Waar de kerstgedachte voor mij écht om draait

Kerstkransjes eten tot je erbij neervalt, op de bank ‘All You Need is Love’ kijken in een afzichtelijke trui met een eland/sneeuwpop erop, een diner serveren dat er heel ingewikkeld uitziet maar dat grotendeels van de traiteur komt (stressen is zó vorige millennium) – voor mij hoort het allemaal bij kerst, maar het is niet waar de kerstgedachte echt om draait. Waar dan wel om? Nou, hierom.

Ik ben niet enorm religieus, maar ik wilde toch even iets van die strekking ter sprake brengen. Iets meer dan 2000 jaar geleden werd er rond deze tijd een kind geboren, in een stal. Het werd in een kribbe gelegd, wat er weliswaar heel feestelijk uitziet nu, in zo’n hippe kerststal met houten figuren en sfeerverlichting eromheen, maar wat dus gewoon een bak is waar vee uit eet. Ik zou mijn pasgeboren baby er niet graag in te slapen leggen, zeker niet als het vriest en de enige verwarming die van een os en ezel is. Maar de ouders van dat kind deden dat wel. Ze werden namelijk die avond daarvoor nergens binnengelaten, ook al stond de hoogzwangere vrouw op het punt van knappen. ‘Er is geen plek,’ werd er gezegd. ‘We zitten vol.’

Niet echt de allerleukste start van een mensenleven, maar toch groeide het kind op tot een heel vrijgevig iemand. Iemand die geen onderscheid maakte tussen mensen. Hij geloofde in de wonderen van liefde, de kleine acties van vriendelijkheid en behulpzaamheid. Hij sloeg niemand over, geen roep om hulp bleef onbeantwoord, geen mens ongezien – althans, zo zie ik dat voor me. Ik heb de bijbel er niet op nageslagen, want verhalen over wonderen gaan altijd een beetje hun eigen leven leiden en ik weet niet of hij echt over water kon lopen en of hij brood kon vermenigvuldigen door het te breken. Maar wat ik wel geloof: dat hij omdat hij in kleine wonderen geloofde, óók grote wonderen verrichtte. Mensen kregen hoop, ze geloofden weer in de liefde en in zichzelf. Niet iedereen trouwens, maar dat is een ander verhaal.

Terug naar het nu. 2000 jaar is heel ver terug en wat kunnen we nu met deze overlevering? Volgens mij best veel. Ik geloof namelijk dat we allemáál wonderen kunnen verrichten – kleine wonderen die allemaal bij elkaar opgeteld grote wonderen worden. Als we maar onze negatieve overtuigingen, reserves, angsten en onzekerheden overboord gooien. Hoe dan? Dat weet ik ook niet precies, maar ik ga gewoon tegen al die oude overtuigingen zeggen: bedankt voor jullie hulp, maar jullie dienen mij niet langer. En dan maar eens kijken of dat werkt, en of het lukt om vriendelijk te zijn tegen vreemden, zonder onderscheid te maken. Het hoeft niet in één keer te lukken, een goeie poging doen telt ook. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld kan veranderen, maar wat Jezus ons volgens mij liet zien – en waar we met kerst aan worden herinnerd – is dat we het wél in ons hebben. Gewoon door het verschil te maken, hoe klein dat soms ook is. Als er een vluchteling bij je aan de deur klopt – hoogzwanger of niet – laat je diegene dan binnen? Als iemand je om geld vraagt, geef je het dan? Als iemand hulp nodig heeft – dat kan een vluchteling zijn, maar ook gewoon je zus die net bevallen is of je zieke buurman of je moeder die zich eenzaam voelt of iemand op straat die van zijn fiets is gevallen – verleen je die dan? Het zijn de kleine gebaren die de grootste gevolgen kunnen hebben. Eén glimlach kan misschien voorkomen dat iemand zich om het leven brengt. Eén gebaar van liefde kan misschien voorkomen dat iemand anderen om het leven brengt. Wanhoopsdaden die volgens mij weinig anders zijn dan een schreeuw om aandacht zijn, om liefde. Zie mij, ik heb pijn! En daarom zullen jullie ook pijn hebben! Omdat ik me dan niet meer alleen voel in mijn pijn!

Maar ik dwaal af. Vooralsnog is bovenstaande vooral een theorie. Laatst stond er een vrouw langs het fietspad met een telefoon in haar hand die ‘help’ tegen me zei, terwijl ik voorbij fietste. Het was laat, ik had haast en ik had het koud. Bovendien had iemand me laatst verteld dat er in deze buurt veel fietsers werden overvallen. En dus fietste ik door. Later ging dat knagen. Wat als de vrouw echt hulp nodig had? Als ik doorfietste, wie fietste er dan nog meer allemaal door? Had ik niet gewoon kunnen stoppen en haar verhaal kunnen aanhoren?

Dát is volgens mij de kerstgedachte: dat we wél stoppen voor die ander. Dat we onze deur openzetten voor wie er maar naar binnen wil. Dat we luisteren, vriendelijk zijn en ons brood delen – of iets anders dat we te verdelen hebben. Liefde, veiligheid, inspiratie van mijn part. En als we dat doen – als we deze dingen met elkaar delen, dan weet ik zeker dat ze zich zullen vermenigvuldigen.

Fijne kerstdagen allemaal!

LEES OOK: Dit kerstnummer moet je even horen

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.