Waarom alle Nederlandse verpleegkundigen HELDEN zijn

Verpleegkundigen. Je ziet ze normaal gesproken niet, maar als je eenmaal met ze in aanraking komt laten ze je vaak genoeg in bewondering achter. Een ode aan een beroepsgroep die dan ook VEEL MEER maatschappelijke waardering verdient.

Ik kan niet tegen bloed dus misschien komt het daar wel door dat ik zo graag naar verpleegkundigen kijk. Want een ding is zeker: jullie kunnen dat dus wel. Net zoals dat jullie infusen kunnen aanleggen, en drukverbanden. Jullie kunnen moeilijke monitors aflezen, bloed afnemen, of kordaat door de ziekenhuisgangen heen wandelen op jullie klompen en in jullie witte pakken. Jullie kunnen baby’s geboren laten worden, kleine kinderen op de juiste toon aanspreken, bejaarde mensen met zoveel mogelijk waardigheid wassen, drie verschillende patiënten op een zaal tegelijkertijd op hun gemak stellen, in een handomdraai ook nog even koffie halen en een boterham wegwerken en terwijl jullie daarna weer moeten overleggen met de artsen kunnen jullie ons ineens vorsend aankijken terwijl jullie tegelijkertijd nog even ons kussen opschudden en onze temperatuur controleren. En dat het liefst dus allemaal op hetzelfde moment, als het aan jullie ligt. Ik bedoel maar: damn, echt.

Nu zie ik verpleegkundigen niet zo vaak in actie en dat is eigenlijk maar goed ook als je erover nadenkt. Maar de afgelopen dagen dus wel, want door omstandigheden bevond ik mij twee dagen op een Intensive Care. Vanwege een vrij heftige operatie bij een familielid. En ik kan je zeggen, ik vond jullie ronduit helden. En dat meen ik dus serieus. Alsof het niets was zag ik jullie van hartmonitor naar piepende zuurstofmachine lopen, zonder haast maar ook zonder enige twijfel en vooral zonder paniek. Waar ik zelf geregeld het gevoel kreeg dat ik misschien even moest gaan liggen bij de aanblik van zo ongeveer alles dat ik voorbij zag komen op die IC trokken jullie gewoon het gordijn om het bed dicht, waarna ik een rustig ‘we gaan u even omdraaien’ hoorde temidden van allerlei piepende en gorgelende geluiden.

Nee, een pretje was het niet. Maar aan jullie lag dat niet. En dat lag niet alleen aan het feit dat ik even deelgenoot was van een kranige, doortastende medische wereld waar ik normaal gesproken geen idee van heb, maar ik ook even deelgenoot werd van alles wat daar ook op sociaal gebied nog extra van jullie wordt verwacht. Want de HELE wereld komt dus zo ongeveer dagelijks in een ziekenhuis voorbij. In drommen ook. Van Tokkie tot Golfbal, van beleefde bejaarde tot schreeuwerige kermisklant. Van die laatste kreeg ik even een tipje van de sluier mee, in de variant van een luidkeels bellende, opzichtige Nijmeegse in een glanslegging die het werkelijk ONBESTAANBAAR vond dat ze nog STEEDS niet te horen had gekregen WANNEER de operatie van ons pa nu toch eindelijk eens afgelopen was want HALLO ze zat hier nu al een paar uur en ze wilde naar de HOND maar NIEMAND vertelde haar hier IETS en.. goed, je hebt het plaatje.

