Altijd angst om door de mand te vallen. Merel heeft Imposter Syndrome

Bij uitdagende werkopdrachten krijgt Merel prompt last van het imposter syndrome. Ze is er dan van overtuigd dat haar collega’s er ieder moment achter kunnen komen dat ze er eigenlijk niets van kan.

Enkele jaren geleden was ik een periode interim hoofdredacteur van een tijdschrift. Na tien jaar freelancen wist ik inmiddels best wat ik waard was, wat mijn sterke kanten waren en waar mijn ‘uitdagingen’ lagen (werkt altijd goed, zulke termen gebruiken tijdens sollicitatiegesprekken). Ik had lang voor dit tijdschrift geschreven en kende het van buiten. Dat varkentje ging ik wel even wassen.
Brainstormen, scherpstellen, freelancers in het gelid krijgen en houden, zorgen dat alle artikelen goed waren en ook nog in harmonie met elkaar, het was zeker een uitdaging. Het moment dat ik begon aan de klus had ik al het gevoel dat ik achterliep. Met mijn adem in mijn keel en mijn schouders bij mijn oren plande ik een dozijn vergaderingen in, struinde het hele internet af en mailde iedereen in mijn adresboek.  

Achteraf gezien was ik toen het contact met de werkelijkheid al verloren. Ik ervoer direct zo’n druk dat mijn hersens een nieuwe regel uitvonden: als niet álles op rolletjes loopt, dan is het dus finaal mis aan het gaan. Sterker nog: zolang dat tijdschrift niet af is, Merel, is het een grote mislukking. En daar kunnen ze, van directe collega tot hoge baas, ieder moment achter komen. Rationeel gezien wist ik natuurlijk wel dat dat een belachelijk idee was. Maar ondertussen stond ik 24/7 in de O JEE!-stand en schroefde ik mezelf steeds verder vast in paniekgedachten. Geregeld sprong ik om vijf uur ‘s ochtends mijn bed uit om éven een mailtje te sturen.
´s Avonds zat ik te stuiteren op mijn yogamatje. Even een uurtje keihard relaxen, dat was het plan. Maar door de constante verkramping kwamen mijn uitgestrekte vingers nauwelijks langs mijn knieën en tijdens de downward facing dog schreeuwden mijn hamstrings moord en brand. Dit kan je dus óók al niet, riep een boos stemmetje in mijn hoofd.

Bedenk waar jij dankbaar voor bent, zei de leraar toen we in de ruststand lagen. Het stemmetje in mijn hoofd stond alweer klaar om cynisch commentaar te leveren: Iets minder cliché mag wel! Ondertussen moest ik mijn ogen dichtknijpen om de tranen binnen te houden. Zo raasde ik de dagen door, als een kip zonder kop. Telkens als ik het kantoor binnenging, verwachtte ik half dat het voltallige personeel zich bij de ingang zou hebben opgesteld, gewapend met rotte tomaten en spottende blikken: daar heb je die mislukkeling. Kssssht, zou het klinken, terug naar je hok, daar kun je tenminste geen schade aanrichten. Bij elke imperfectie was ik bang door de mand te vallen, dat de mensen om me heen erachter zouden komen dat ik het eigenlijk niet kon.

Dramatisch dieptepunt was het moment dat een rubriek niet helemaal uitviel zoals ik had gehoopt en ik die middag wanhopig snikkend naar huis vluchtte, alsof ik zojuist was verraden door mijn grote liefde. De tijdschriften kwamen uit zonder onoverkomelijke fouten, er waren zelfs lovende woorden. Een jaar later vroegen ze me nogmaals een editie te maken. Ik sprak mezelf streng toe: dat mocht alleen als ik mezelf dit keer een beetje in de hand zou kunnen houden. De ´bouwput´ kon laten voor wat het was: een proces, waarin veel dingen goed gaan, soms zelfs verrassen, en anderen aspecten wellicht wat anders uitpakken dan je had gewild. Dat is normaal. Bovendien had niemand mij in die negen maanden opgewacht met rotte tomaten of spottende blikken.

Opeens zag ik een stad voor me die vanaf de grond af werd gebouwd. Langzaam vormt zich de skyline, met een paar pareltjes: een majestueuze kathedraal, een imposant stadhuis. Maar verder moeten er ook gewoon mensen wonen, dus de rest wordt opgevuld met fijne, doch niet heel bijzondere rijtjeshuizen. In een stad met alleen maar kathedralen kun je namelijk helemaal niet leven.  Zo verrees na drie rommelige maanden opnieuw een tijdschrift, met een paar pareltjes, omringd door prima rijtjeshuizen. En kon ik eindelijk écht trots zijn: er lag opnieuw een mooi blad. En ikzelf stond ook nog overeind.

Lees ook: Fuck die faalangst! Waarom falen juist sterker maakt!

 

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.