Het lieve-meisjes-syndroom: als je altijd maar aardig gevonden wilt worden

Wat is dat toch, dat we het zo belangrijk vinden om aardig gevonden te worden? Want aardig zijn is dan wel prettig voor de wereld, aardig gevonden willen worden is dat lang niet altijd. Wat is het verschil en hoe ga je er goed mee om? Liesbeth onderzocht het ‘lieve-meisjes-syndroom’. “Leuk en aardig is helemaal niet altijd leuk en aardig.”

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben best een pleaser. Het liefst wil ik dat de hele wereld me lief, leuk, wat zeg ik, ronduit fantastisch vindt. Vierentwintig uur per dag, alle dagen van het jaar, en ongeacht de situatie. Dat is niet omdat ik een narcistische persoonlijkheid heb -vertel ik mezelf dan maar- maar omdat ik het leven domweg prettiger vind als iedereen het naar zijn of haar zin heeft in mijn omgeving. Toch wringt de laatste tijd de schoen. “Wat ben jij toch altijd maar áárdig”, zei een vriendin laatst. Waarna ze uitgebreid begon te vertellen dat zij dat dus achter zich had gelaten. Kwestie van nee zeggen, niet meer voor een ander denken, voor jezelf opkomen, fouten durven maken en niet inzitten over de mogelijke vijanden die je maakt. Ze was er een stuk van opgeknapt, vond ze zelf. En ineens wist ik dat het misschien tijd werd om me ook eens af te vragen waarom ik het liefst voor vriendelijkheid kies. Want eerlijk is eerlijk: altijd maar vriendelijk een aardig gevonden willen worden is soms ook gewoon een tikje saai. Om maar niet te zeggen: dodelijk vermoeiend. Bovendien; hoe ‘aardig’ ben je eigenlijk nog, als je er na de zoveelste teleurstelling (“ik bedoelde het goed hoor”) diep in je hart eigenlijk geen klap (meer) van meent?

Aardigheidsziekte Tijd voor een klein onderzoek naar de functie en aard van vriendelijkheid. En wat blijkt: ik ben gelukkig net de enige met de aardigheidsziekte, want uit Amerikaans onderzoek blijkt dat maar liefst  6o% van de mensen –mannen én vrouwen- er in meer of mindere mate last van heeft. En dat is ook niet zo gek, zegt Bert van Dijk, coach en schrijver van het boek Waarom niet iedereen mij leuk hoeft te vinden (2009), want we zijn nu eenmaal groepsdieren. Om niet buiten die groep te vallen –en dus te overleven- hebben we die liefde en aandacht dus nodig. En dat is geen kwestie van de weg van de minste weerstand, maar een primaire levensbehoefte. Tot zover dus geen probleem met aardigheid. Die ontstaat pas als de behoefte om aardig gevonden te worden gaat overheersen, en behaagziekte wordt, zegt van Dijk. En dat betekent in de praktijk: denken dat een ander je niet leuk vindt als er niet onmiddellijk op een verstuurd app-je van je wordt gereageerd. Dat slechte humeur of die afwezige blik van je collega aan jezelf wijten (‘ik heb toch niets verkeerds gezegd?”). Niet tegen je nieuwe geliefde durven zeggen dat je eigenlijk niet het hele weekend voetbal op televisie wilt kijken, omdat je bang bent dat hij je verlaat. Of, zoals in mijn geval, te veel werk op mijn bord nemen omdat ik bang ben dat ik anders niet ‘goed’ en dus, jawel, ‘aardig gevonden wordt. Erg vermoeiend, en bovendien levert al die inspanning lang niet altijd het gewenste resultaat op. En dat heeft weer alles te maken met de eigenlijke beweegreden achter dit gedrag. Sterker: uit onderzoek van Intermediair blijkt dat 73% van de mensen alleen aardig voor een ander is als we denken dat het ons iets oplevert. En omdat we lang niet altijd de gewenste waardering (“applaus!”) krijgen waar we op hoopten, is dit meteen de belangrijkste oorzaak is voor burn-out. Kortom:  dat soort ‘aardigheid’ komt in feite voort uit angst. En is dus  iets heel anders dan daadwerkelijk aardig zijn. Oeps.

 Authentiek Want uiteraard is er nog altijd veel positiefs te melden over echte, gemeende aardigheid. Niet voor niets is compassie binnen de spirituele wereld één van de belangrijkste voorwaarden voor een vredig en gelukkig bestaan. Een vriendelijke blik naar een wildvreemde, een omhelzing met een goede vriendin, een lieve kaart met troostende woorden naar iemand met verdriet; volgens de Dalai Lama zijn ze allemaal kleine zaadjes die niet alleen een ander gelukkig(er) kunnen maken, maar die vooral ook helend voor onszelf, en ons zelfbeeld zijn. Ook de Amerikaanse wetenschapper Karen Armstrong zegt  in haar boek Compassie (2011) dat mededogen een enorm belangrijke eigenschap is, die we beter moeten leren ontwikkelen om een medemenselijker bestaan te leiden. En de Italiaanse psychiater Piero Ferruci gebruikt mededogen zelfs als basis van zijn beroemde psychotherapie. In zijn boek Vriendelijkheid als levenshouding en helende kracht (2004) zegt hij: “We leven op dit moment in de ijstijd van het hart. Waarden als hardheid, efficientie, zakelijkheid en achterdocht worden geprezen, terwijl simpele vriendelijkheid wordt gezien als een beetje dom.” Onterecht, maar wel waar volgens de Italiaan: al die geldingsdrang en stress gaan maar al te vaak ten koste van rust en harmonie. En dát zorgt er dus ook voor dat we uiteindelijk het verschil niet meer weten tussen echte, authentieke vriendelijkheid en aardigheid die draait om persoonlijke belangen. Terwijl het eigenlijk allemaal zo eenvoudig is, zegt hij. “Je hoeft niet te kiezen voor vriendelijk zijn voor jezelf of voor anderen Als de vriendelijkheid uit je hart komt, is het hetzelfde.”

