Vrouwen! Laat mannen weer gewoon mannelijk zijn

Een vriendin van Vala was haast beledigd toen een man op hun eerste date even een kast de trap op ging sjouwen. Hoezo dacht deze vent dat zij hulp nodig had met sjouwen? Ze was zelfstandig, ja?! Nou, Vala verlangt wel weer naar een vent met wat testosteron.

Onlangs ging ik met een vriendin uit eten. We zaten in een café achter onze glazen rosé en ik luisterde gretig naar haar dating-avonturen. Zij is namelijk single, dus dan maak je nog eens wat spannends mee, waar ik, als gezapige moeder van twee, natuurlijk graag van mee geniet. Op deze bewuste avond vertelde mijn vriendin dat ze haar potentiële nieuwe verkering recent ernstig in de war had gebracht. Hij had namelijk een hele zware kast voor haar de trap op willen dragen en bij het horen van dat galante aanbod was mijn vriendin volledig uit haar plaat gegaan. Want HOEZO durfde dit chauvinistisch manspersoon überhaupt maar te veronderstellen dat zij zijn hulp nodig had bij het sjouwen van meubilair? Zij was toch zeker een onafhankelijke vrouw van in de dertig, die haar eigen boontjes wel kon doppen?

Ga weg met die rolbevestigende spierballen, zij droeg zelf dat stuk massief eikenhout de trap wel op, ook al moest ze het met een hernia bekopen. De date was met hangende schouders afgedropen. Eigenlijk had hij haar na het sjouwen mee uit eten willen nemen. Ja, op zíjn kosten dus. Maar dat onzalige idee durfde hij nu al helemaal niet meer te pitchen. Mijn vriendin bleef dus moederziel alleen, hongerig en ook nog eens hevig onbevredigd achter. Want ze had hem aan het eind van de avond eigenlijk heel feministisch willen bespringen. En nu nam hij met tranen in zijn ogen zomaar de kuierlatten. Wat een mietje.

Ik ben opgegroeid met een extremistisch feministische moeder, dus als in een Pavlov-reactie knikte ik instemmend. Eigenlijk wilde ik mijn bh al bijna verbranden in het kaarsje op de tafel. Maar toen begon ik mij toch af te vragen: HOEZO mocht die arme jongen die topzware kast niet naar boven sjouwen, voor het meisje wiens hart hij zo graag wilde winnen? Wat is daar eigenlijk mis mee? Want hoe je het ook wendt of keert: hij is toch de man? Maar in Nederland doen wij niet meer aan biologische verschillen, want wij zijn namelijk geëmancipeerd. Niet op de werkvloer overigens en ook niet als het gaat om zorg, nee, wat dat betreft doen ze het in donker Afrika zo ongeveer nog beter, maar als het gaat om wat we in dit land tussen onze benen hebben hangen (of juist niet), dan maakt dat eigenlijk niet meer uit. De Dolle Mina’s hebben hun schorten namelijk zo hard schreeuwend aan de spreekwoordelijke wilgen laten wapperen, dat we er inmiddels totaal van in een geslachtelijke identiteitscrisis zijn beland. En stiekem wordt daar niemand vrolijk van. Alhoewel we doen alsof we onszelf echt enorm progressief op de borst(en) kunnen kloppen.

Chivalry is dead, zo luidt de uitspraak en inderdaad, dat kun je in Nederland wel zeggen. Want we zijn zo ver doorgeschoten in dat verheerlijkte gelijkheidsprincipe dat vrouwen naast die schorten, ook hun hang naar romantiek en, jawel daar komt ‘ie, afhankelijkheid, zijn kwijt geraakt. Om me heen zie ik alleen maar vermoeide, verzuurde, vrouwen met haar op hun tanden, die stiekem ontevreden zijn over hun bestaan en vooral: over hun vent. Vrouwen die op alle fronten van hun leven de manager uithangen. Op hun werk, als moeder en als (seksuele) partner. En de mannen, die knikken onderdanig en voelen hun scrotum alsmaar krimpen. Want de Nederlandse man, dat is bijna geen man meer. De Nederlandse man, die draagt geen zware boodschappentassen en die houdt geen deuren open. Hij zeult op het vliegveld niet met alle koffers, de kinderwagen en de beautycase, terwijl zijn vrouw alleen de baby maar hoeft vast te houden. Nee, hij zijgt neer op het laatste vrije stoeltje bij de gate, terwijl zijn vrouw een uur moet blijven staan met een baby in haar armen en een schreeuwende peuter aan haar rokken. Oh nee, aan haar oh zo praktische Gaastra afritsbroek, want ook het uiterlijk van de Nederlandse seksen is veelal uniform geworden.

Ik zal de laatste zijn om te beweren dat het aanrecht het enige domein is van de vrouw. Dat je ‘s avonds met je haren in de krullers je man moet opwachten met een wildgebraad in de oven en zijn pantoffels in je hand. Nee, natuurlijk niet, want de jaren ‘50 zijn voorbij (wel zonde van de mode trouwens, daar had ik misschien nog best in een schortje een sukadelapje voor willen braden). Maar hoewel ik oprecht blij ben met mijn stemrecht en het feit dat ik een broek mag dragen, ik blijf nou eenmaal toch een meisje. En nee, ik hoef mijn hand niet op te houden bij een vent, want ik verdien mijn eigen geld, dus die boodschappen kunnen best ook wel van mijn rekening. Maar hij moet wel de tassen dragen. Want: hij is de man. Ik wil best meer poepluiers verschonen, want ja, ik heb nou eenmaal die baarmoeder en dus meer zorginstinct. Maar dan moet hij ‘s avonds wijn inschenken en mijn voeten masseren. Want: hij is de man. We kunnen wel hardnekkig dóen alsof we graag de broek aan hebben, maar niet voor niets vond Christian Grey gretig aftrek in de bioscopen. Niet vanwege zijn zweepjes en zijn amateuristisch geknoopte touwen aan dat spijlenbed, maar wel omdat de testosteron waarlijk uit zijn strak gesteven grijze maatpakken gesijpeld kwam. Waar of niet, ladies?

De man voelt zich geen man meer, omdat wij vrouwen hem dat niet meer gunnen. En dus wordt hij die ontzettend Hollandse polder-lamlul waar wij dan weer zo zurig over gaan lopen zeiken. Maar hoe kan hij anders, als we hem zijn witte paard nooit meer van stal laten halen? Als hij rammelend in zijn net opgepoetste harnas voor ons staat en wij weigeren ons eens lekker te laten schaken? Dan heb je na verloop van tijd toch ook geen zin meer om de jonkvrouw aan je lans te rijgen? Echt, vrouwen vooruit en hoera voor gelijkheid, maar dames, gun die kerels ook eens wat. Laat je vent de boodschappentas met al die flessen frisdank maar mooi dragen en ja, op een eerste date mag hij dus echt gewoon lekker ouderwets betalen. Kom eens uit die afritsbroek en strijk de boze plooien uit je wangen. En kijk eens naar beneden, want onderaan die barricade steken ze galante handen uit en die mag je best eens aanpakken. Dat maakt je niet meteen een dweperige Joop ter Heul karikatuur (overigens: ik kan het boek echt aanraden), maar gewoon, een beetje vrouw. En dat is eigenlijk best wel lekker.

Geschreven door