En met dat soort types hebben jullie dus ook maar gewoon te dealen. Niet iedereen is zich helaas even goed bewust van het feit dat in ziekenhuizen niet alleen mensenwerk wordt verricht, maar dat die mensen ook nog eens in alle soorten en maten en met allerlei heftige emoties binnen komen wandelen. En dat je er dus best een beetje bewondering en beleefdheid voor mag opbrengen als je door een verpleegkundige wordt geholpen. Aangezien je niet de enige bent hier, en vrijwel iedereen ergens vette stress van heeft in een ziekenhuis. Maar die memo heeft nog niet iedereen gelezen, vrees ik. Dus wordt er volop geklaagd, gezeurd en gezeverd, terwijl jullie praktische lieverds ondertussen proberen om dat hoofdverband naar behoren aan te brengen terwijl er alweer drie nieuwe patiënten in de rij staan om op de zaal geïnstalleerd te worden. Want ik zeg het nog maar even voor de duidelijkheid: er wordt nog steeds belachelijk veel bezuinigd op de zorg. Waardoor jullie lange diensten hebben, steeds meer tegelijk moeten doen met in steeds minder tijd en dat alles ook nog eens niet bijster goed betaald. Dat we dat ook maar even goed op de radar houden met z’n allen, zal ik maar zeggen. Zeker voor de luitjes die het in hun botte kop halen om als kerngezonde bezoeker luidkeels te staan bellen met al hun ‘klachten’, terwijl op de IC intussen met man en macht wordt gewerkt aan het zo goed mogelijk aan de hartbewaking leggen van ‘ons pa’.

Dus bij deze en uit volle borst dan maar. Want jullie werk mensen, het soort werk dat jullie doen noem ik nou heldendom. Uiteraard gaat er wel eens wat mis bij jullie, of wordt er een patiënt verward met iemand anders, duurt iets te lang of juist te kort of doet het gewoon pijn, zijn jullie te kortaf of juist te jolig. Maar jullie lopen daar toch maar mooi, elke dag. In de soort complete stad die het ziekenhuis vaak is: afgezonderd van de rest van de wereld maar zodra je er een voet binnenzet plotseling een onzichtbaar maar compleet zelfstandig functionerend universum. Waar leven en dood dicht bij elkaar liggen, waar niemand langer het voorrecht heeft van een goede gezondheid, waar ik zieke kinderen met kale koppies door de gangen zag lopen met hun ontredderde ouders maar ook oude besjes gearmd op het bezoekuur zag komen van hun kleinkind. Een wereld van rolstoelen en brancards, van pasgeboren baby’s en hart-longmachines, van veel teveel slangen en draden in het lichaam van iemand zien van wie je zielsveel houdt en daar machteloos naar kijken terwijl je niets kunt doen. En waar jullie dus ook zijn, elke dag opnieuw. Met glaasjes water en de leesmap, een nuchter woord of een verschoond bed, een nieuw verband of een infuus. Je wist niet hoe enorm belangrijk dat allemaal kan zijn, tot jullie op een dag voor jou bedoeld zijn, of voor iemand van wie je houdt. Je wist het niet, tot je op een dag jullie wereld in komt lopen. En dat moment is vrijwel nooit vrijwillig, vrees ik.

Ik neem mijn hoed dan ook diep af voor jullie, en ik weet eigenlijk wel zeker dat ik niet de enige ben. Want ik kon het ziekenhuis een paar dagen geleden gewoon weer uitlopen, de zomer in, vrij en gezond en wel, maar een hoop andere mensen op dat moment dus niet. Mensen onder wie degene voor wie ik op dat moment in dat ziekenhuis was, en die niets liever wilde dan naar huis gaan. Dat kon voorlopig nog niet en dat was verdrietig. Maar het troostte me wel dat ik jullie had gezien, en dus wist dat er goede, zorgzame handen waren. Jullie handen. Mijn dank daarvoor is enorm, en dat moest maar eens hardop worden gezegd. Verpleegkundigen for president dus. En iedereen die daar anders over denkt, moet om te beginnen stoppen met glansleggings dragen. Dat vooral. En je zou het waarom daarvan natuurlijk aan verpleegkundigen kunnen vragen. Maar ik vermoed eerlijk gezegd dat ze het te druk hebben met belangrijkere dingen. En dat is maar goed ook.

Lees ook: De 10 belangrijkste levenslessen van oude mensen

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).