Multitasken? Nee joh, ga lekker monotasken!

Terwijl je dit leest, ben je misschien ook wel koffie aan het zetten, je mascara op aan het doen én je ruziënde kinderen uit elkaar aan het houden. Multitasken, vooral vrouwen zouden er goed in zijn. Lekker productief, zoveel dingen tegelijk doen! Of niet…?

Ik ben meester in van alles tegelijk doen. Een typische scene: mijn tafel ligt zo vol dat mijn laptop er niet meer bij past, ik stapel haastig wat papieren op elkaar, pak mijn koffiekop van vanochtend en breng die naar de keuken, waar het aanrecht volstaat met vuile vaat. Ik laat alvast de gootsteen vollopen met water, was meteen even wat borden af. Hé, ik voel iets geks onder mijn voeten, de poezen hebben een hol proberen te graven in de plantenpot, waardoor nu alle aarde ernaast ligt. Ik ren naar beneden om stoffer en blik te pakken, maar dan zie ik dat de wasmachine klaar is, ik zet hem uit, hang een shirt en een sok op. De telefoon gaat, ik ren terug naar boven, waar ik word aangestaard door de nog steeds overvolle tafel, de vuile vaat en de aarde op de keukenvloer, allemaal geduldig wachtend op mijn onverdeelde aandacht.

Een knap staaltje multitasking, niet?

Wacht… Bij nader inzien denk ik niet dat dit multitasking is, maar gewoon neurotisch gedrag.  Het is moeilijk om niet een heleboel dingen tegelijk te doen vandaag de dag. Veel mensen kloppen zichzelf op de borst omdat ze zulke goede multitaskers zouden zijn. Natuurlijk is dat tot op zekere hoogte ook zo. Fietsen en naar muziek luisteren, de was opvouwen en tv kijken. Geen probleem, omdat a) je minstens een van de taken op automatische piloot kan doen, of b) de taken verschillende delen in je hersenen activeren. Zo is lezen en instrumentale muziek luisteren geen probleem, maar lezen en gezongen muziek luisteren al weer lastiger, omdat in dat laatste geval door allebei de ‘taken’ je taalcentrum wordt aangesproken.

Vaak noemen we iets multitasking als dat het eigenlijk niet is. Als er geen sprake is van automatische piloot of verschillende hersenprocessen, kunnen we namelijk helemaal niet twee dingen tegelijk doen. Je kunt het beter ‘task-switching’ noemen: een bepaalde tijd met een taak bezig zijn en dan je aandacht aan iets anders geven, zonder dat je je eerste taak hebt afgerond. Denk aan mijn tafel/afwas/aarde. 

Oké, multitasking, task-switching, hoe we het beestje ook noemen, de vraag is: werkt het eigenlijk wel? Zijn we echt productiever als we verschillende dingen tegelijk doen? Mmm, ja en nee. Vooral nee eigenlijk. Verschillende onderzoekers hebben naar het fenomeen gekeken. In het geval van automatische piloot kun je misschien wel meer gedaan krijgen. Maar op het moment dat daar geen sprake van is, en je dus feitelijk aan het task-switchen bent, ben je verre van efficiënt bezig. Je brein moet zich namelijk telkens als je van de ene naar de andere taak switcht aanpassen. Die talloze fracties van seconden die dat kost leveren in totaal toch best wat tijdsverlies op.
Daarnaast is de kwaliteit van je werk meestal niet om over naar huis te schrijven. Juist de mensen die zichzelf ‘meester-multitaskers’ noemen scoren het slechtst, zo liet een onderzoek aan Stanford University zien. Ze maakten meer fouten, konden zich minder herinneren en deden er bovendien langer over om bepaalde taken af te krijgen.

Je wordt zelfs dom van multitasken. Letterlijk. Een onderzoeksgroep in Londen liet zien dat mensen die zonder automatische piloot multitasken, net zo’n afname in hun IQ hebben als iemand die flink heeft geblowd of een nacht heeft doorgehaald.
Nu is urenlang geconcentreerd met hetzelfde bezig zijn natuurlijk dodelijk saai. Maar deel dan bewust je tijd in: een half uur dat rapport schrijven/die cijfers berekenen, en dan tien minuten je berichten beantwoorden. Laat je niet verleiden tot elke impuls die langskomt, extern of intern. Hoe opgeruimd voelt het als je die taak gewoon hebt afgemaakt! Dan kun je je met trots een monotasker noemen. Veel beter.

Geschreven door

Merel is freelance journalist. Ze houdt ervan het leven en zichzelf grondig te onderzoeken en daar uitgebreide analyses op los te laten. Verder houdt ze ook nogal van filmpjes over poezen. En luiaards. En rennende minivarkentjes en springende geitjes (liefst van de rug van een paard). Kortom: vaak komt Merel dus niet echt aan schrijven toe.