te makkelijk. Bovendien maak je met al teveel negatief en agressief geraas de stemming er voor anderen niet beter op. Maar schelden kan óók ontzettend grappig zijn. Mijn liefde voor deze scheldvariant heb ik te danken aan mijn vroegere leraar Nederlands, die ons graag leeghoofdig gepeupel noemde. Die sprak over plebs en droeftoeters, over geteisem en ‘ongewenste sujetten’.

Smiecht, voddenbaal, schlemiel, kwezel, graftak, zak hooi: al die scheldwoorden uit Oma’s Woordenboek klinken niet zo hard en agressief en maken mij zelfs vrolijk. En zo kan grappig schelden nog van pas komen om de lucht te klaren als je mot met iemand hebt. Mijn puberzoon kwam in elk geval niet meer bij toen ik hem middenin een fitty uitschold voor linkmiegel. Minstens een kwartier lang rolde hij over de grond van het lachen. Weg was mijn ouderlijk gezag. Maar daarover een andere keer meer.

Lees ook: DIT herken je als je emotioneel intelligent bent!

(Bronnen: Wetenschap in Beeld, Sage Journals. Beeld: Allef Vinicius via Unsplash)

Geschreven door

Marlies Jansen is freelance journalist en heeft een voorliefde voor alles wat het leven lekker, mooi en leuk maakt. Schrijven over psyche-onderwerpen helpt haar om hang-ups te bedwingen en nóg meer van het leven te genieten. Woonbladen, wijn, chocolade en sporten doen dat trouwens ook. Net als haken.