Janneke besloot 10 dagen naar iedereen te glimlachen (en DIT gebeurde er)

Janneke heeft een missie: tien dagen lang glimlachen naar onbekenden. Dat blijkt leuker dan Pokémons vangen.

Een tijdje geleden viel me iets geks op: mijn kinderen van 1 jaar oud lachen naar iedereen, en iedereen lacht terug. Maar vrijwel niemand lacht naar mij. Niet dat ik dat iemand kwalijk neem; ikzelf lach ook zelden naar onbekenden. Maar ik vroeg me wel ineens af: wanneer verleren volwassenen het spontaan naar elkaar lachen? Of, beter gezegd, reserveren we onze lach alleen nog voor de mensen die we kennen? Een plan was geboren: ik zou tien dagen lang naar IEDEREEN glimlachen. Bejaarden, kinderen, man, vrouw, noem maar op. En kijken wat er gebeurde.

DAG 1: Ik wil oversteken op een zebrapad, maar een mevrouw op een scooter, die van links komt, rijdt me bijna omver. ‘Volgens mij is dit een zebrapad, hoor,’ zeg ik en ik mompel er iets van ‘dom wijf’ achteraan. O nee, denk ik, als ze wegtuft, ik had natuurlijk naar haar moeten glimlachen! Maar goed, ik heb PMS en deze hele missie is nog een beetje wennen.

DAG 2: In mijn straat zit een oud dametje op een bankje. Ha, een oud dametje, die zit natuurlijk wel verlegen om een lach. Ze steekt net een peuk op, als ik haar vriendelijk aankijk. Ze wendt haar blik af. Ik blijf haar kant op kijken, wat enigszins ongemakkelijk aanvoelt. Maar ja, zonder oogcontact heeft een glimlach ook weinig zin. Ze kijkt een beetje zuinig, een beetje zuur. Een beetje verbitterd misschien zelfs. En ze gaat helemaal op in de handeling met haar sigaret, alsof ze er een diepzinnig gesprek mee voert. Dit oude dametje zit helemaal niet verlegen om een lach! Maar dan ineens kijkt ze toch terug. Ze beantwoordt enigszins verbaasd mijn glimlach. Haar hele gezicht breekt open. Wow, ze ziet er ineens prachtig uit en minstens tien jaar jonger. Ik licht er zelf ook helemaal van op. Dit geeft een kick, zeg!

DAG 3: Op de fiets glimlachen gaat niet. Of het gaat wel, maar niemand ziet het. Tenzij je op een wielrenfiets zit, zoals vandaag. Andere wielrenners lachen gul terug, zeggen hoi of steken hun hand op. Conclusie: glimlachen gaat makkelijker als je tot dezelfde groep behoort (of die nou uit fietsers, moeders of buurtgenoten bestaat).

DAG 4: Ik breng mijn kinderen naar de opvang. Daar is een glimlach scoren een eitje: iedereen behoort er immers tot dezelfde groep. Kom ik normaal nogal gehaast en chaotisch binnen en ben ik vooral bezig met mijn kinderen, nu probeer ik eerst contact te maken met de andere ouders, kinderen en de crècheleidsters. Vrijwel iedereen beantwoordt mijn lach, maar er is één moeder met wie ik geen contact krijg. En dat terwijl ik haar rakelings passeer. Vreemd. Nou ja, ik heb ook wel eens een off-day, en bovendien: weet zij veel dat ik met een missie bezig ben.

DAG 5: Er valt me iets vreemds op: doordat ik bezig ben met het speuren naar gegadigden voor een glimlach, heb ik veel minder tijd om in mijn hoofd boodschappenlijstjes af te werken, te piekeren over wat er eergisteren is gebeurd, of te stressen omdat ik achter op schema lig. Sodeju zeg, ik ben ineens veel meer in het NU.

DAG 6: Cassières zijn een moeilijke doelgroep als het op glimlachen aankomt. Ze zijn vriendelijk beleefd, maar een glimlach lospeuteren lukt eigenlijk alleen als je eerst een grapje maakt of iets aardigs zegt. Zal wel iets met de automatische piloot te maken hebben. Wel krijg ik vandaag een gulle glimlach van een kind van een jaar of tien dat voor me in de rij staat. Daarna begint hij al mijn boodschappen op de band te leggen! Sowieso is me opgevallen dat mensen aardiger tegen me zijn sinds ik met deze missie bezig ben. Ze laten me voorgaan in de rij, beginnen een praatje of schieten me te hulp. Zelfs als ik er nog helemaal niet aan toegekomen ben om te glimlachen. Zou mijn uitstraling soms vriendelijker zijn?

DAG 7: Ik doe hard mijn best, maar die ene moeder op de crèche negeert me nog steeds. Is ze nou arrogant of gewoon verlegen?

DAG 8: Ik loop op straat achter de kinderwagen, als een vrouw in boerka me tegemoet komt gelopen. Zelf draag ik een heel kort broekje en een hemdje, dus ik twijfel een beetje of glimlachen wel zo’n goed idee is. Wel loopt ook zij achter een kinderwagen, dus we behoren ergens toch tot dezelfde groep. Of niet? En hoe weet ik nou of mijn lach aankomt? Ik besluit het erop te wagen en gooi er een voorzichtige glimlach uit. Ik krijg een warme glimlach terug – ik zie het aan haar ogen!

DAG 9: Een stoere, knappe gast met koptelefoon op komt mijn kant op lopen. Godzijdank loop ik achter de kinderwagen; ik heb gemerkt dat glimlachen dan iets beter valt bij mensen. Alsof ze denken: ach, wat een blije moeder, die straalt natuurlijk gewoon de hele dag van puur geluk. Of ze kijken eerst naar mijn kroost en besluiten dan dat ik ongevaarlijk ben. Hoe dan ook, de gast met koptelefoon lacht heel breed terug. Wat is dit toch leuk! Een soort Pokémons vangen, maar dan in het echte leven.

DAG 10: Aangemoedigd door mijn kleine successen, probeer ik het nog één keer bij de stuurse moeder op de crèche. En ja hoor, dit keer is het raak! Ik krijg er zelfs een hartelijke groet bij. Misschien is het iets te vroeg om conclusies te trekken, maar volgens mij heb ik er een nieuwe vriendin bij.

Conclusie: glimlachen naar onbekenden is even wennen, maar heb je eenmaal de slag te pakken, dat is het al snel een positief soort verslaving. Het ergste wat er mis kan gaan, is dat iemand stoïcijns de andere kant op kijkt. Opmerkingen als: ‘Heb ik wat van je aan ofzo?’ heb ik eigenlijk niet gehad, maar wie weet krijg ik die alsnog als ik deze missie voortzet. Wat ik wel van plan ben. Kijken of ik zelfs de meest ongezellige oorwurm een glimlach kan ontfutselen. Dus óók de mevrouw op de scooter die bijna over mijn tenen reed. Pokémons vangen level 2, zeg maar. Wie doet er mee? Ik heb vast een motto bedacht bedacht voor deze vervolgmissie: kill them with kindness.

Lees ook: Kill them with kindness! (of: hoe zuurder die ander, hoe aaaardiger jij wordt!)

 

Geschreven door

Janneke Jonkman schreef vier romans en een tv-film en blogt tegenwoordig graag over (tweeling)moederschap en andere belangrijke zaken. Haar favoriete emoties zijn weemoed en geluk. Ze is nog steeds benieuwd wat de zin van het leven nou precies is. Als ze erachter is, ben jij de eerste die het hoort.