Ik ben een monster in het verkeer (en dat moet anders)

Zodra ze de contactsleutel omdraait, gaat het gas erop en verandert Cathelijne (van zichzelf een aardig en behulpzaam meisje) in een ongeduldige verkeersaso die op haar mede weggebruikers scheldt als een bootwerker. Dat moet anders, vindt ze, en wel vanaf nu.

Misschien raar om het over mezelf te zeggen, maar ik ben best een aardig meisje. Ik groet mensen op straat, hoor geduldig de verhalen van mijn vrienden aan, sta netjes in de rij bij de kassa en ben hulpvaardig en beleefd tegen collega’s. Ik help oude van dagen bij het oversteken, hou de deur open voor treuzelende mensen en help zo nu en dan een buggy de tram in te tillen.

Zo ben ik.

Sinds een paar jaar rij ik in een zwarte Golf uit 2001: een klein en snel scheurijzer wat wel even wennen was na mijn oude, vertrouwde vintage Saab, die reed als een solide tank. In een Saab moet je geen haast hebben. Bij het stoplicht trok ik op goede dagen een scootmobiel er uit, en eenmaal op de snelweg zoefde ik op gepaste snelheid over het asfalt om de geldverslindende benzinetank onder controle te houden. Maar sinds ik in dit kleine, zwarte monster rij, gaat het mis. Ik ben veranderd in een onverschrokken wegpiraat, eentje van het ergste niveau. In het verkeer verander ik in een scheldende, ongeduldige, snelheidsovertredende, asociale trut. Zodra ik de contactsleutel om draai en het parkeervak uit schiet gaat het gas er op. Ik zigzag als aangeschoten wild door de straten, neem bochten kort en strak, piep voor over de doorgetrokken streep en trek me amper wat aan van snelheidsborden, vluchtheuvels of oranje stoplichten. En daarbij scheld ik als een bootwerker op iedereen die mijn pad kruist en niet genoeg op schiet.

Lees ook: Waarom we zo boos kunnen worden in het verkeer

Ik had het allemaal niet zo door, tot een vriendin naast me in de auto stapte. Gezellig kwebbelend gingen we op weg, maar de sfeer sloeg al snel om toen de eerste oetlul voor me onverwacht van baan wisselde zonder richting aan te geven. Ik rolde met mijn ogen, mepte op de claxon en begon luidruchtig te puffen. Uit mijn bakvissenmond kwamen zinnen als als-je-niet-kan-rijden-moet-je-het-niet-doen-klootzak!, het-is-toch-goffedomme-niet-te-geloven en zeker-weer-een-wijf. Langzaam draaide mijn vriendin haar hoofd om en vroeg met grote ogen wat mij mankeerde. Niet sukkelen maar dóórrijden, antwoordde ik, we hebben allemaal haast!

Ze schudde haar hoofd en zei niets meer. Ik werd rood en deed hard mijn best om in elk geval vijftig te blijven rijden om haar op haar gemak te stellen. Schelden op whatsappende fietsers deed ik binnensmonds, maar aan het eind van de rit waren mijn kaken gespannen als elastiek en lekte er stoom uit mijn oren.
‘Je bent mijn vriendin en ik hou van je,’ zei ze bij aankomst op onze bestemming. ‘Maar in het verkeer ben je écht een enórme lul.’ Ik kan geen lul zijn want ik ben een vrouw! probeerde ik nog. Maar ze had gelijk. In mijn auto verlaag ik mezelf tot een Tokkie-niveau wat mijlenver af staat van mijn toch redelijk geslaagde opvoeding en redelijk zachtaardige karakter.

In mijn afgesloten koekblik scheld en foeter ik er op los. Lekker anoniem, een beetje zoals op Twitter. Maar het is tijd voor verandering. De opwinding en bijkomende scheldpartijen geven stress en zorgen voor een ongezond hoge dosis negatieve energie. Vanaf nu ga ik mijn stinkende best doen me te gedragen, niet meer te schelden tegen andere verkeersdeelnemers en de regels te respecteren. Al is het maar om nooit, maar dan ook NOOIT mezelf terug te hoeven zien in zo’n achterlijke tv-programma waar debiele weggebruikers op de bon worden geslingerd. Daar ben ik echt te aardig voor.

Lees ook: Waarom vloeken goed voor je is

 

 

 

Geschreven door