Wat elke amateur-psycholoog weet (jij dus!)

Wetenschappelijke psychologie en huis-, tuin-, en keukenpsychologie zijn twee verschillende dingen, maar als amateur-psycholoog kun je een heel eind komen. Denk aan je baas die denkt dat hij boos is als hij bang is, die vriendin die zegt dat ze kalm is als ze onrustig is of de ondernemer die zegt dat hij zich inzet voor zijn medeburgers, ook al lijken zijn daden meer op eigenbelang. Je ervaringen maken dat je als amateur-psycholoog steeds beter wordt in ‘gedrag lezen’. Als jij een goeie bent in deze tak van sport, doe je dit ook:

1 Je formuleert je speculaties als speculaties
Psychologie is geen rocket science. Misschien is het nog wel complexer dan dat. Groot wetenschapper Newton zei: “Ik kan de bewegingen van hemellichamen berekenen, maar de gekte van mensen niet.”  Jij bent je daarvan bewust. Dus als je speculeert, doe je niet alsof je een groter denker bent dan Newton. Jij geeft ook te kennen dat het gis- en gokwerk is.

2 Je leidt je speculatie tactisch in
We hebben allemaal onze blinde vlekken en je zou iemand verder kunnen helpen met jouw waarneming. Stel dat je ziet dat een vriend niets weggooit omdat hij wil vasthouden wat er niet meer is, en je hebt een idee met welke ervaring dat te maken heeft. Jij houdt er rekening mee dat dit onderwerp gevoelig kan liggen. Je peilt altijd of de ander bereid is om te luisteren naar jouw speculatie, door het voorzichtig in te leiden met “Ik denk dat misschien …”, “Ik vraag me af of …”, of “Het lijkt mij …”.

3 Je gebruikt geen beledigende etiketten
Termen uit de psychologie zoals ‘narcist’ zijn klinische diagnoses die een bijklank hebben gekregen. Zo’n etiket noem je niet zomaar want het is beledigend. En als je toch een keer zo’n woord in de mond neemt, doe je niet alsof zo’n woord geen denigrerende bijklank heeft. Heb je iets uit te praten met je geliefde, dan gebruik jij liever neutrale woorden.

Lees ook: Waarom een beetje dwangmatigheid helemaal niet erg is

4 Je bedient je niet van trucjes
“Ik wil niet kritisch zijn, maar ik denk dat je die klus nu gewoon uitstelt”, of: “Met alle respect hoor, maar volgens mij zit je nu gewoon te liegen.” Eigenlijk is het een aanval, verpakt in een suikerlaagje. Je doet daar niet aan, want je weet dat zo’n formulering extra hard aankomt.

6 Je weet dat de pot vaak de ketel verwijt
We kunnen een kritische analyse hebben ten opzichte van de motieven van een ander, maar vaak verwijt de pot de ketel. Je geeft dat aan met ‘maar dat heb ik denk ik zelf ook’ en je geeft een specifiek voorbeeld van hoe iets soortgelijks bij jou ging.

7 Je kunt je speculaties voor je houden
Je mag graag raden naar wat mensen drijft en je kunt het reuze interessant vinden omdat je daarbij over het leven zelf leert. Maar je hoeft die redenaties niet perse te delen. Zolang anderen je niet om raad vragen en je er geen last van hebt, laat je ze hun motieven hebben. Je ‘stapt in’ als iemand aangeeft dat ie ergens mee rondloopt, door te informeren: o, maar hoe zit dat dan bij jou? Je laat je graag verrassen over wat die ander je dan vertelt.

Lees ook: Waarom sorry zeggen echt niet altijd hoeft (sorry!)

Geschreven door