7 redenen waarom klein wonen gelukkig maakt

Sinds Tiny Living een trend is, hoef je je niet meer te schamen als je een bescheiden optrekje hebt. Gelukkig maar, want klein wonen maakt juist gelukkig. En wel om deze 7 redenen.

LEES OOK: Nu ook wetenschappelijk bewezen: dicht bij het bos wonen is gezond

Tegenwoordig wonen we gemiddeld drie keer zo groot als vijftig jaar geleden. Met als gevolg: stress, schulden en heel veel ruimte die moeten worden opgevuld met spullen. Zit je op Funda te turen om te kijken of je niet toch eens groter moet gaan wonen? Niet doen! Klein wonen kan juist heel gelukkig maken. Mits je er bewust voor kiest en er de voordelen van inziet natuurlijk. Ik zet ze graag voor je op een rij.

  1. Je houdt geld en tijd over. Aan groot wonen hangt een prijskaartje: je moet er hard voor werken. Waardoor er minder tijd overblijft om te genieten van je grote huis.  Koop je een huis dat je je makkelijk kunt veroorloven, dan is er meteen veel druk van de ketel. Je kunt minder dagen gaan werken, houdt meer tijd over voor een hobby, om te reizen of om leuke dingen te doen met je gezin. Maar liefst 60% van de stellen heeft regelmatig ruzie over geld. Woon je betaalbaar, dan scheelt dat veel financiële stress.
  2. Je leeft minimalistischer. Een klein huis betekent dat je noodgedwongen spullen moet wegdoen om te voorkomen dat je huis dichtslibt. Afgedragen kinderkleertjes, oude cd’s, een matras waar nooit iemand op slaapt… met een groot huis zou je het misschien naar zolder brengen, waar het stof ligt te vergaren. Ben je er gevoelig voor (zoals ik), dan voel je die overbodige ballast aan je trekken. Je bent voortdurend dingen kwijt en driekwart van je spullen gebruik je nooit… Bovendien: spullen kopen kost óók weer tijd. Minimalistisch leven is niet voor niets zo’n trend: je wordt er bewezen gelukkiger van om met minder te leven. Zelf pakte ik er onlangs Marie Kondo bij ter inspiratie. Zij zegt dat elk huis van zichzelf genoeg opbergruimte heeft. Als je maar weet hoe je spullen wegdoet en je de rest efficiënt opbergt. Ik geloof heilig dat ze gelijk heeft en ben nu vakkundig ons huis aan het leeg marie-kondoën (binnenkort een blog over het eindresultaat). Een kunst die ik nooit was gaan beoefenen als wij een groot huis hadden gehad.
  3. Je hoeft minder schoon te maken en te onderhouden. Met een klein huis hoef je niet alleen minder te werken (zie punt 1), je hebt ook minder werk aan het huis zelf. Het huishouden is zo gedaan en ook het onderhoud vergt een stuk minder werk. Nóg meer tijd dus die je kunt indelen zoals jij dat wilt.
  4. Het is gezelliger. Voor sommige mensen is een gezin beginnen misschien de reden om groter te gaan wonen, maar ik heb gemerkt dat kleine kinderen helemaal niets geven om een groot huis. Zij vinden het juist fijn om dicht bij papa en mama te zijn. En eerlijk gezegd vind ik het zelf ook heel knus. Laatst deden wij een woningruil met een gezin uit Brussel, dat juist enorm groot woonde (vijf verdiepingen); de kinderkamer was twee verdiepingen onder ‘onze’ slaapkamer. Gevolg: onze kinderen konden de slaap niet vatten en wij moesten voortdurend twee trappen op en af. Algauw sliep het hele spul bij ons in bed en de volgende nacht zetten we alle bedjes bij ons op de kamer. Toen sliep iedereen weer als een roos.
  5. Aan een klein huis geef je makkelijker je eigen sfeer. Ben je (net als ik) gevoelig voor een goede energie in huis, dan is het in een klein huis veel makkelijker om in alle kamers de energie zo te krijgen dat het goed voelt. In een groot huis is er altijd wel ergens een tochtige kelder of een rommelig strijkhok. Word ik persoonlijk heel onrustig van.
  6. Het is duurzaam. Klein wonen is duurzamer, want het levert minder CO2-uitstoot op. Bovendien koop je dus vanzelf minder spullen. Een win-winsituatie voor het milieu. Wie wordt daar nu niet blij van?
  7. Je gaat vaker naar buiten. Tiny Houses staan vaak op een mooie plek in de natuur. En hoewel ons huis officieel niet ‘tiny’ is, kozen we wel voor een groene omgeving en een tuin, die in de zomer een verlengstuk is van onze woonkamer. Ook in de winter ga ik met de kinderen dagelijks even buiten spelen of een frisse neus halen. Dat compenseert mooi voor onze bescheiden hoeveelheid speelgoed (want: weinig opbergruimte) en laat buitenlucht nu ook nog eens heel gezond zijn. Bovendien: in de natuur heb je geen speelgoed nodig. En je komt er zelf ook van tot rust. Op dat soort momenten kan ik me afvragen: wanneer zijn we eigenlijk begonnen onze huizen zo onnodig groot te maken? De buitenlucht en een fijn dak boven je hoofd voor als het buiten regent, meer heb je toch eigenlijk niet nodig. Mensen die klein wonen wéten dat.

Meer lezen van Janneke? Volg haar op Instagram: @mylittledutchdiary

LEES OOK: Wonen in een boomhut: deze mensen deden het

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.