Waarom Anne (bijna 40) nog steeds met een knuffelbeest slaapt

Hij is oud, z’n kop hangt er bijna af, zijn snuit is kaal geworden, snorharen heeft hij allang niet meer en z’n linkerarm zit nog maar met een enkel draadje vast aan zijn lijf. En het is eigenlijk best onduidelijk of-ie nou een muis of een beer/hond/whatever is. Toch doet Mynd’s Anne geen oog dicht zonder haar knuffelbeest (ja, ook nu ze de 40 nadert). 

Ik weet niet eens meer wanneer of waarvoor ik ‘m kreeg: Izzy, mijn knuffelbeest. Wel van wie: mijn man kocht ‘m voor me, jaaaaaren geleden. Als ik een schatting moet maken, denk ik dat ik Izzy als zo’n 17 jaar met me meesleep. Hij ging mee op vakanties, naar de verschillende studentenkamers die ik betrok en belandde uiteraard ook weer in ons huidige huis braaf naast mij in bed. Mijn peuterdochter pakt ‘m soms af, maar altijd steel ik ‘m weer terug. Want ik doe geen oog dicht zonder dit gekke, oude, geplette beest in mijn armen. Dan voelt het ‘kaal’ en incompleet.

Een tijdlang schaamde ik me een beetje voor mijn knuffel-verslaving. Dan nam ik ‘m niet mee als ik een weekendje wegging met een vriendin (of ik pakte ‘m pas heel laat en sneaky uit mijn tas). Maar de schaamte ben ik inmiddels allang voorbij. Komt ook omdat meerdere onderzoeken bevestigen dat ik echt bij lange na niet de enige volwassene ben die toch het liefst samenslaapt met Flappie of Beertje. Volgens onderzoek van hotelketen Travelodge deelt 35% van de volwassenen het bed met een knuffeldier. En 14 procent van de mannen met een teddybeer verstopt deze als er vrienden of familie op bezoek komen. (De lafaards!)

Psychologen hebben verschillende verklaringen voor volwassenen die onafscheidelijk zijn van hun pluchen maatje. Zo zouden de knuffels ‘overgangobjecten’ uit onze kindertijd zijn, die ons  een gevoel van veiligheid en vertrouwdheid geven. Ze geven een houvast, zeker in drukke tijden als er veel veranderingen plaatsvinden qua werk, studie en relatie. Dat verklaart meteen waarom uit ander onderzoek blijkt dat vooral veel millenials (personen geboren tussen 1980 en 2000) met een knuffel slapen: zij hebben een druk leven waarin nog niet alles vastligt. Ik snap dat wel. Toen ik als begin-twintiger wanhopig probeerde te ontdekken wat ik nou eigenlijk wilde (ik voelde een druk om naar Amsterdam te verkassen, moest ik geen wereldreis maken en was het niet suf dat ik nog steeds bij mijn eerste vriendje was?), vond ik het maar wat fijn om mijn twijfels met muis/beer/hond te delen. Niet dat ik tegen ‘m praatte hoor, ik ben niet helemaal van Lotje getikt. Het was meer een soort van telepatisch communiceren. Oké, ik ben wel gek.

Maar er is volgens deskundigen nog een simpelere verklaring: vaak is het nu eenmaal al jaren een gewoonte om met het beestje in je armen in slaap te vallen, en waarom iets veranderen wat goed bevalt? Ook daar kan ik me helemaal in vinden. Want als iemand ab-so-luut niet van veranderingen houdt, dan ben ik het wel. Ik heb al 21 jaar dezelfde man (jawel, dat eerste vriendje dus), ik kom al minstens zo lang in mijn favoriete restaurant en ben na een paar omzwervingen weer in mijn oude stadje gaan wonen. En Izzy? Die hoort er gewoon bij, zelfs als ik ‘m daarvoor uit de handen van mijn dochter moet rukken. Zij heeft al knuffels genoeg.

Lees ook: Haal het kind in je naar boven: de ballenbakboot

Geschreven door