Laat het losssssss (waarom accepteren écht gelukkiger maakt)

Liesbeth is al ruim anderhalve week uit de running vanwege een ontstoken kies. En dat ‘kán’ helemaal niet want: werk, afspraken, de liefde, sporten, een volle agenda. Maar de kies werd niet beter, de tandarts reageerde onverwacht traag en de medicijnen sloegen niet aan. Een lesje loslaten volgde, met een mooie conclusie: het leven is soms nét een kies. Ja, echt.

Lees ook: Over de kunst van het alleen zijn

Niets zo saai en ongemakkelijk als mensen die uitgebreid over hun lichamelijke ongemakken of pijntjes uitweiden, dus dat zal ik ook niet doen. Oké, héél kort dan: sinds anderhalve week heb ik nogal kiespijn. Wat begon als een klein zeurend bonkje in mijn wang groeide binnen twee een dag uit tot iets megapijnlijks waar ik om de twee uur drie paracetamolletjes tegelijk voor nodig had -dag en nacht –en dan voelde ik de scherpe pijn (Koud! Warm! Gebonk!) nóg. En dat verlamde me dus totaal.
Eenmaal bij de tandarts werd de oorzaak al snel duidelijk: een ontstoken wortelpunt, ín een kroon. En daar begon het pas echt, want daar kon zo snel niets aan gedaan worden vanwege infectiegevaar en nog wat ongewenste informatie die ik allang niet meer hoorde (want: koud! Warm! Gebonk!). Dus ging ik gedwee huiswaarts, ondersteund door mijn bezorgde lief, nadat ik eerst bij de apotheek een riedel medicijnen had opgehaald waar je een paard nog mee plat krijgt.

Een paard misschien, maar niet mijn kies. Vijf lánge dagen en nachten volgden waarin ik soms huilend van de pijn mijn tandarts naar de hel verwenste, ik als een muffig hoopje badstof door het huis scharrelde, alleen maar appelmoes en kwark at met een theelepel en door alle paracetamol en antibiotica spontaan een soort nieuwe –niet bijster sociale- persoonlijkheid ontwikkelde. Ik zeg: het was niet fraai. En dát was niet het ergste, dat er geen schot in zat wél. Elke dag werd ik wakker en wist meteen: vandaag is het nog steeds mis. Ook toen de medicijnen allang hadden moeten werken (wat ze niet deden) en mijn enige levensdoel was geworden: pijnvrij zijn. En los van die pijn verzette ik me ook geestelijk enorm tegen wat er gebeurde. Ik wilde niet ziek zijn, en al helemaal niet door zoiets ‘sufs’ als een ontstoken kies. Ik had het druk op mijn werk, wilde dingen doen, en niet voor pampus in mijn bed liggen broeien terwijl mijn lief steeds bezorgder ging kijken en ik geen kwark meer kon zien.
Maarja.

Gelukkig wist ik toen niet dat het keerpunt nog 7 dagen op zich zou laten wachten. Dagen waarin ik 4 kilo afviel (hoera), dingen at als gepureerde macaroni met kaas en telefoongesprekken had vol ‘verschrikkelijk’ ‘de hel’ ‘middeleeuws’ en ‘dit moet stoppen’. Maar eindelijk, eindelijk zat ik bij de kaakchirurg. En die zou, wist ik, NU toch wel een einde maken aan dit gedonder. Met een spuit, of een tang, of een hamer desnoods. Als het maar stopte. Ging ik morgen weer werken.
Maar inplaats daarvan schetste deze beste man een iets ander beeld. Ja, ik had veel pijn gehad, ja, dat was heel vervelend,  nee die antibiotica had niet zo goed gewerkt, ja, ik had het ergste dal nu wel gehad. Oh én: ik mocht over twee weken terug komen want dán had hij tijd voor iets wat als een nogal ingewikkelde ingreep klonk. En toen dit: “U zult het gevecht denk ik moeten opgeven. U heeft namelijk een kaakontsteking.” En ineens: heel opgewekt: “Daar gingen mensen vroeger gewoon aan dood.”
En gek maar waar: die laatste opmerking deed t ‘m. Want of het me nou ‘uitkwam’ of niet: ik had dus serieus iets onder de leden. En dat kon ik maar beter zo snel mogelijk accepteren, want ik was er voorlopig nog niet klaar mee ook. Kortom: het was tijd om dit hele verhaal maar eens te gaan accepteren. Want mijn kies had me al dagen waar ie me wilde. Op mijn knieën. Wist ik veel. Ik was alleen maar bezig met paracetamol knagen en hopen dat t morgen beter werd. Niet zo gek ook, maar echt beter werd t er intussen ook niet van.

Ik ben na die afspraak rustig in de metro gestapt, en ben thuis op de bank gaan liggen. Verder deed ik niets. Want ik wist ineens heel helder: oke, dit is wat het is. Dus vanaf nu buig ik mee, inplaats van het niet te willen. En misschien is het leven wel zoals mijn kies: het doet soms onverwacht pijn en je komt er vaak op andere plekken door dan je dacht, maar als je het wilt zien is er voor álles een moment. En dat accepteren maakte mij serieus rustig, en ergens ook  opgelucht. Want wie los laat, de controle eigenlijk gewoon ‘opgeeft’, maakt tegelijkertijd ook ruimte voor iets nieuws. En dat is de ruimte waar het écht allemaal over gaat, en die alleen door overgave en vertrouwen in wat er gebeurt, dichtbij kan komen. Al doen een flinke slok whiskey en een pureermachine soms ook een heleboel.

Zal je net zien: diezelfde avond, en God en de duivel en alles en iedereen zij geprezen, begon de pijn eindelijk, eindelijk écht te zakken. Laat het lossssss en het gebeurt, ach, ik vertrouw er maar op. Al hoop ik wel dat die kies nog even blijft zitten waar ‘ie zit. Een gat in je mond is ook zo 1929 en ik ben inmiddels best wel gehecht aan ‘m geraakt. Maar dat laatste vertel ik m nog wel eens, als ie in een wat beter humeur is. Voor alles is nu eenmaal een tijd, en soms is rustig aandoen ook even niet zo slecht. Omdat je wel zal moeten.En omdat alles altijd erger kan, dat ook.
En dát leerde ik dus gewoon ALLEMAAL. Van één kies!
Ik mag hopen dat de rest van mijn gebit verder geen ambities heeft…..

Lees ook: 10 Geweldige dingen die gebeuren als je je eigen grenzen respecteert

Geschreven door

Liesbeth is journalist, schrijver en trainer. Ze schrijft het liefst over dingen waar ze zelf ook mee bezig is. Is altijd op zoek naar inspiratie, en vindt dat meestal in de mooie, maar soms ook in de mindere dingen van het leven. Schreef bestseller: *Ik moet nog even kijken of ik kan - de stille revolutie van de introverte mens* (2017) en recent 'Echte vrouwen krijgen een kind - de stille revolutie van de niet-moeder' (2019).