Hoe je eindelijk je controlefreakerigheid los kunt laten

We hebben invloed op veel dingen in ons leven, maar echte controle over maar weinig. Je écht overgeven aan wat het leven je brengt kan extreem moeilijk zijn. Merel ging op zoek naar de beste manier om los te laten.

Ik ben Merel en ik ben een Controlefreak. Een hele echte. Ik wist het heus al wel, met mijn perfectionisme en mijn ‘ik moet weten waar ik aan toe ben’. En wat te denken van die burn out na dat werkproject dat te groot was om compleet in de smiezen te houden. Maar dat mijn behoefte aan controle en houvast zich zover mijn wezen was doorgedrongen, daar kwam ik pas achter toen ik probeerde zwanger te worden.

Het was eigenlijk voor het eerst in mijn leven dat ik bij iets enorm belangrijks vrijwel geen enkele controle had. Zoals jullie weten, jongens en meisjes, zijn er een paar dingen nodig als je zwanger wilt worden: een zaadje en een eitje en een manier om die twee samen te brengen, op precies het juiste moment. Maar verder houdt het wel een beetje op, ondanks wat bepaalde health goeroes je misschien willen doen geloven met hun koudgeperste spinazie-selderij-shakes. Goed, ik had mijn cyclus in de gaten gehouden en ervoor gezorgd dat op de juiste tijden sperma op jacht gingen naar mijn eitje. En verder was het wachten geblazen.

Ik kan je vertellen: ik trok het behoorlijk slecht. Als iemand me had gevraagd of ik liever nu káns had op zwangerschap, of over een jaar zékerheid op zwangerschap (zonder onzekerheid tussendoor dus) dan had ik zeker voor het laatste gekozen. Want elke maand trok ik de dagen voor mijn eventuele menstruatie het behang zo ongeveer van de muur. WÁÁÁT, ik voel mijn baarmoeder krampen! Mijn borsten zijn gezwollen, nee kijk, echt enórm! En is dat een spoortje misselijkheid? OMG ik ben zwanger, zie je, het móet wel! HEE, drie dagen te vroeg ongesteld, dat is vast een miskraam! Deze gedachten had ik niet af en toe eens, maar de godganse dag. De dwanggedachten maakten dat ik tot mijn ontsteltenis moest vaststellen dat ik toch niet zo geestelijk gezond was als ik altijd had gedacht.

Om mezelf een beetje in het gareel te krijgen (of was dat ook weer de behoefte aan controle soms…?) ging ik onderzoeken waar het probleem lag. Was ik bang kinderloos en verdord achter te blijven? Tuurlijk, dat was een angst. Maar eigenlijk was het vooral het gebrek aan controle dat mij tot waanzin dreef. Ik ging het onderzoeken. Als mijn gedachten zich vastschroefden en er alweer tandafdrukken in de bankleuning stonden, drukte ik even op de pauzeknop en vroeg mezelf af: Wat gebeurt hier? Het ging om de behoefte aan controle, van zo’n beetje alles, bleek. Daar was ik eigenlijk de godganse dag mee bezig. In sociaal contact: sociaal wenselijk gedrag vertonen, in de gaten houden hoe iedereens pet staat, zodat ik in ieder geval wéét hoe ze zullen reageren (of dat nou blij of boos is). Bij onverwachte wendingen meteen in de piekerstand: als dit, dan dat, of kan ik misschien beter zus als zo?

Op dagen dat ik kort had geslapen trok ik een gebrek aan controle zo slecht, dat ik liever nu iets slechts koos dan te moeten wachten op iets goeds. Bij emoties die ik liever niet wilde voelen (boosheid, verdriet, angst) verkrampte ik automatisch: Hee, dit wil ik niet, wat is dit, waarom voel ik dit, hoe krijg ik dit weg, wat moet ik doen, dit is fout, weg ermee, weg weg weg. Mijn hersens probeerden onmiddellijk oplossingen te bedenken en als ze na 47 gedachtenloopjes nog geen geraffineerde uitweg hadden gevonden, dan was het vakkundig onderdrukken van deze emotie of ervaring het enige alternatief.

Ik schrok eigenlijk wel een beetje. Ik wist wel dat ik een controlefreak was, maar dit ging toch wel ver. Voor mijn geestelijke gezondheid (en dat van mijn toekomstige kind, de arme drommel met z’n neurotische moeder…) sloeg ik aan het experimenteren en kwam op de volgende stapjes uit, die bij mij lucht aanbrachten in die roestvaste reactiepatronen:

  • Stress. De behoefte aan controle uit zich eigenlijk altijd in een lichamelijke stressreactie. Als eerste probeerde ik het in de gaten te krijgen als ik ergens controle over probeerde krijgen. De stressreactie in mijn lichaam te detecteren: schouders die vast gingen zitten, die ene stressknoop in mijn rug, hoge ademhaling.
  • Gedachte. Nadat ik die stress in de gaten had gekregen, vroeg ik mezelf af: Welk gedachte zit hierachter? Het waren soms specifieke gedachten (deze werkklus gaat mis!), iets vagere gedachten (ze zullen er achter komen dat ik eigenlijk niets kan!) of totaal onduidelijk (aaaaaaahh help!).
  • Gevoel. Vervolgens stelde ik mezelf de vraag: Wat is het gevoel dat eronder zit? In mijn geval was het meestal angst, voor specifieke dingen of vagere ‘alles gaat mis’-vrees. Angst is overigens een soort koekoeksjong; soms voel je je bang, maar ben je eigenlijk verdrietig of boos en durf je dat niet te voelen.
  • Reactie. Steeds beter ging ik zien hoe ik automatisch reageerde op een angstige gedachte of een vervelende emotie. Hoe ik met piekergedachten probeer de boel weer in het gareel te krijgen, door het te proberen op te lossen of te onderdrukken.
  • Uitstel. ‘Gewoon loslaten’ of ‘je moet jezelf overgeven’ zijn tips (voor mij lijken ze meer op commando’s) die leuk klinken maar niet zomaar toe te passen zijn. Want ja, hóe dan? Wat ik deed was proberen mijn reactie iets uit te stellen. Dus: ik voel stress, ik onderzoek mijn gedachte en onderliggende gevoel daarbij. En vervolgens probeer ik even niets te doen. Niet te reageren. Niet op te lossen, niet weg te duwen. Het was alsof ik het gevoel had dat ik viel en in plaats van mijn handen uit te steken om houvast te zoeken, even niets deed. Om te voelen hoe het is om te vallen. Om er achter te komen dat ik niet te pletter sla. Of te zien dat ik eigenlijk helemaal niet val, maar me alleen even uit balans voel.

Deze stapjes hielpen mij erg. Ik kon steeds iets langer een onzekerheid of angst laten voor wat ‘ie was. En – magic! – dan werd de vervelende emotie al snel minder erg en verdween vaak na een tijdje. Het was alsof ik mezelf opnieuw programmeerde. Als kind heb ik blijkbaar aangeleerd dat negatieve emoties en onzekerheden levensgevaarlijk zijn. Dat je als een gek rondjes moet gaan hollen en oplossingen moet verzamelen, omdat je anders… ja anders wat? Doodgaat? Hoe ouder je wordt, hoe meer zo’n reactiepatroon inslijt. Nu leerde ik mezelf een nieuw reactiepatroon aan.

Lees ook: 12 Signalen die erop wijzen dat je perfectionisme uit de hand begint te lopen

(Beeld: Bored Panda)

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.