Brief aan de jongen die ervoor zorgde dat ik moeder werd

Wel of geen kinderen… Dat was de vraag waarover Margreet zich 11 jaar geleden zou buigen gedurende een reis van twee maanden door Azië. Ze was 33 jaar, hoorde nog geen biologische klok tikken, maar wist wel dat ze dit vraagstuk moest aanpakken. Een jongetje in Birma gaf de doorslag.

Lees ook: 8 Oefeningen voor een positief gevoel

Lieve Mongtou,

Jij bent inmiddels een volwassen jongeman die waarschijnlijk net als je vader het land bewerkt en af en toe op je schep leunt, het land overziet en je hoofd naar de ondergaande zon draait. Net als hij zal je waarschijnlijk nooit meer van de wereld zien dan het dorp waar je bent geboren en opgegroeid.
Toch heb jij heel veel invloed gehad op het leven van minstens drie mensen aan de andere kant van de wereld. Jij hebt hun leven voorgoed veranderd. En daar zijn ze je nog iedere dag dankbaar voor. Dat weet ik omdat ik een van die drie mensen ben. Met deze brief wil ik je daarvoor bedanken.

Elf jaar geleden zag ik je voor het eerst toen onze chauffeur, met wie we je mooie land aan het verkennen waren, je naar de weg vroeg. Ik schatte je een jaar of negen, tien jaar, een jongetje met een nieuwsgierige, vrolijke blik en een energie die alleen door tomeloze jeugdigheid wordt verspreid. Huppelend op je lange spillebenen met je strohoed in de hand ging je ons voor, waarbij je steeds even over je schouder keek om te zien of de auto je kon bijhouden. Toen we onze bestemming hadden bereikt, het pension van de plaatselijke dokter, keek je nieuwsgierig naar hoe we onze rugzakken de trap op sleepten. Op je wangen waren twee witte zonnetjes getekend met thanaka, een natuurlijk zonnebrandmiddel. Je zag er vrolijk uit. Ik glimlachte naar je, en toen je terug glimlachte, leek het alsof de wereld even stil stond. Jouw glimmende, vrolijke ogen raakten iets in me waarvan ik niet wist dat ik het had. In dat ene moment van echt contact had jij iets in me ontwaakt. Ik wilde je in m’n armen sluiten, je beschermen, je alle liefde geven die ik in me had. Dat gevoel kwam nog het meest in de buurt van een hevige verliefdheid, maar dan toch anders…

In de twee dagen daarop nam je ons mee uit wandelen. We bliezen bellen die je kleine broertje en jij probeerden te vangen. Je liet ons kennis maken met je vader, die ons over een riviertje roeide. Ik ontmoette je moeder, en ik voelde dat ik een beetje jaloers op haar was. Ik sloot je in m’n hart. Verdronk in je wijze kinderogen. Genoot van alles wat je deed. Wat was je lief voor je kleine broertje! Wat waren je grapjes leuk! Wat was je gewiekst en slim! Wat was je mooi met dat strohoedje op je hoods, de zonnetjes op je wangen en dat broekje dat net te kort was… Toen ik uiteindelijk afscheid van je moest nemen omdat onze reis verder ging, werd ik letterlijk ziek van verdriet, omdat ik wist dat ik je nooit zou weerzien.

Lieve Mongtou, het duurde een paar dagen voordat ik wist wat je in me had losgemaakt. Omdat ik het gevoel niet (her)kende, kon ik het niet plaatsen. Ik had allerschattigste neefjes en nichtjes. Ik had al tal van baby’s op m’n arm gehad. Maar nog nooit had ik het gevoel dat ik zelf moeder wilde worden. Het gevoel dat jij in me had gewekt, was m’n moedergevoel.
In de weken daarna droomde ik van baby’s die eruitzagen zoals jij. Ik liep achter kinderwagens en schommelde wiegjes, ik voedde kindermondjes en huppelde hand in hand met kleuters. En ik wist heel zeker: ik wilde een kindje.

Nooit in m’n leven had ik een kinderwens gehad. En nu, tijdens de reis dat ik had besloten dat grote en alles veranderende vraagstuk te behandelen, kwam jij op mijn pad. In jou zag ik de ideale zoon. In jou zag ik dat het niet uitmaakt waar je ter wereld komt, want geluk is overal. In jou zag ik een weerspiegeling van de belofte die ieder mens in zich draagt: ik kan de wereld een beetje beter maken.
Door jou was er geen enkel argument meer over ‘tegen’. Door jou vielen alle tegens in het niet. Door jou durfde ik de grootste stap in m’n leven te zetten zonder dat er ooit een moment van spijt was.

Een maand nadat ik jou had ontmoet, werd het zaadje gepland waaruit een jongetje zou groeien. Een jongetje dat, toen ik hem voor het eerst zag, dezelfde gevoelens in me opriep als jij. Ik wilde het in m’n armen sluiten, het beschermen en het alle liefde geven die ik in me had. Dat jongetje is inmiddels ongeveer net zo oud als jij destijds. Net als jij beschikt hij over een de energie van de tomeloze jeugdigheid. En net als jij is hij gewiekst, slim en lief. Soms kijk ik naar hem door de haartjes van m’n wimpers. En soms zie ik dan een bruin jongetje met zonnetjes op z’n wangen, een strohoed op z’n hoofd en een blik die me diep van binnen raakt.

Dat jongetje kent je. Ik heb hem over je verteld. Ik heb hem verteld dat jij de reden bent dat hij er is. En ik weet zeker dat hij jou daarvoor net zo dankbaar is als ik. Misschien komt er ooit een dag waarop we je weer eens opzoeken. Ik weet je naam, ik weet waar je familie woont… Misschien komt het er nog eens van.

Tot die tijd wil ik je laten weten, dat er ergens op deze wereld mensen zijn wiens leven je voorgoed hebt veranderd, en dat ze je daar eeuwig dankbaar voor zijn.

Liefs,

Maggy, de bellenbaasmevrouw

Lees ook: Zó wil ik getroost worden – troosten in tien stappen

Geschreven door