Waarom mensen die tuinieren langer leven

Goed nieuws: tuinieren is niet alleen rustgevend, het zou er ook toe kunnen leiden dat je langer leeft dan mensen die niet tuinieren. Kom maar door met die tuinschaar.

LEES OOK: De 11 fijnste plekken om aan de drukte te ontsnappen

Op het eiland Okinawa in Japan leven meer honderdplussers per honderdduizend inwoners dan waar ook ter wereld. Ook worden de bewoners bovengemiddeld gezond oud: ze lijden minder aan chronische ziektes zoals kanker en hartkwalen, ze zijn minder gestrest (hun bloed vertoont een lager gehalte van vrije radicalen), de dementiecijfers liggen lager en de menopauze verloopt ook nog eens rustiger. Schrijvers Francecs Miralles en Hector García trokken voor hun boek Ikigai naar het eiland om de bewoners te interviewen en ontdekten dat de oudste bewoners bovendien heel levenslustig en gelukkig overkwamen. En wat blijkt een van de gezonde gewoonten te zijn die deze gelukkige ‘eeuwelingen’ erop nahouden? Ze tuinieren. Allemaal. Van de door Miralles en García geïnterviewden ouderlingen heeft 100% een moestuin. Net als de bewoners van andere ‘blauwe zones’ op de wereld waar mensen opvallend oud worden: Sardinië, Loma Linda in Californië, het schiereiland Nicoya, Costa Rica, en het eiland Ikaria in Griekenland. ‘Mijn blijdschap bestaat erin dat ik elke morgen om zes uur opsta en dan het gordijn opendoe om de tuin te zien die ik hiernaast heb voor het telen van groente,’ zegt een van de ondervraagden uit Ikigai. ‘Ik ga meteen naar buiten buiten om de tomaten te bekijken, de mandarijnen… Ik vind het heerlijk naar dat alles te kijken, het ontspant me. Na een uurtje in de tuin ga ik weer naar binnen en maak ik mijn ontbijt klaar.’

De inwoners houden er nog een aantal andere gezonde gewoonten op na en de gemeenschapszin helpt ook (drie van de vijf zones zijn eilandpopulaties), maar mij viel vooral dat tuinieren op. Het verbaast me namelijk niets. Tuinieren is een vorm van matig intensieve dagelijkse beweging, wat ook volgens de ayurveda de beste vorm van beweging is: beweging is goed voor je, maar je moet het lichaam niet voor meer dan vijftig procent inspannen van de maximale capaciteit, is de filosofie van deze gezondheidsleer. Een te veel aan inspanning brengt het lichaam namelijk net zo veel uit balans als te weinig beweging. Dat lijken de gelukkige ouderen te begrijpen, want geen van allen sport of traint intensief. In plaats daarvan halen ze hun lichaamsbeweging uit activiteiten als wandelen en tuinieren dus. Daarbij is het groengehalte in een tuin een boost voor het immuunsysteem: proefpersonen die een stress veroorzakende test hadden gedaan, herstelden sneller als ze naar een groene, met bomen omgeven plek werden gebracht, blijkt uit onderzoek van Professor Roger Ulrich van de Universiteit van Texas. Maar er zijn meer voordelen van tuinieren: je weerstand gaat erop vooruit doordat je in contact komt met bacteriën in de aarde (overigens niet raadzaam als je zwanger bent), je doet nog eens wat vitamine D en zuurstof op, en bovendien is het ontspannend. Tuinieren is zo’n activiteit waarbij je gedachten even tot stilstand komen omdat je al snel in een flow belandt, en het is leuk om te zien hoe dingen die je zelf hebt geplant vervolgens uit de grond komen. Het bevredigt de behoefte ergens voor te zorgen, het kan je zelfvertrouwen vergroten en zelfs helpen bij depressies, volgens een Noorse studie. Levert het je ook nog onbespoten groenten uit eigen tuin op, dan heb je helemaal profijt van je investering.

Mensen die tuinieren, kennen deze voordelen natuurlijk allang. Zelf verruilde ik drie jaar geleden mijn stadsappartement voor een huis met een tuin. Sindsdien verzorg ik ons bescheiden stadstuintje: een groot deel van de tuin bestaan uit een terras, maar dan blijft er nog minstens twintig vierkante meter over om me op uit te leven. Ik heb nooit getuinierd, dus ik moet altijd eerst op YouTube gluren hoe je een boom snoeit en of planten nou een- of meerjarig zijn, en ik moet toegeven dat er regelmatig iets mislukt, zoals de bolletjes die ik pas in februari in de grond stopte in plaats van in het najaar, en het grasveld dat elke keer eind van de winter meer kaal dan groen is. Toch doe ik ook af en toe iets goed, want afgelopen zomer oogstte ik meer dan tien kilo druiven, en de eerste peren uit eigen tuin zijn ook al een feit. We keken de hele zomer uit op de veldbloemen die ik langs de schutting had gezaaid en die van geen ophouden wisten – wat een plezier voor maar een paar euro! Sinds ik tuinier, heb ik bovendien het gevoel dat ik meer in verbinding sta met de natuur. De lente begint voor mijn gevoel niet pas in maart, maar al ergens in februari. De winters lijken korter te duren en de zomers langer. Mensen vragen me half april al of ik soms op vakantie ben geweest, terwijl ik niets anders heb gedaan dan tijd doorgebracht in onze tuin. Ik heb trouwens lang niet altijd zin om bladeren te harken of onkruid te wieden. Maar als ik er mee bezig ben, denk ik altijd: waarom heb ik dit niet eerder gedaan? Want wie tuiniert, leeft even in een rustig tempo, zonder de prikkels van telefoon of social media. In zijn eigen kleine groene wereld. Met als beloning een rustig gemoed én een fijne tuin om eind van de middag in neer te strijken, in een fijne tuinstoel met een goed glas wijn. Dat laatste is trouwens een van de andere geheimen van een lang leven, getuige de leefgewoonten van de bewoners van Sardinië. Gelukkig hangt het voorjaar weer in de lucht.

LEES OOK: Dit zijn mijn 10 manieren om langzamer (en dus relaxter!) te leven

 

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.