Relatietherapie (deel 2): “Misschien moeten jullie even een afkoelperiode inlassen…”

Daar zitten ze dan. Op de bank van de relatietherapeut. Tosca (34) en Rutger (36) waren nooit een gezapig stel, maar sinds ze kinderen hebben, vechten ze elkaar helemaal de tent uit. Sinds er bij de laatste drie ruzies geroepen is: “Weet je wat, dan moet we gdvrdgdvr maar uit elkaar” acht het koppel de tijd rijp om in relatietherapie te gaan. Vandaag deel 2: Tosca heeft Rutger geslagen.

Lees ook: Relatietherapie (deel 1): “Weet je wat? Dan moeten we maar uit elkaar” 

Tosca: “Het rare is...het ging een weekje goed. Alsof de druk van de ketel was doordat we de stap hadden gezet om in relatietherapie te gaan. Het gaf lucht. Hulp van buitenaf. Het bleek echter maar van korte duur en terwijl we nog zeker vijf dagen moesten wachten op de nieuwe afspraak, barstte de bom. Opnieuw.

Ik kwam thuis na een dag hard werken, die ik afgesloten had met een flinke work-out. Daarbij voelde ik me al dagenlang heel grieperig, dus ik was werkelijk kapot. Het moet gezegd: Rutger had me in de dagen ervoor veel werk uit handen genomen; in het weekend had ik een hele dag mijn griep eruit kunnen slapen terwijl hij de kinderen meenam naar de Ballorig. Maar goed, ik kwam dus thuis en de kinderen zaten in hun pyjamaatjes voor de buis. Rutger was boven de was aan het opvouwen. Dat bevreemdde me nogal, want dat doet hij normaliter nooit. Wat was de boodschap? Ik riep naar boven dat ik thuis was en Rutger vroeg me hoe het ging. Ik antwoordde: “Ik ben kapot, nog steeds heel snotterig en ik wil nu heel graag in bad.” Mijn man zei: “Stop je dan wel eerst even de kinderen in bed?” Ik zei: “Ach, schat wil jij dat doen? Jij was vandaag de hele dag vrij, de kinderen waren op de opvang, jij hebt heerlijk je gang kunnen gaan en ik ben nu echt kapot. Binnenkort sta ik weer mijn mannetje, maar nu even niet.” Rutger bleef echter op zijn strepen staan. “Ik heb zaterdag ook al de hele dag voor mijn rekening genomen, nu ben jij aan de beurt!”

Plotseling werd ik woedend. WOEDEND. Wat een gemene rotstreek. Dus daarom stond hij een beetje nep de was op te vouwen. Gewoon omdat hij eronder uit wilde om de kinderen naar bed te brengen. (Kanttekening hierbij is dat onze kinderen naar bed brengen een MONSTER-klus is waarvoor je echt kracht en wil en energie nodig hebt, want anders duurt het uren). Rutger kwam naar beneden met een hele stapel was op zijn arm, keek me met vijandige, pesterige blik aan en zei: “Je zoekt het maar uit. Ik doe het niet. Als je kan sporten dan kun je ook de kinderen naar bed brengen.” Ik begon te schreeuwen dat ik alleen maar was gaan sporten omdat het de laatste les van mijn instructeur was en ik hem nog even een hand wilde geven, maar dat ik ECHT van de loopband was gestapt omdat ik zo enorm moest hoesten. Het kon Rutger duidelijk allemaal niks schelen en hij haalde zijn schouders op. En net door dat ene gebaar van minachting, zoals ik dat interpreteerde, sloegen bij mij de stoppen door. Ik vloog hem aan, sloeg de was uit zijn handen en gaf hem een schop. Rutger deinsde achteruit.

Meteen had ik spijt. Wat had ik gedaan? Ik rende weg. Wat een godvergeten ellende, dit huwelijk van ons. Een uur later, toen de kinderen in bed lagen, zaten we naast elkaar op de bank. Duidelijk geschrokken. Ik bood mijn excuses aan, maar zei tegelijkertijd dat ik echt vond dat ik in mijn recht stond. Rutger aanvaarde mijn excuses, maar gaf eveneens aan dat hij vond dat hij gelijk had. “Laten we het maar met Dick bespreken”, zeiden we tegen elkaar. De dagen na het incident voelden we ons allebei heel slecht. Dat het zo uit de hand was gelopen. Bah. Ik had Rutger wel eens eerder geslagen, jaren geleden, maar toen zeiden we ook al dat dit echt nooit meer mocht gebeuren. En nu was het dus toch weer gebeurd. De man kan werkelijk waar het bloed onder mijn nagels vandaan.

