Waarom ik verdrietig word van oude mannen met kroketten

Sommige mensen kunnen niet tegen dierenleed. Anderen krijgen een brok in hun keel als ze denken aan de vervuiling van onze planeet. Vala krijgt het echter te kwaad als ze op straat bejaarde mannen junkfood ziet eten. Want, dat is toch zielig?

Ik kan me nog levendig voor de geest halen wanneer het begon, mijn angst (want dat is het zo langzamerhand wel) voor oude mannen met een vette hap in de publieke ruimte. Het gebeurde op een herfstige middag in Amsterdam, toen ik 21 was. Ik liep over een drukke straat naar huis. Om me heen mensen weggedoken in hun winterjassen, duidelijk op weg naar huis of supermarkt, gepreoccupeerd met dingen te doen, zaken te regelen, mensen te zien. Kortom: met een leven. En toen was hij daar: de man met de kroket. Licht gebogen stiefelde hij over het trottoir. Ongeveer 75 jaar, gestoken in een ietwat mottige grijze jas, geruite sjaal in zijn kraag gepropt en op van die bruine schoenen die een kruising zijn tussen bordeelsluipers uit de jaren ’50 en een paar sloffen. En met een kroket in zijn hand, op zo’n wit kartonnen bordje van het snackloket. Alleen. Buiten. Happend. Zonder doel. En diepe droevenis overviel mij.

Sindsdien kan ik er niet meer tegen om bejaarde mannen met een vette bek op straat te zien. Eigenlijk heb ik sowieso al moeite met bejaarden, maar dit spant gewoon echt de kroon. Heel lang wist ik niet wat het nou is dat me zo er zo aan tegenstaat, maar inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat het de eenzaamheid ervan is. Alsof het leven om deze mannen heen compleet aan hen voorbij glijdt en zij erbuiten zijn komen te staan. Waarschijnlijk stonden ze een paar jaar geleden nog midden in dat leven, hadden ze een baan, een bezigheid, een dagelijks doel. En toen werden ze oud en hield het op. Viel alles weg. Gingen ze met pensioen en zaten ze maar thuis. Waar hun vrouwen zich wild aan hen zaten te ergeren en dus sloegen ze maar op de vlucht. De straat op. Waar ze vervolgens doelloos rond dolen. Iedere dag opnieuw. Met een beetje zakgeld in hun rimpelige knuisten, wat ze dan stukslaan bij de Febo. In de winter van je leven met een kroket in de hand op straat. Dat is eenzaamheid.

Ik ben bang voor de vergankelijkheid van het leven en dat is wat ik in die mannen zie. Alsof er met het ouder worden niks meer is. Alsof je geen levensdoel meer hebt. Alles en iedereen raast plotseling aan je voorbij en voor je het weet sta je moederziel alleen in de gure wind op straat en weet je niet meer waar je heen moet. Heb je geen richting meer. En ga je dus maar dwalen. Net zo lang tot je uiteindelijk die spreekwoordelijke tunnel in gaat, waarin je dan aan het eind kunt opgaan in het eeuwige licht. En tot die tijd sjok je maar lamlendig voort, met als enig dagelijks hoogtepunt dat luikje met die kroket. Het is mijn ultieme schrikbeeld. Want als dat ouder worden is, dan taai ik na mijn pensioen liever maar gewoon gelijk af.

Natuurlijk is het onzin, want de kans dat die mannen helemaal niet ongelukkig zijn is groter dan dat ze inderdaad alleen nog die kroket hebben om voor te leven. Waarschijnlijk scheppen deze mannen juist genoegen in hun dagelijkse rondje door de buurt en die snack waarop ze zichzelf eens lekker trakteren. Dat is tenminste weer eens wat anders dan die laffe volkorenbiscuitjes die ze thuis van hun vrouw krijgen, omdat die op haar ouwe dag zo nodig nog gezond moest gaan doen. Dus mijn snackende ouwe knarren aversie is weinig meer dan ordinaire angstprojectie, omdat ik bang ben voor mijn eigen persoonlijke teloorgang. Misschien dat ik gewoon eens naar de Febo moet, om daar met zo’n meneer te gaan praten. Zodat die me kan vertellen dat hij juist helemaal niet zielig en eenzaam is. En dat ik dat dus later ook niet word. Dan kan ik misschien tenminste weer eens rustig een kroket eten zonder gelijk een paniekaanval te krijgen.

Lees ook: DIT zijn de 59 tekenen dat je écht ouder wordt (ja, jij ook!).

Geschreven door