Kun je niet slapen? Ga dan vooral niet op tijd naar bed!

De laatste tijd slaap ik erg slecht. Heel irritant, want daardoor ben ik eigenlijk altijd moe. En hoe het kan? Geen idee, want ik ga iedere dag op tijd naar bed. Heel netjes, om 22.00 uur. Niet zo vroeg dat ik de aftitelingstune van Sesamstraat nog hoor als ik in bed kruip, maar ook niet zo laat dat ik over mijn slaap heen ben. Gewoon op tijd. Zoals het moet dus. Dus waarom kan ik dan toch niet slapen?

Lees ook: Angst voor de toekomst: een reflex uit het menselijke verleden

Omdat ik het helemaal fout doe dus, aldus de wetenschap. Italiaanse onderzoekers hebben aangetoond dat ‘op tijd naar bed’ gaan onzin is. Dat meldde Psychologie Magazine een tijd geleden. ‘Op tijd’ is namelijk nogal een relatief begrip. Wat voor jou het juiste tijdstip is, hoeft dat voor mij helemaal niet te zijn. We vinden het (te) laat als we rond middernacht, of zelfs daarna, naar bed gaan. Tegen de tijd dat Humberto heeft afgetaaid op tv, dien je toch echt wel in je bed te liggen. Want anders krijgen we te weinig slaap, dus dan is het ook niet gek dat je de volgende dag moe bent, toch? Maar dat verschilt dus echt gewoon per persoon. Sterker nog, als jij altijd om 22.00 uur naar bed gaat, alleen maar omdat dat ‘op tijd’ is, is de kans aanzienlijk dat je juist helemaal niet slaapt.

De onderzoekers vergeleken voor hun studie goede en slechter slapers met elkaar en wat bleek? Mensen die goed slapen, gaan doorgaans pas naar bed als ze zich daadwerkelijk moe vóelen. Gaan ze gapen, vallen hun ogen dicht en kunnen ze zich niet meer goed concentreren, dan beschouwen ze dat als duidelijke tekenen van hun lichaam dat er geslapen moet worden. En geven daar vervolgens ook gehoor aan. Het gevolg is dat deze mensen in slaap vallen zodra ze hun kussen raken en dus niet, zoals helaas zoveel mensen, nog uren liggen te draaien en te woelen, omdat ze de slaap niet kunnen vatten. Want dan ben je wel op tijd naar bed gegaan, maar als je lichaam nog niet wil slapen, komt de ophaalbrug naar dromenland helaas niet naar beneden.

En wat is er frustrerender dan in bed naar het plafond liggen staren, omdat Klaas Vaak eerst nog een paar andere bedden in z’n agenda heeft staan? Er is weinig waar ik meer geïrriteerd van raak dan doelloos wakker liggen en voor je het weet is het vervolgens 03.00 uur ’s nachts en is de adrenaline van alle ergernis zo hoog opgelopen, dat je eerst ettelijke kopjes kamillethee met honing nodig hebt voor je überhaupt ook maar een nieuwe póging zou kunnen doen om te gaan slapen. En vóel je je dan ten langen leste afglijden in de slaap, dan gaat een uurtje later alweer de wekker en kun je vervolgens geradbraakt naar je werk. Maar je wás op tijd naar bed gegaan. Dat dan weer wel.

De biologische klokken van de mens lopen nou eenmaal niet gelijk, we zijn tenslotte geen robots. Waar de één het best gedijt op de zo verheerlijkte acht uur slaap, functioneert de ander beter op zes uurtjes, ook al klinkt dat misschien paradoxaal. Maar, zoals met zoveel dingen, gaat het bij slaap ook voornamelijk om kwaliteit, niet om kwantiteit. Kruip jij pas onder de wol als de halve wereld al lang en breed op één oor ligt, maar slaap je dan vervolgens wel stevig aan één stuk door, dan word je waarschijnlijk ook uitgerust en fit wakker. Laat de kippen gerust op tijd op stok gaan, maar voel je niet verplicht ernaast te gaan zitten als je nog wat rond wil scharrelen. Dan ben je ’s morgens waarschijnlijk zo fris als een hoentje.

Lees ook: Het is echt verspilde energie om je leven piekerend door te brengen

(Bron: Psychologie Magazine)

Geschreven door