Waarom liefde het laatste is waar je aan denkt als je neerstort (en dan weer opstijgt)

Liesbeth zat tijdens de eerste zware herfststorm van vorig jaar in een vliegtuig. Dat moest landen, maar dat niet deed. Te midden van overgevende mede-passagiers en de geur van angstzweet, dacht ze héél even dat het afgelopen was. En bleek er uiteindelijk maar één gedachte belangrijk. Liefde.

De vakantie was heerlijk geweest, mijn lief en ik waren bruin en relaxed het vliegtuig ingestapt, we baalden eigenlijk wel een beetje dat het zo snel was gegaan maar ach, straks waren we weer lekker thuis en ging ik onze lievelingspasta koken en een wijntje drinken samen.
Zo begint dit verhaal. Dat overigens absoluut geen poging is om wie dan ook vliegangst aan te praten of aan te wakkeren –en mocht je dat wel hebben dan kun je gerust doorlezen want ik leef dus nog en dit verhaal heeft serieus een moraal die ik met iedereen wil delen. Al zeg ik ook: fraai werd het in eerste instantie niet.
Cause little did we know, op het moment dat de stewardessen ons na 6 uur vliegen al vrij vroeg –we gingen toch pas over een uur pas landen?- nogal duidelijk verzochten de riemen vast te maken, te blijven zitten en tassen toch vooral goed onder de stoel te houden. Ik vlieg vaak, ik houd van reizen en ik kijk bovendien graag naar stewardessen omdat ik ze ontzettend sexy vind, maar dat is een persoonlijke fetish. Maar dit keer wás er iets. Ik zag ze te vaak op en neer lopen.  En te lang ook. Bovendien zaten ze al vrij snel net als wij stevig vastgesnoerd op hun eigen stewardessentoeltjes. Te wachten op wat komen zou. En dat was, in het kort, dit:

Op Schiphol woedde op dat moment de zwaarste storm van dit jaar. Het gierde, het zwierde en het brulde terwijl het windkracht 11 (ELF) was. Oh ja, en wij gingen op dat moment dus nét even een stukje landen, thank you very much. Althans, dat was de bedoeling maar de piloot besloot tot twee keer toe dat we dat tóch maar even niet gingen doen, waarna we dus tot twee keer toe vlak boven de grond doorstartten en de lucht weer ingingen. Loodrecht ook. En terwijl mijn medepassagiers en masse in zakjes begonnen te kotsen, kindertjes het op een huilen zetten, er iemand begon te bidden, het zuur begon te ruiken naar onvervalst collectief angstzweet en verder het enige geluid dat van een hortend, bonkend, zwoegend vliegtuig was, werd ik ineens helemaal stil in mijn hart. En ik dacht maar één ding: als dit het is, ben ik dan wel duidelijk genoeg geweest naar iedereen die ik lief vind? Weten de mensen van wie ik houd dat dat zo is? En weten ze dat wel echt zéker? Ben ik duidelijk genoeg geweest? Is er, kortom, closure in mijn leven?

Nee, ik ben niet zo snel bang in vliegtuigen, want echt: ik houd ervan. Maar deze situatie sloeg alles. Vooral toen de piloot iets door de intercom ratelde over ‘safety’ en ‘sorry’ en ‘patience’ en ‘lets try again but I am afraid that…’ en we wéér als in een soort losgeslagen real-life-soap met de naam ‘Horrorvluchten Die Je NOOIT Wilt Meemaken’ de wolken indoken op weg naar nog meer kots en zweet. En ik ineens zag dat mijn geliefde, die tot dat moment de rust en kalmte zelve was, de kleur groen had aangenomen. En zachtjes fluisterde: ‘nee, dit gaat niet goed.’ En dát was dus eigenlijk het allerengste. Want dat we eraan gingen, werd op dat moment een serieuze optie. En waarom ook niet trouwens, op de schaal van 1 op 10 van situaties waarin je redelijk dicht bij de dood lijkt te zijn,  gaf ik ons dankzij dat ‘dit gaat niet goed’ ineens eigenlijk wel een vette 9,9. En waarom zou ik trouwens zo arrogant zijn om te denken dat we NIET die mensen zouden zijn die straks op het nieuws zouden verschijnen met onze foto’s met als nieuwskop ‘DRAMA: Rampvlucht in Herfststorm! Dodental nog onbekend’? Ik wilde niet doemdenken hoor, maarja, die dingen gebeuren. Nee, niet vaak, maar ze gebeuren wel. Dus waarom niet vandaag, bij ons?

