Verklaar me voor gek, maar ik houd niet van de zomer

In het voorjaar begint het. Of eigenlijk al zodra de zomertijd in gaat en buiten de temperatuur begint te stijgen. Terwijl mensen jubelend hun jas uitgooien en de barbecue vast uit de schuur halen bekruipt mij een onrustig en bedrukt gevoel. Ik schaam me om er voor uit te komen: ik hou niet van de zomer.

There, I said it. Maar als ik dit uitspreek tegen al die hyper-vrolijke summer lovers word ik met rollende ogen aangekeken. ‘Hoe kan je nou een hekel hebben aan die zalige warmte? Dat prachtige zonnetje en het heerlijke buitenleven?’ Of: ‘Stel je niet zo aan! Iederéén houdt toch van de zomer?’

Ehm, nee.

Van jongs af aan heb ik last van een zomerdepressie. De oorsprong is duidelijk: zodra het lekker weer was stuurde mijn vader mij en mijn broer meteen naar buiten. Bij een blauwe lucht en stralende zon werd er gefietst of gewandeld, of moesten wij ons in de tuin of bij het buitenzwembad vermaken. Maar ik zat veel liever binnen, in mijn koele kamer waar het licht minder fel was en waar ik mij zonder zweetaanvallen vrij kon bewegen. Want bij een temperatuur hoger dan twintig graden krijg ik last van lichamelijke ongemakken en ben ik continu moe. Mijn lijf voelt aan als een strakke ballon en mijn vochtvasthoudende enkels en polsen zwellen op. Ik moet me noodgedwongen in ondergoed met strakke pijpjes wurmen, want door de hitte schuren mijn dijen pijnlijk tegen elkaar aan. Omdat warmte via je hoofd je lichaam verlaat, heb ik een kop als een boei en wordt mijn haar nat van het zweet. Ik heb een zweetlip, koppijn, natte nek en pijnlijke gewrichten. Ik ben chagrijnig, huilerig en prikkelbaar door slaapgebrek.

Lees ook: Zo overleef je dagen vol zon als je niet van hitte houdt

Kortom, de zomer geeft mij stress. Ik word wakker met de druk elke dag iets leuks te moéten doen, terwijl ik dat helemaal niet wil. Terwijl mensen blij en ontspannen op het terras zitten en genieten van zon, zee en strand weet ik niet wat ik met mijzelf aan moet. Alles voelt krampachtig. Wat moet ik aan zodat ik het buiten langer dan een uur vol hou? Hoe verberg ik mijn opgezwollen, melkfleswitte benen die nooit bruin worden? Ziet iemand de streperige spray-tan of bruin-zonder-zon die plekken op mijn benen camoufleren? Hoe hou ik mezelf koel en hoe kom ik van die bonkende koppijn af?

Gelukkig vind ik heel wat lotgenoten op internet, en is een zomerdepressie inmiddels een erkend begrip. Ik lach hard om herkenbare teksten als ‘in-de-zomer-moet-je-altijd-wat-leuks-gaan-doen-terreur’ en ‘waarom mag ik ’s zomers niet gewoon drie maanden binnen Netflixen?!’ Ook blijken heel wat mensen die net als ik denken dat de hele wereld bij mooi weer leuke dingen doet, behalve ik. Heel Facebook zit vrolijk op een terras of het strand, maar op mijn whatsapp blijft het angstvallig stil. Buiten de boot vallen is niet leuk. Maar hoe hard ik ook probeer mee te doen, ik kán het gewoonweg niet.

Ondanks alle ellende tóch een advies om mensen zoals ik de zomer door te slepen: blijf vrienden met een zomerdepressie betrekken bij je zonnige bezigheden. Een uitnodiging om mee te doen slaan ze hoogstwaarschijnlijk af. Maar iemand die van ellende bij mooi weer binnen zit voelt zich in elk geval niet buitengesloten als ie tenminste wordt gevráágd. En gelukkig komt het ieder jaar weer goed: het wordt vanzelf weer herfst.

Lees ook: Als maat 40/42 ideaal was, hadden we geen minderwaardigheidscomplex in de zomer

Geschreven door