Hoe een huisdier je door een zware periode kan heen loodsen

Het is wetenschappelijk bewezen dat een huisdier goed is voor je fysieke en je geestelijke gesteldheid. Dat zo’n beestje je ook echt door een lastig tijd kan slepen, ervoer Charlotte toen ze een kat nam.

Een tijd terug zat ik in een niet zo’n lekkere periode. Zo’n fase waarvan je weet: dit is morgen niet beter, en volgende week ook nog niet, sterker nog: dit rotgevoel kan nog wel maanden aanhouden. In die ellende besloot ik, zomaar, als een soort goddelijke ingeving: ik wil weer een kat (als kind had ik er ook een gehad).

Ik weet niet precies waarom die gedachte zich zo sterk opdrong, maar hij was er en liet zich niet meer wegsturen. Alle eerdere bezwaren om een kat te nemen (haren door het hele huis! kosten! altijd opvang zoeken als je weg wilt!) waren ineens als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik kon alleen nog maar denken aan zo’n klein, schattig, pluizig, kitten-tje, dat ik eindeloos wilde knuffelen en waarnaar ik uren zou kijken als het speelde met een fopmuis of een touwtje.

Via via vond ik een nestje katjes en toen het beestje oud genoeg was om weg te mogen bij zijn mama, zat ik met een bloedspoed in de auto – ruim zestig kilometer rijden, je moet er wat voor over hebben – om haar (het is een meisje) te halen. Op slag verliefd was ik toen ik ons katje zag. Toch was het de eerste dagen wennen, want het arme schaap was zó bang dat het naar iedereen die ook maar drie meter bij haar in de buurt kwam begon te blazen dat het een aard had. ’s Nachts mauwde ze aan een stuk door, waardoor ik een heftige flashback kreeg naar de tijd dat ik pasgeboren baby’s had (niet per se een tijd die ik nog eens wilde overdoen).

Maar toen, na een dag of vier, draaide ons diertje helemaal bij. Voorzichtig kroop ze uit haar schulp en liet zich aaien en knuffelen. Niet veel later kwam ze uit eigen intitiatief naar me toe om zich uitgebreid te settelen op mijn schoot alsof ze daar nooit meer wilde weggaan. En toen was ik verkocht. Waren wíj verkocht.

Ik zat dus nog steeds in die lastige fase en het klinkt misschien overdreven, maar haar aanwezigheid, haar lijfje op mijn schoot heeft mij zóveel troost geboden in die verder behoorlijk grauwe tijd. Wanneer ik er doorheen zat, kwam ze, alsof ze aanvoelde dat ik een knuffel nodig had, bij me zitten, keek me onderzoekend aan en gaf me een soort knipoog. Wanneer de tranen in stilte over mijn wangen liepen, draaide ze haar koppie om, om te kijken of alles wel oké was. En dan schoof ze haar lijfje nog iets hoger, plantte haar pootjes onder haar kinnetje en begon wild te spinnen alsof ze wilde zeggen: Ik ben hier, hoor, en het komt allemaal goed.

Wanneer ze in een soort staat van hondsdolheid losging met een elastiekje, een balletje of de kerstballen in de boom, werd ik instant vrolijk.  En door me op haar te focussen en haar uitgebreid te aaien, was ik helemaal in het moment en waren verleden en toekomst even niet aan de orde. Ben ik tijdens een poging tot mediteren normaliter binnen drie seconden afgeleid, nu was ik zomaar mindful to the max.

Ik heb in die tijd echt ervaren hoeveel liefde, plezier en troost een huisdier je kan bieden. Journaliste Antoinette Scheulderman zei in De Wereld Draait Door over haar (inmiddels overleden) hond dat het bijzonder is dat je zo houdt van iemand met wie je nog nooit een woord hebt gewisseld, en dat vond ik de spijker op zijn kop. Want, zo leerde ik, soms zijn woorden helemaal niet nodig. En is iemand die er helemaal is, en jou jóu laat zijn, echt alles wat je nodig hebt.

Beeld: iStock

Geschreven door