Lang verhaal kort: de brandstof raakte op (!!!!) en het werd een noodstop op Brussel. Waar het niet stormde. Dat we daar vervolgens drie uur verbouwereerd en geschrokken op een verlaten landingsbaan moesten wachten, in een stinkend vliegtuig met overvolle plee’s zonder frisse lucht en volle kotszakken onder de stoelen en redderende stewardessen met uitgelopen foundation, was niet erg. Dat mijn benen en armen plotseling totaal verzuurd en strammig raakten van verlate angst, was ook niet erg. Dat mijn lieverd en ik elkaars klamme handen continu zaten fijn te knijpen, hij rook naar bunzing en ik misselijk en met een rare, hoge stem onafgebroken bleef kakelen over vliegtuigmotoren  en windrichtingen was ook helemaal prima. Goed, we waren bang geweest, maar het was goed afgelopen.  Kusje erop, glaasje water drinken, en gewoon rustig wachten tot we weer verder konden. En dan lekker naar huis.
Ik hou van jou lieverd. Ik ook van jou.

Maar ineens begon ik tóch te huilen.
En ik kan nu zó weer voelen waarom.

Want ik was niet duidelijk geweest. Niet duidelijk genoeg, tenminste.  Ik had mijn zaken hier nog niet afgerond, en om daar achter te komen hoefde ik alleen maar in dit vliegtuig te zitten.
Ik had mijn ouders nog láng niet vaak en duidelijk genoeg verteld hoe fantastisch ze zijn. En hoe zielsveel ik van ze houd, en hoe onwaarschijnlijk góed ze het hebben gedaan –en doen.  Hetzelfde voor mijn broers en zussen. Mijn nichtje en neefjes. Mijn vriendinnen. Mijn collega’s. Ik wilde mijn liefde wel voor hen allemaal van de daken schreeuwen: hoe veel, hoe erg, hoe trots, en hoe blij ik met ze ben. Ik wilde ze stuk voor stuk knuffelen en prijzen en over hun haren strelen en gerust stellen en lieve woorden fluisteren vol lof en liefde en dankbaarheid.
Maar dat kon nog even niet want ik zat in een stilstaand vliegtuig zonder Wifi en een telefoon op de verplichte vliegtuigstand. Bovendien moest ik ook ineens kotsen. Al laatste in dat hele vliegtuig. Zo ben ik dan ook wel weer.

Nee, ik dacht geen seconde aan mezelf. Aan hoe het zou zijn als ik er niet meer was. Het enige wat er was, en bleef, was de vraag: was het genoeg voor ze? Was ik duidelijk genoeg? Wéten ze hoeveel ik van ze houd? En is dat ooit genoeg?
Closure, daar ging het om. En op dat moment, in dat zweterige vliegtuig vol mede-passagiers die ineens lotgenoten waren –Wil je nog een zakje? Heeft er iemand wél bereik? Geef je kind maar eventjes hoor, dan kan jij naar de wc, mag ze een zoutje?- wist ik het.  Al die mensen die door mijn hoofd heen schoten toen ons vliegtuig door die storm worstelde en ik mijn wisse dood even voor me zag: het MOET ze duidelijk zijn. Want mijn leven gaat absoluut niet over mij alleen. Mijn leven gaat over mij DANKZIJ hen.

Kortom: ik was nog niet klaar, ik was nog niet duidelijk genoeg over de liefde geweest En ik ging ze dat allemaal stuk voor stuk vertellen. Want ík was er. Nog, of weer, maar ik wás er. En ik besloot daar, en op dat moment, dat ik mijn tijd vanaf nu verdomd goed ga gebruiken.
Want het cliché dat ‘alles zomaar ineens afgelopen kan zijn’ is gewoon waar. En op dat lot kun je je niet voorbereiden, maar als het op een dag naar je knipoogt en zich dan weer omdraait, is terug knipogen wat mij betreft het beste idee. Dus niks vliegangst, ik stap morgen zó weer een vliegtuig in. Maar vanaf nu bereid ik me beter voor,ik weet wat me te doen staat. Ook als ik niet vlieg, als je begrijpt wat ik bedoel. Voorál als ik niet vlieg, om precies te zijn.

PS: En ja, toen we eindelijk landen op Schiphol heb ik dus GEKLAPT. Maar dat zal ik de rest van mijn leven blijven ontkennen. Zo ben ik dan ook wel weer.

Lees ook: Deze mensen vertellen waar ze het meeste spijt van hebben (en zeggen allemaal hetzelfde!)

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).