11 dingen die elke doemdenker herkent

Statistisch gezien is de kans dat je gewoon de avond haalt vele malen groter dan dat dat niet gebeurt en o ja, van baan veranderen is geen garantie op levenslange werkloosheid. En toch ziet Mariëtte altijd wel ergens een doemscenario.

Mijn moeder zegt weleens: ‘Een mens lijdt het mens van het lijden dat hij vreest.’ Enorm mee eens, natuurlijk. Ik ben dan ook helemaal geen échte doemdenker. Ik ben van nature erg optimistisch, vrolijk en – vind ik zelf – zorgeloos van aard. Ik denk heus niet elke keer als ik de trap op loop dat ik te pletter zal vallen. Wel vaak als ik naar beneden loop, trouwens. Vooral met een kind in mijn armen. Waarbij ik dan al helemaal voor me zie dat er een traumahelikopter bij zal moeten komen, en ambulances, en gespecialiseerde dokters. Best vreemd, aangezien ik een totaal ongecompliceerde, kaarsrechte trap heb én altijd de leuning vasthoud. Maar ik noem het geen doemdenken, ik noem het realisme. Is ook gevaarlijk, namelijk, traplopen. Net als autorijden. En op vakantie gaan. En ook zoiets engs: van werk veranderen. Of van huis. Ik kan honderd keer zeggen dat het allemaal goedkomt, en dat het leuk is, en dat ik het zonnig inzie, ergens blijft toch altijd zo’n stemmetje dat zegt: weet je het wel zeker? Het kán ook fout gaan, en hier zijn heel veel redenen waarom die kans eigenlijk best groot is. Oké, misschien ben ik toch een doemdenker. Een vrolijke, optimistische doemdenker, die bestaan ook. En die denken zo ongeveer dit (althans, ik wel).

Lees ook: Altijd aan het piekeren? Zo houd je daarmee op!

  • Waarom kan ik niet gewoon eens uitkijken naar de vakantie zónder de eeuwige overtuiging dat ons een groot auto-ongeluk / ernstige ziekte / aardbeving / vliegramp wacht? En we nooit meer terugkeren van wat zo leuk had moeten zijn?
  • Ja, dat is allemaal wel leuk, die nieuwe baan / werkopdracht, maar zo goed als het klinkt, gaat het natuurlijk niet zijn. Straks mislukt het. Of nee: waarschijnlijk mislukt het en val ik voor eens en voor altijd door de mand, én ligt levenslange werkloosheid op de loer.
  • Zul je altijd zien, de treinen hebben vertraging en nu kom ik natuurlijk pas vanavond heel laat thuis. Of helemaal niet. Regelt de NS dan een sporthal om in te slapen? Ja, oké, het is twee uur ’s middags en ik ga pas om halfzes, maar toch.
  • Aangezien ik de allerslechtste moeder op aarde ben, heb ik net mijn kind uit logeren gestuurd. Waar hij uiteraard urenlang zal huilen zonder dat iemand weet wat te doen, omdat ik en alleen ik hem begrijp. En zelfs als hij niet huilt, huilt hij zonder tranen, waardoor hij een trauma en een hechtingsstoornis oploopt. Op z’n minst.
  • Er wordt gladheid voorspeld. GLADHEID. De sluipmoordenaar, de garantie op een ongeluk, de zekerheid dat ik zo van de dijk het meer in glijd. In het donker. Zonder dat iemand het ziet. Uiteraard zal ik niet de weg op kunnen gaan tot het voorjaar aanbreekt.
  • Mijn kinderen met de oppas in zo’n indoor speelparadijs. Leuk. Denk ik. Behalve dan dat ik laatst las dat die dingen soms heel onveilig zijn. En kinderen vast kunnen komen te zitten. En ik nu al de hele tijd voor me zie hoe mijn dochter geplet wordt tussen de rand van de trampoline. En ik ben er niet om als veiligheidsfreak met mijn neus bovenop ze te staan. Even bellen…
  • Op straat in het donker, dat is natuurlijk gewoon vragen om een ontvoering / overval. Zie, een fietser, daar heb je het al. Zeker met zo’n grote muts op. Waarom zet iemand zo’n muts op? Dan heb je toch iets te verbergen? Kijk, daar komt ie al, en nu komt vast het mes en… O, hij rijdt voorbij.
  • Ik heb een pijntje. In de buurt van mijn hart. Waar is de AED?!
  • Even denken, we moeten over een uur op een bruiloft zijn en het is twintig minuten rijden,, dus we moeten nu wel echt vlug gaan want ongetwijfeld staat er file / gaat de auto kapot / moeten we nog tanken omdat het benzinemetertje stuk bleek te zijn en het lampje ineens gaat branden / moeten we tweeënhalve kilometer verderop parkeren / is de weg onverwacht opgebroken omdat het asfalt zomaar ineens uit zichzelf vannacht is gespleten.
  • O nee, o nee, o nee, ik kan mijn man al exact 27 minuten niet bereiken, terwijl hij altijd boven op zijn telefoon zit, dus er is iets ergs gebeurd, ik weet alleen nog niet wat, als hij maar niet dood is, zwaargewond oké maar niet dood, ik moet ziekenhuizen bellen, en de politie en o… daar zal je hem hebben.
  • Holy moly, wat een geweldig huis heb ik gekocht. Echt prachtig. En de hypotheek is betaalbaar. Maar waarom leef ik dan de hele tijd in de overtuiging dat ik met het zetten van mijn handtekening zo’n beetje voor mijn levenslange faillissement hebt getekend?

Lees ook: Angst voor de toekomst: een reflex uit het menselijke verleden

Geschreven door