 ‘Lieve meisjes syndroom’Authentieke vriendelijkheid, gegeven vanuit generositeit, liefde en aandacht, is kortom iets heel anders dan please-gedrag. En dat verschil weten we diep in ons hart maar al te goed. Zo bleek onlangs uit een Brits onderzoek dat mensen die op een eerste afspraakje heel hartelijk en enthousiast beginnen, minder aantrekkelijk worden gevonden dan mensen die wat ‘lauwer’ zijn. Prima dus om vriendelijk te zijn, maar het moet geen geslijm worden. En van die laatste neiging hebben vrouwen –helaas- over het algemeen iets meer last dan mannen. Doodzonde, stelt de Duitse schrijfster Ute Ehrhardt in haar bestseller Brave meisjes komen in de hemel, brutale overal. Waarom lief zijn vrouwen geen stap verder brengt (2014). Want wat blijkt: uit angst voor andermans woede en afwijzing, maken vrouwen zichzelf nog al eens kleiner dan ze zijn. En dat zogenaamde ‘lieve meisjes syndroom’ zorgt er onder andere voor dat we nog steeds structureel minder salaris verdienen dan mannen. We soms veel teveel ballen tegelijk de lucht in willen houden als het gaat om de combinatie tussen werk en privé. Of, zoals in mijn geval, dat ik moeite heb met nee zeggen  – met soms onhandige gevolgen als gemiste deadlines, te weinig vrije tijd of dubbele afspraken tot gevolg. Ophouden daarmee zegt Erhardt, want het komt allemaal voort uit een gebrek aan zelfvertrouwen en faalangst, én leidt ook nog eens nergens naartoe. Sterker: uit Duits onderzoek bleek dat mensen die niet altijd aardig doen worden meer gewaardeerd dan mensen die altijd maar instemmen en leuk meedoen. Erhardt: “Want áls ze dan eens wat aardigs zeggen, komt dat eerlijk en geloofwaardig over.”

 Functioneel aardig Mooi is dat. Leuk en aardig is helemaal niet altijd leuk en aardig. En een ‘lief meisje’ willen zijn levert soms ook nog eens het omgekeerde effect op. Toch is er nog steeds niets mis met vriendelijkheid, maar het is wel aan te raden om in de gaten te houden of –en wanneer- je ‘functioneel aardig’ bent, zegt hoogleraarpsychologie Roos Vonk. En dat geldt vooral voor een zakelijke omgeving zoals het werk, want daar is bijna nooit iemand belangeloos aardig zegt ze. “Als jij tegen je baas zegt dat hij of zij iets geweldig heeft gedaan (“wat ben je toch goed!!”) kan dat strategisch zijn, mits je het goed brengt.” En het is tegelijkertijd precies dat schimmige gebeid tussen oprecht iets aardigs voor een ander willen doen en kruiperigheid, waar de pleasers onder ons voor moeten oppassen. Bovendien kan het handig zijn om je af te vragen of de wereld eigenlijk wel zo zit te wachten op al die  mensen die aardig gevonden willen worden. Want wie vanuit een drang om aardig en leuk gevonden te worden daardoor ook gevoelig reageert, snel gekwetst is (“Ik had nog wel zo mijn best gedaan”) of niet tegen kritiek kan, doet óók aan een vorm van emotionele manipulatie. En daar is plotseling helemaal niets vriendelijks meer aan.

 Miss nice guy Hoog tijd dus voor een kleine persoonlijke ommekeer. En dat betekent niet dat ik –zoals een bekende ooit presteerde nadat ze op een assertiviteitscursus was geweest- plotseling op alles nee! ga schreeuwen, humeurig of lelijk doe, afspraken op het laatste moment af ga zeggen of actief mensen ga vertellen wat er allemaal wel niet aan ze mankeert (“Ik kan je echt niet uitstaan.”). Wel wordt het eens tijd voor wat meer ‘nee’ en wat minder ‘eh, oké’. En als ‘ze’ me dan niet aardig vinden; jammer. Echte vriendelijkheid gaat nu eenmaal net over angst, maar over het hart. Dus bye bye miss nice guy! Hello true kindness!

Lees ook: 40 kleine waarheden over geluk na je 40e

 

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).