Slimmer dan je kat? Misschien wel niet!

Wij mensen hebben de neiging om onszelf te zien als dé superieure levensvorm op aarde. Een beetje alsof we tussen hemel en aarde inzweven, als het ware losstaand van de natuur. We zijn nog net geen engelen, maar zoals de dieren op de aarde, het gepeupel eigenlijk, zijn we toch ook zeker niet. Een grof geval van zelfoverschatting, want zoveel slimmer dan je eigen hond, ben je misschien helemaal niet.

Lees ook: Dit herkennen alleen mensen die altijd te aardig zijn

Dat beweert althans gedragsbioloog Frans de Waal, die een boek schreef over dierlijke intelligentie. Door de jaren heen hebben we dieren gereduceerd tot weinig meer dan hun instinct. Dieren denken niet, zijn we van mening, ze dóen alleen maar. Alsof ze automatisch geprogrammeerd zijn en verder niet stilstaan bij hun handelingen of gedragingen. Dat is een misvatting, volgens de De Waal. De intelligentie en cognitieve eigenschappen van dieren worden ernstig onderschat. Vooruit denken, plannen, rekening houden met de omstandigheden waarin het zich bevindt, veel dieren kunnen het allemaal. Wij herkennen het alleen niet als zodanig.

Dat eekhoorntjes nootjes verzamelen voor de winter bijvoorbeeld, toont duidelijk aan dat ze in staat zijn om vooruit te plannen, rekening te houden met wat er komen gaat. Of neem de octopus, daarvan zou je denken dat het niet veel meer is dan een zwemmende hoop gelei, maar uit onderzoek blijkt dat die ingenieus in elkaar zit. De tentakels zijn bezaaid met miljoenen neuronen, die allemaal in contact staan met elkaar. Hij heeft dus eigenlijk gewoon zijn eigen internet. En wie weet wat hij daar allemaal mee kan? Dat een dier niet in elkaar zit zoals wij, wil niet zeggen dat hij dús ook maar minder slim is. Die arrogante houding is niet langer meer van deze tijd.

We zullen steeds meer in moeten gaan zien dat dieren slimmer zijn dan we dachten en dat is niet zonder gevolgen. Gelijk rijst dan namelijk de vraag: behandelen we ze eigenlijk wel goed genoeg? Want als jouw goudvis opeens een rijke emotionele binnenwereld blijkt te hebben, is het dan wel geoorloofd om hem de hele dag rondjes te laten zwemmen in een kom met een goedkoop plastic kasteeltje? Je kunt je voorstellen van niet. Maar ja, hoe kom je achter de zieleroerselen van Bluppie? Hoe weet je waar hij nou echt behoefte aan heeft? Het is namelijk nogal moeilijk om je in te leven in een dier, want, hoe intelligent ze ook mogen zijn, een goed gesprek voeren met je huisdier wordt toch nog steeds lastig.

Waar het vooral om gaat, zegt De Waal, is dat we iedere diersoort moeten evalueren aan de hand van wat ze zijn. We kunnen dieren echt niet langer allemaal over dezelfde domheids-kam scheren. Realiseren we ons dat, dan zullen we in de toekomst nog van alles ontdekken. Erkennen we dat het goed mogelijk (zelfs aannemelijk) is dat dieren net zulke complexe emoties hebben als wij zelf, dan kunnen we de komende jaren waarschijnlijk nog weleens heel veel van ze leren. Niet in de laatste plaats over onszelf en dat die baas-boven-baas houding die wij hebben misschien helemaal niet zo terecht is. Geef je hond of kat dus maar eens een extra aai en sla voortaan niet zomaar meer een spin dood. Een dier is geen lege huls, ook al praat ‘ie dan niet terug. Een dier is een individu en wie weet, als het de kans zou krijgen, wel beter in het oplossen van de Rubiks Kubus dan jij zelf.

(Bron: Het Parool)

Lees ook: Hee hallo, je bent fantastisch!

Geschreven door