10 eerlijke redenen waarom elke kantoortuin gewoon een levende HEL is

Als je introvert bent aangelegd is het concept van de kantoortuin (met z’n allen in een open ruimte werken) écht een levende hel, maar eigenlijk zou het gewoon voor iedereen verboden moeten worden. Maar verdwijnen: ho maar. Liesbeth schrijft het hele fenomeen daarom maar even van zich af.

Om maar meteen met mijn zwavelstokjes in huis te vallen: ik werk al mijn hele leven in kantoortuinen. En daar kan ik inmiddels best wat correlatie voor gebruiken.
Het begon al op mijn 21e, toen de met zware shag en asbak uitgedoste collega nog bon ton was op kantoor, we liters filterkoffie dronken uit enorme mokken en we nog dingen naar elkaar FAXTEN en alles, maar ruim twintig jaar later heb ik niet bepaald vooruitgang geboekt. Zo bevind ik mij al jaren min of meer dagelijks in de realiteit van gezellig-met-zn-allen-in- dezelfde-ruimte-werken-zonder-enige-grens-aan-wat-dan-ook. En ik moet het even kwijt mensen: ik denk niet dat dat iemand goed doet.

Want de kantoortuin: waarom? Ik begrijp best dat het misschien wat geld uitspaart als je als CEO of CFO alle collegaatjes die er in het hele pand te vinden zijn op een tien krappe vierkante meter neerzet, maar verwacht verder vooral niet dat er dan veel gewerkt zal worden. En nu kun je zeggen: nou nou, dat zijn sterke woorden Liesbeth, ontspan maar eens een beetje, kind, je kunt wel merken dat die kantoortuin en jij een beetje aan het escaleren zijn samen.
En dat klopt ook, maar ik verzin dit dus niet zelf, godzijdank, want ook de wetenschap lijkt inmiddels zo ver. En de belangrijkste reden van de steeds sterker aanzwellende kritiek op de kantoortuin is: het is mentaal en fysiek ongezond. Wie werkt in een kantoortuin heeft meer last van stress door geluidsoverlast en een gebrek aan privacy, het risico op burn-out is groter en oh ja: erg productief worden we er dus ook niet van want iedereen heeft eigenlijk dus gewoon enorme, verschrikkelijke, gierende LAST van elkaar. Maar ga dat maar eens even gezellig hardop toegeven, aan je gezellige manager in die gezellige kantoortuin. Dan ben je ineens niet ‘flexibel’ genoeg, en sta je voor je het weet met je doos met spulletjes buiten. Waar inderdaad waarschijnlijk geen kantoortuin is, dus hallelujah. Maarja, ook geen baan. Dat bedoel ik: zwavelstokjes.

En veel hoop zie ik eigenlijk ook niet gloren (ja sorry!), maar toch wordt dit geen klaagstukje, thank you very much. Want wie al 20 jaar kantoortuinen overleeft is a) niet voor één gat te vangen en b) mentaal natuurlijk allang volkomen afgestompt. Maar voor alle andere mensen die –net als ik- ook dagelijks dit doffe dal des doods betreden is het misschien nog niet te laat, bedacht ik me. En dus speurde ik even naar de belangrijkste redenen waarom de kantoortuin gewoon de levende hel is, en dat werd dit stukje. Om bijvoorbeeld eens ‘toevallig’ open laten staan op je beeldscherm als je manager of één van je kantoortuincollega’s langsloopt ofzo (wat zo ongeveer constant zal zijn, dus ik voorzie geen enkel probleem). Want:

1 HET IS ER EEN TAKKENHERRIE
Typen, niezen, hoesten. Gesprekken, voetstappen, krakende burostoelen. Eetgeluiden, gefluister of gewoon keiharde (telefoon)conversaties, Gehuil, gevloek, geroddel: er is geen ontsnappen aan. Je hoeft dan ook geen misofonie te hebben om totaal knots te worden van de geluiden in de kantoortuin, en tenzij je knus op de wc verder wilt werken (en geloof me mensen, dit gebeurt, en ik noem verder geen namen maar ik deed dit ooit zelf in tijd van grote node) is dit domweg een kwestie van eraan leren wennen. Want onder het mom van ‘ieder moment lekker spontaan met je collega’s kunnen sparren’, bevind jij je intussen in een waar pandemonium van geluid dat Nooit Meer Stopt. Niets meer, niet minder.

