Waarom ik soms wilde dat ik ergens in geloofde

Wat je niet ziet, bestaat niet. Dat is Vala’s filosofie en daarom gelooft ze niet in God. Of in een andere ‘hogere macht’. Maar soms zou ze stiekem willen dat dat wél zo was. Want wat moet dat toch eigenlijk fijn zijn.

Een paar jaar geleden was ik in de Dom in Berlijn. Ik weet nog dat ik er binnen liep en overweldigd werd door de pracht van het gebouw. En dacht wat ik eigenlijk altijd denk als ik in een kerk ben: was ik maar gelovig. Niet alleen omdat ik dan iedere zondag in een gebouw met mooie glas in lood ramen mag zitten, maar omdat het me fijn lijkt om zo’n houvast te hebben, zo’n rotsvast vertrouwen in iemand, of in iets, die je als het ware aan de hand neemt en wegwijs maakt in de wirwar van het leven. Want het wiel altijd maar zelf uit moeten zoeken, dat vind ik best wel eens lastig.

Helaas ben ik overtuigd atheïst, ik geloof helemaal nergens in. Je wordt geboren, je leeft je leven en je gaat dood. Zo simpel is het wat mij betreft. Er is geen hoger doel, geen reden waarom ik hier ben. Ik ben hier omdat mijn ouders mij gemaakt hebben en dat is puur toeval. Niks meer en niks minder. Ik heb geen taak te volbrengen en als ik dood ga, dan ben ik gewoon weg. Pats-boem, klaar. Weg Vala. Dat vind ik best een heftige gedachte en mijn grootste angst in het leven is dan ook de dood. Het lijkt mij daarom heerlijk om te geloven dat er méér is. Om iedere avond te gaan slapen in de wetenschap dat, mocht je onverhoopt niet meer wakker worden, het toch niet afgelopen is. En daarnaast, om het gevoel te hebben dat er altijd iemand naast je staat, over je waakt, ook al is diegene dan onzichtbaar. Je hand pakt als je geleid moet worden, je optilt als je valt. Wat lijkt me dat een steun geven. Want ik moet het altijd maar alleen doen.

“Waarom ga je dan niet gewoon geloven?” vroeg een christelijke vriendin mij laatst. Maar zo werkt het niet, vind ik. Geloven doe je omdat je, nou ja, gelóóft dus, niet omdat het je toevallig goed uitkomt. Ik mag dan weliswaar een heiden zijn, maar ik ben niet hypocriet. Ik geloof gewoon niet dat er een God bestaat, ook al zou ik soms graag willen dat dat wel zo was. Maar wat je niet ziet, bestaat niet, is mijn credo en aangezien ik Onze Lieve Heer gewoon nog nooit de hand heb mogen schudden, kan ik niet anders dan concluderen dat hij er niet is. Wat ik wel steeds vaker een verdrietige conclusie vind, want ik vind de wereld soms moeilijk te begrijpen en het zou me zo geruststellen als ik wist dat er een réden was.

Een réden dat er kleine kinderen sterven aan kanker, dat er natuurrampen zijn, oorlog is en al die andere ellende die we om ons heen zien gebeuren. Want ook al ben ik ervan overtuigd dat die er niet is, toch ben ook ik regelmatig op zoek naar de zin van het leven en loop ik af en toe met mijn ziel (waarvan ik dus eigenlijk niet geloof dat die bestaat) onder mijn arm. Wat moet het dan een rust geven als je gelooft dat er, uiteindelijk, hoe onbegrijpelijk sommige dingen soms ook zijn, een verklaring is voor alles. Iets dat het rechtvaardigt wat er allemaal gebeurt. Zodat je je erin kunt berusten. Omdat het blijkbaar zo heeft moeten zijn. Ik kan mij niet berusten en dus héb ik ook geen rust. Terwijl ik daar soms zo hevig naar verlang.

Ik ben een atheïst en daar sta ik achter. Maar soms is het moeilijk te leven met de wetenschap dat ik geen geloof heb. Daarom ga ik dan maar af en toe in een mooie kerk staan. Om te kijken hoe de zonnestralen door het glas in lood naar binnen vallen. Wat je niet ziet, bestaat niet. En God zie ik, zelfs in de kerk, niet. Maar dat de wereld, ondanks alles, toch ook mooi is, dát zie ik daar dan weer wel. En dat is ook al heel wat om in te geloven.

Lees ook: 25 Momenten waar we eigenlijk enorm dankbaar voor zijn (al vergeten we dat soms).

Geschreven door