Bij Dick op de bank besluit ik het maar meteen op de biechten. Dat ik op mijn kop zal krijgen is duidelijk, dus dan maar even door de zure appel heen bijten. Natuurlijk is Dick geen vader die mijn kan straffen en dat doet hij dan ook niet. Hij hoort het verhaal aan zonder een oordeel te geven. Waarschijnlijk denkt hij dat ik me al rot genoeg voel en ja, dat is ook zo. We bespreken onze beider kanten van het verhaal en uiteindelijk zegt Dick: “Ik heb het idee dat jullie zijn blijven hangen in de eerste fase van jullie relatie. Over het algemeen vechten stellen hun verschillen in de eerste fase van hun relatie uit en als ze daarna bij elkaar blijven dan heerst er vaak een soort acceptatie naar elkaar. Maar jullie maken dezelfde ruzies elke keer opnieuw. Over het huishouden, over Rutgers vergeetachtigheid, over Tosca’s hardheid en egoïsme, over het opvoeden, over huiselijke klusjes…Jullie blijven elkaar maar afrekenen op elkaars zwakheden. Rutger is niet zo’n harde werker en meldt zich sneller ziek dan jij, Tosca, en daarom vindt jij hem zwak. Tosca heeft snel haar oordeel klaar en kan niet zo makkelijk affectie tonen en daardoor vindt jij haar hard, Rutger.

Allebei willen jullie dat de ander verandert. Maar wat nou….als je de ander wat meer laat zijn wie hij of zij is. Jullie zeggen dat jullie nog steeds heel veel van elkaar houden. Is er in die liefde dan geen ruimte om te kunnen zeggen: “Ok, dit weet ik van hem. Hij is niet zo goed in onthouden dat we een ouderavond hebben op school, dus dat zal ik dan maar opschrijven.” Probeer eens los te laten om iets te maken van iemand wat diegene niet is. Als je elkaar opdrachten gaat geven dan geef je de ander niet de kans om uit zichzelf iets te doen en daar kan hij recalcitrant op reageren.”

Ik zucht en voel ergens dat de man een punt heeft, maar sputter tegen: “Ja, zeg, als ik nooit mag zeggen: ‘hallo Rutger, zet even je koffiekopje en je ontbijtbordje in de afwasmachine!’ dan wordt het binnen no time een enorme rotzooi in huis.” Dick vraagt: “Waarom is dat erg?” Ik: “Ik kan niet tegen zooi. Ik heb netheid nodig, anders word ik gek.” “Nou”, zegt Dick, “als je dat nou eens eerlijk tegen Rutger zegt. Hem niet opdraagt om zijn kopje in de afwasmachine te zetten, maar aangeeft dat je de kriebels krijgt van vuile kopjes op het aanrecht…misschien dat hij het dan eerder uit zichzelf zou doen.” Rutger zit driftig te knikken. “Ja, dan heb ik echt het idee dat ik je kan helpen. In plaats van dat je mij behandelt als een kind dat niet zelf kan nadenken.” Ik voel een opening, maar ik voel ook ergens dat het een prachtig idee is waarvan ik me afvraag of het gaat werken.
“En nu?”, vraag ik de relatie-expert. Wat gaan we de komende week doen? Moet ik nu al mijn vragen om gaan draaien? Dick lacht en zegt: “Ik denk niet dat jullie daar al aan toe zijn. Misschien moeten jullie eerst eens een afkoelperiode inlassen waarbij jullie niet meer zo op elkaar letten. Laat de ander gewoon doen wat ie doet en kijk eens waarop dat uitloopt.” Het kippenvel loopt acuut over mijn rug.

Lees ook: Zo vergeet je nooit meer iets!

Geschreven door