2 JE WORDT CONSTANT ONDERBROKEN
Je hoeft je manager of collega maar even per ongeluk aan te kijken over de rand van je beeldscherm terwijl je alleen maar even op zoek was naar je labello en BINGO: er kan gepraat/ overlegd worden, hier en nu om precies te zijn, nu we er toch met z’n allen zijn. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. En stilte is toch al ver te zoeken, dus waarom zou dat gesprek eigenlijk NIET ook meteen even een stukje gaan over die IDIOTE aflevering van say yes to the dress van gister, de verzorgpony van de dochter of een algehele politieke beschouwing van die afschuwelijke collega op rechtsachter, waarvan je vermoed dat ze thuis lang niet zoveel te zeggen heeft als op kantoor het geval is?
Ik heb ooit in een kantoortuin gewerkt waar we voor zulke situaties zogenaamde ‘stilte-uurtjes’ hadden. Waarna we allemaal heel braaf gingen zitten tikken met onze lippen op  elkaar geklemd. Dat was raar, dat was ongemakkelijk en dat duurde ook nooit een heel uur. Maar het was in ieder geval schattiger dan om de haverklap in werkelijk ieder mogelijk gespreksonderwerp gezogen te worden, omdat je er nu eenmaal toch al zat. En ja, ook als dat er niet is, is: WIE WIL ER KOFFIE? altijd nog een prachtalternatief. Om iedereen gewoon weer even op scherp te zetten, het was nu wel weer lang genoeg stil, mensen.

3 JE HEBT NUL PRIVACY
Een rare e-mail van een klant, een telefoongesprek met een andere klant, een ingewikkeld gesprek met een collega: als je niet geregeld wegloopt uit de kantoortuin is alles common knowledge. Ook voor mensen die geen idee hebben waar jouw baan eigenlijk precies over gaat, maar die wel op een halve centimeter afstand van je zitten mee te genieten en daar dus Een Mening over hebben. Dus heb ik er vaak gestaan: bellend in trappenhuizen, in lege kantines en in winderige straatjes NAAST kantoor, omdat ik mijn werk liever niet te publiekelijk maakte. Want voor je het weet wordt je baan een soort democratisch proces in de kantoortuin, en ik kan je zeggen: dat is het niet. En voor je het weet buigt die rare van sales zich dus ineens publiekelijk over jouw powerpointje omdat ze toch toevallig even naast je stond. En dat zijn gewoon dingen die je thuis ook niet wilt, dus laat staan op je werk.

4 JE WILT SOMS GEWOON EVEN NIET PRATEN
Maarja maarja maarja, dat levert je vaak wel meteen het label ongezellig, anti-sociaal of negatief op. Want God verhoede dat je op je werk komt om dingen af te krijgen, daar zorgt de kantoortuin wel voor. En dus zit je voor je het weet naar de vakantiefoto’s van die jongen van IT te kijken op z’n telefoon, of mee te denken met het probleem van die ene van financien, die ineens bedacht dat ze lekker out-of-the-box wilde gaan denken en vandaag dus naast JOU kwam zitten. Zie dan je mond maar eens te houden zonder acuut de knorrepot onder de collegaatjes te worden. Als je dat natuurlijk niet allang was want: kantoortuin.

5 IEDEREEN ZIET ALLES OP JE BEELDSCHERM
En zo weet ik dus dat er mensen zijn die de helft van de tijd op Marktplaats zitten. Of op Facebook. Of gewoon hun complete penningmeesterschap van de hockeyvereniging  er even bij pakken onder werktijd, nu ze er toch zijn. Maar natuurlijk kijk ik verder NOOIT op andersmans beeldscherm, en is op die van mijn alleen de homepage van de Verenigde Naties te zien. En het intranet van mijn werkgever natuurlijk, want dat is gewoon mijn lust en mijn leven. Onthoud: iedereen ziet en hoort ALLES in de kantoortuin. Net als Jezus dus eigenlijk, maar dan meestal zonder feestelijke kerstsfeer. Zoiets.

6 HET RIEKT ER NAAR VAN ALLES
De nasi van gister in een meegenomen tupperware-bakje, dat half aangevreten broodje pekelvlees op het buro van je collega, vergeten kauwgum, de schoonmaakster die even los gaat op het toilet met haar bleekassortiment, het parfum van je baas, het koude angstzweet van je collega-met-tijdelijk-contract: het dierenrijk is niets bij wat je op zo’n dag wel niet aan allerhande geurexplosies tot je mag nemen. En daar is geen ontkomen aan want: kantoortuin.  Daarnaast is voor frisse lucht zelden plaats, en al helemaal niet als je kouwelijke collega van drie stoelen verder het voor het zeggen heeft, wat ze dus heeft want ze had ooit zware kinkhoest en dat zullen we allemaal niet licht vergeten, ook niet in de kantoortuin (“MAG DAT RAAM DICHT?”). Ja hoor, en dat roept ze ook in hartje zomer. Net zo makkelijk.

