Willen wat je doet: dát is ultieme vrijheid

Als je mensen vraagt: ‘Wat is vrijheid?’ dan zal je allerlei verschillende antwoorden krijgen. Maar het zal vaak neerkomen op: kunnen doen en laten wat ik wil. Maar is ultieme vrijheid niet eigenlijk iets anders?

Vrijheid omvat grote en kleine thema’s. Vrij zijn van dwang en overheersing: op de partij van je voorkeur kunnen stemmen, naar buiten kunnen als je dat wil, kunnen zeggen wat je wil. Maar ook werk doen dat je leuk vindt. Misschien zelfs wel: naar je werk gaan als jij daar zin in hebt. De vuilnis buiten zetten op een moment dat het jou uitkomt en niet omdat je geliefde je boos aankijkt. Niet rondgecommandeerd worden door je kinderen, als die gesloopt thuiskomen na een lange dag crèche of school. De vrijheid om te kiezen en je leven in te richten zoals jij dat waardevol vindt. De wereld rondreizen in een Volkswagenbusje, of juist met een zak ribbelchips in je onesie op de bank hangen. Leven zonder beperkingen dus eigenlijk. Kunnen doen wat je wilt.

Wat als we die woorden omdraaien? Wat als je het voor elkaar krijgt om te WILLEN wat je DOET? Dat oppert filosoof Joep Dohmen. Hij schreef onder andere het boek Over levenskunst (2008). Is willen wat je doet niet eigenlijk een veel grotere vorm van vrijheid? Dat je het voor elkaar krijgt om, binnen je beperkingen, je bewegingsvrijheid te vinden en te voelen?

Tegenwoordig denken we vaak dat vrijheid het doel op zich is. Dat al onze problemen zijn opgelost als we die vrijheid bereiken. Maar als we die vrijheid hebben, dan weten we eigenlijk niet wat we ermee aan moeten. Misschien zit je in de kantoortuin te loonslaven en denk je: Als ik eigen baas zou zijn, dan zou ik pas echt vrij zijn. Maar stel je neemt ontslag en begint je eigen bedrijf, dan kom je erachter dat met vrijheid ook verantwoordelijkheid komt kijken. Jij moet zelf je opdrachten binnenhalen, jezelf ’s ochtends uit je bed slepen, de grens tussen werk en prive in de gaten houden. Dat kan als het tegenovergestelde van vrijheid gaan voelen.

En wie droomt er niet van de miljoenen die loterijen elke maand weer beloven? Wauw, verzuchten we, die paar miljoen zou ons zoveel vrijheid geven. Dan is alles mogelijk! Maar onderzoek heeft laten zien: loterijwinnaars ervaren vaak het tegenovergestelde van vrijheid. Als alles kan, weet je van gekkigheid niet meer wat je moet doen. En zit je gevangen.

Ja, je hebt een baan waar je om negen uur moet zijn, een baas die van alles van je verwacht, om je geliefde en je kinderen niet te vergeten. Je moet naar de tandarts, rekeningen moeten betaald worden, je schoonmoeder wil ook nog aandacht. Maar tussen en binnen die ‘moetjes’ heb je eigenlijk best veel bewegingsruimte. Ook al denk je misschien van niet, veel van deze dingen zijn een keuze, jouw keuze. Jij kiest ervoor dát je het doet en hóe je het doet. Dit besef zorgt ervoor dat je je minder een slachtoffer voelt in je leven en meer een dader. Jij hebt de regie over jouw eigen leven, invloed op hoe je vormgeeft aan alle aspecten van je dagelijks leven. Het betekent niet dat je overal controle over hoeft te hebben. Meebewegen met wat het leven je voorschotelt, en waar dat kan een beetje bijsturen, geeft je een groter gevoel van vrijheid dan alles de hele tijd in de gaten houden.

Vrijheid is een mindset, een houding. Ook als dingen in eerste instantie als zinloos aanvoelen, kun jij ze zinvol maken. Dat doe je door inzicht te krijgen in wat jij wil en wat je kan. Hoe je iets vorm wil en kan geven. Wat voor jou ‘goed leven’ is. Wat jouw koers is. Het vraagt er wel om dat je regelmatig even stilstaat en bij jezelf te rade gaat. Wat vind ik hiervan? Wat voel ik? Ga ik nog de goede kant op? Hoe wil ik dit het liefste vormgeven? Als je op deze manier zelfbewust door je dag gaat, dan ben je echt innerlijk vrij.

Beeld: iStock

Lees ook: Deze indrukwekkende video over afkomst zet iedereen aan het denken

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.