Waarom je vooral niet de beste versie van jezelf moet worden

‘Live your best life’, ‘be your best you’, het is de tendens van deze tijd. Overal het maximale uit willen halen, vooral ook uit jezelf. Want, het kan altijd beter. Maar, waarom eigenlijk? Is wie je bent niet al genoeg?

Het zal best dat je een mooi mens bent, met een leuk leven enzo, maar waarom zou je daar genoegen mee nemen? Er is tenslotte altijd ruimte voor verbetering. Je kunt altijd beter/mooier/slimmer/sneller worden en als dat kan, waarom zou je dat dan niet gewoon doen? Wie stilstaat in het leven, zichzelf accepteert zoals-ie is, kan er tegenwoordig eigenlijk gewoon maar beter meteen mee ophouden. Tevreden zijn met wie je bent, dat is tenslotte zo verleden tijd. En lui ook bovendien. Je moet namelijk altijd naar het hoogst haalbare streven. Self-improvement is het sleutelwoord van deze tijd. En op zich lijkt het ook helemaal niet onlogisch. Want waarom zou je er niet uit halen wat erin zit?

Nou, omdat je je kunt afvragen of er eigenlijk wel zoveel meer in zit dus. Onderzoekers Carl Cederström en André Spicer dompelden zich een jaar lang onder in wat ze zelf de ‘Optimalization Movement’ noemen; het idee dat we constant bezig zouden moeten zijn met een betere versie van onszelf te worden. Wat zit er achter dat verlangen naar superioriteit? En hoe denken we die staat te bereiken? Om daar achter te komen probeerden ze een jaar lang om zichzelf op alle fronten van hun leven te verbeteren. Ze volgden diëten om gezonder te worden, gingen sporten om een mooier lichaam te krijgen, bezochten carrièrecoaches om op professioneel gebied beter te worden, gingen in therapie om zichzelf beter te leren kennen, etc. Want, zeggen ze, dat is waar we tegenwoordig dagelijks aan blootgesteld worden: beelden van mensen die laten zien hoe ontzettend goed ze bezig zijn. We zien op social media aan de lopende band hoe onze hele omgeving blijkbaar gestaag verandert in supermensen, met hun persoonlijke Runkeeper records, hun healthy lifestyles en de interessante cursussen en workshops die iedereen de hele tijd maar volgt om zichzelf te ontplooien. En dus begint er binnenin onszelf wat te knagen. Zeurt er een klein stemmetje in ons hoofd: ‘zou ik dat ook moeten doen?’ Want, je wilt natuurlijk niet eindigen als loser tussen de übermenschen.

“In de consumptiemaatschappij van tegenwoordig is het niet de bedoeling dat je een spijkerbroek koopt en daar vervolgens tevreden mee bent” zeggen Cederström en Spicer, en hetzelfde geldt volgens hen voor onszelf als mensen. Het feit dat we zijn zoals we zijn betekent niet dat we ons daar ook de rest van ons leven bij neer moeten leggen alsof dat een gegeven is. Net zo goed als we ons leven kunnen blijven upgraden, kunnen we dat ook doen met ons eigen persoon. Sterker nog, we worden geacht om de zoveel tijd een nieuwe, verbeterde versie van onszelf te ‘uploaden’, willen we niet achterblijven en uiteindelijk onbruikbaar worden. Ook als we zelf eigenlijk helemaal niet zo’n behoefte hebben aan een nieuwe versie van onszelf. Maar die angst om achter te blijven is zo groot dat we toch maar mee gaan rennen in de ratrace. De vraag is echter, worden we ook werkelijk beter van al die verbeteringen? En het antwoord van Cederström en Spicer is dus volmondig nee.

Vreemd, zou je zeggen, want wat is er nou niet goed aan nieuwe dingen leren en je kwaliteiten tot het uiterste benutten? Maar het verlangen en het streven naar perfectie is niet alleen stressvol, het kan je zelfs fataal worden. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het idee dat je het alsmaar niet goed genoeg doet, beter zou kunnen doen, bij veel mensen leidt tot depressieve gevoelens en soms zelfs tot zelfmoord. De enorm hoge verwachtingen die we aan onszelf stellen worden steeds meer onhaalbaar en maken ons bovendien vaak helemaal niet tot een verbeterde versie van onszelf, maar juist tot iemand die we helemaal niet zijn. Want als we dat enorm fitte, succesvolle, sportieve type echt waren geweest, dan hadden we toch ook helemaal niet zoveel moeite hoeven doen om die persoon te worden? Psychologen zien een steeds groter groeiende epidemie van ongelukkige mensen die een leven van constante triomfen nastreven. Een leven dat voor veel mensen, de meeste mensen, helemaal niet bestaat. Omdat de meeste mensen gewoon maar, nou ja, gewone mensen zijn. En daar is eigenlijk helemaal niks mis mee.

We moeten af van het idee dat je ‘alles kunt zijn wat je maar wilt’. Dat is namelijk onzin. Je bent wie je bent en hoewel er natuurlijk altijd heus wel het een en ander bij te schaven, te leren en te verbeteren valt, kun je van jezelf nou eenmaal niet een heel ander mens maken. Moet je dat ook helemaal niet willen. Want wat is er nou eigenlijk helemaal mis met je? Niks dus. En je mag dus gewoon best heel tevreden zijn met jezelf en het lekker daarbij laten. De beste versie van jezelf, dat ben je al. Omdat jij jij bent. En beter wordt het niet.

(Bron: The New Yorker)

Lees ook: Zo leer je écht luisteren naar jezelf

Geschreven door