7 DIE KOPTELEFOON KNELT
Maarja: het is het enige dat je een béétje sane en sound houdt tijdens werktijd, dus vind je jezelf geregeld terug met een koptelefoon op de kop gekneld, naast een rijtje collega’s die uit arren moede allang precies hetzelfde zijn gaan doen. Waarmee het hele basisidee van de kantoortuin –gezellig samen de hele dag door volop contact uitwisselen wanneer je maar kunt- in één klap teniet wordt gedaan. Al zeg ik er ook meteen bij: ik heb die koptelefoon heus wel eens opgezet om gewoon even de schijn van ‘druk’ en ‘bezig’ te wekken, zodat ik tenminste een kwartier met rust werd gelaten. En dat is best wel win-win want je ziet er a) slim en betrokken en werkbijerig uit en b) je kunt ondertussen even rustig bijkomen van iedereen, samen met 100% NL. Tot het volgende kantoortuinhoogtepunt zich weer aandient en dat is ongetwijfeld het geval want:

8 JE HOORT ÁLLES
Zo heb ik ooit van A tot Z het complete omg omg omg vreemdgaan-verhaal meegekregen van een mij onbekende collega die dácht dat ze even een telefonisch een-op-eentje met haar moeder had in de koffiepantry en ik zal je zeggen: je kunt zonder. En dan is dit nog het soort informatie waarvoor je soms op een vreemde manier nog wel voor in de stemming kunt zijn, maar dit wordt een ander verhaal als je collega van linksachter plots besluit dagelijks om klokslag 15 eindeloos met haar zoontje te gaan bellen om zijn hele hebben en houwen te bespreken, en dat alles uit onversneden schuldgevoel dat ze een werkende moeder is (‘Ja? Heb je goed gepoept? Oooooh wat knap van jou!! Ga nu maar een broodje pakken lieverd! Ja, mama wacht wel even!’). Maar zeg daar maar eens wat van: dat is natuurlijk niet de bedoeling hier en bemoei je vooral met jezelf. Ja, ook als je ongewild zit mee te luisteren dus, zoals eigenlijk altijd het geval is in de kantoortuin. Dan vooral.

9 HET WORDT NOOIT JOUW PLEK
Nu ben ik altijd een beetje verbaasd als mensen op kantoor ineens heel druk in de weer gaan met plantjes en buddhabeeldjes en koffiemokken waar dan verontrustende zinnen op staan als ‘I’m the queen of fucking everything’ en fotolijstjes of –waargebeurd mensen- een speciaal lichtmasker vanwege het neonlicht (don’t ask) of -waargebeurd mensen- een complete ZUURSTOFTANK vanwege een mislukte ooglaser-operatie (don’t ask) maar in de kantoortuin is dit gedrag gewoon niets minder dan water naar een niet-bestaande zee dragen. Nee, een onpersoonlijk, groezelig buroblad vol vage koffievlekken, huidschilfers en een onbestemd stekkerloos snoer kun je ‘ochtends krijgen, wie daar nog wat van probeert te maken is best lief, maar heeft de memo nog niet.  En ik hoop niet dat ik nu verbitterd klink hoor. Maar dat ben ik natuurlijk wel, als kantoortuinveteraan. Laten we wel wezen.

10 THUIS IS HET BETER
Zo herinner ik mij nog zeer levendig de dag waarop het kantoor waar ik werkte, naast de geneugten van de kantoortuin, overging op het FLEXWERKEN, en toen waren de rapen eigenlijk pas echt flink gaar. Want wie vanaf dat moment niet voor 0500 AM naar een leeg buro was getijgerd kon de laptop die dag verder openklappen in het bezemhok, of de brandtrap. Of gewoon lekker thuisblijven, waar de koffie /wifi / burostoelen / algeheel karma sowieso altijd beter zijn maar vertel dat nooit in de kantoortuin want dan hebben ze weer iets om met z’n allen urenlang over te filosoferen, dit was een gratis tip.
Een handig voordeel van al dat vroege-vogel-gedoe om een plekje te vinden was er trouwens wel: voor 9 uur ’s ochtends was het doodstil. En kon je dus je werk doen. Had je de rest van de dag ineens volop de tijd om eens even lekker flink te kantoortuinen met de collegaatjes. Wel zo efficiënt. Maakten we het verder thuis wel weer af, dat werk.

Lees ook: 10 Heerlijke, horrible collega-types (om even je hart aan op te halen)

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).