Zo ging ik van emotie-eter naar (soort van) fitgirl

Eten bij stress en onrust of juist op momenten van blijdschap. Janita worstelde lange tijd met emotie-eten. Zo transformeerde ze tot een (soort van) fitgirl. 

Lees ook: Altijd ’s avonds na het eten trek? Het komt hier door.

Misschien zijn weinig zaken wel zo intiem als onze relatie met eten. Wat we in mond stoppen, zegt veel over wie we zijn. Dat heb ik vooral ervaren in de jaren dat ik worstelde met eten. Vanaf mijn zeventiende veranderde ik door de onzekerheid van de puberteit en problemen met het hanteren van emoties, sluipenderwijs in een emotie-eter. Het kostte me meer dan tien jaar om daarmee af te rekenen. Terugkijkend kan ik op die reis drie fasen onderscheiden.

Fase 1: De hardcore emotie-eter

Een junk. Zo kon ik mezelf soms voelen als ik na het avondeten op weg was naar de supermarkt voor een bak Ben & Jerry’s waarvan ik wist dat ik hem binnen een half uur zou leeg lepelen. Als ik daaraan terugdenk of er zoals nu over schrijf, gaat dat nog steeds gepaard met gêne. Blijkbaar rust er in mijn ogen, maar volgens mij in de hele westerse cultuur, een taboe op controleverlies en gebrek aan discipline waar het om eten gaat. Maar juist die schaamte houdt emotie-eten voor een deel in stand. Er niet over praten, geen hulp durven zoeken of jezelf veroordelen om je eetgedrag waardoor je juist nog meer gaat eten.

Voor een emotie-eter is, de naam zegt het al, eten gekoppeld aan emoties. Je eet niet omdat je werkelijk honger hebt of zin hebt in bepaald eten, maar doet dat om pijnlijke gevoelens te verdoven, jezelf te belonen of troosten of om ontspanning of houvast te vinden. Een intense behoefte aan het favoriete troosteten kan plotseling opduiken en een emotie-eter niet meer loslaten. Dan volgt een schranspartij: in een snel tempo wordt veel eten naar binnen gewerkt, vaak tot ver voorbij de grens van misselijkheid.

Met lekker heeft dat niets te maken. Dus waarom doe je het? Net zoals bij iedere andere verslaving kun je emotie-eten alleen aanpakken als je leert begrijpen wat je ertoe aanzet. Daar kun je een begin mee maken door jezelf te trainen om niet achteloos toe te geven aan je verlangen naar troostvoedsel, maar jezelf in plaats daarvan twee vragen te stellen. 1) Wat voel ik? 2) Waar heb ik op dit moment eigenlijk behoefte aan? Je gevoelens leren herkennen en toelaten en je werkelijke behoeftes bevredigen, zijn twee belangrijke pijlers voor het opbouwen van een stabiele en gezonde relatie met eten.

Fase 2: De pizza-sla-ambivalent

Gaandeweg leerde ik mijn emoties herkennen en was ik steeds beter in staat om ze bewust te ervaren. Het idee dat wanneer ik me rot voelde, alleen eten voor rust zou kunnen zorgen, verdween. Net als de schranspartijen. Maar daarmee was de strijd met voedsel nog niet voorbij. Ik belandde in een fase met een ta-me-lijk rommelig eetpatroon. Waar ik de ene dag een pizza bestelde met tiramisu als toetje en ’s middags al één, eh twee, gebakjes had verorberd, at ik de volgende dag havermout met een banaan en een caloriearme maaltijdsalade.

Doordat ik bijna zestig uur per week werkte, kookte ik zelf nauwelijks eten. ’s Avonds en in het weekend was ik meestal zo moe en overprikkeld dat ik alleen nog als een zombie op de bank kon hangen. Zappend van het ene hersenloze tv-programma naar het andere, terwijl ik ondertussen gedachteloos een zak chips wegwerkte, moest doorgaan voor ontspanning. Ik zat niet lekker in mijn vel, kwam acht kilo aan en was om de haverklap op dieet, wat ik maar zelden volhield.

Dat is niet zo gek, want op momenten van stress neemt het primitieve gedeelte van je brein het over. Dat deel is er op uit om je behoeften op de korte termijn te bevredigen. Stress stimuleert bovendien, vermoedelijk door hormonale veranderingen, de behoefte aan vette en suikerrijke producten. Voeding waar je niet bepaald rustig en ontspannen van wordt. De oplossing is dan ook simpel: neem minder hooi op je vork en ga niet stelselmatig voorbij aan je grenzen. Las tijdens je werk bijvoorbeeld meerdere pauzes in en stop nu eens écht met lunchen achter je beeldscherm.

Fase 3: De fitgirl (soort van)

Ik een fitgirl? Ha! Als je me dat een jaar geleden had verteld, had ik daar echt om moeten lachen. Sterker nog; ik maakte Rens Kroes & co vaak een beetje belachelijk met hun tarwegras-shotjes, boerenkoolsmoothies en chiazaden. Knap hoor, dat een goede vriend stopte met het eten van geraffineerde suikers, maar dat was vooral tamelijk idioot en overspannen gedrag. Mijn reactie op fitgirls en -boys verraadde ondertussen natuurlijk de ontevredenheid over mijn eigen relatie met eten. Want waarom was ik daar nog steeds zo obsessief mee bezig?

Omdat ik maar niet ophield met vechten. Een tijdje caloriearm diëten, mezelf opnieuw laten gaan, me daar schuldig over voelen en ja, uit troost weer eten. Balen van die paar kilo te veel rond mijn middel en mezelf bestempelen als zwak omdat ik mijn eetpatroon maar niet op orde kreeg. Pas toen ik op een gegeven moment zó ontzettend flauw was van dat riedeltje en op een dag uit pure moedeloosheid maar begon te accepteren hoe eten en ik er op dat moment voor stonden, kwam er een verandering op gang. Ja, ik deed nog steeds mijn best om gezonder en regelmatiger te eten. Maar nee, ik ging niet meer op dieet en als ik in emotie-eten verviel, haalde ik mijn schouders op. Morgen was er weer een dag.

En die houding hielp. Door mezelf minder te pushen, verdween de lading die er op eten zat.  En toen ik mijn verlangen naar een streefgewicht uiteindelijk inruilde voor een verlangen naar een gezond lichaam en een heldere geest, zat ik na meer dan tien jaar weer lekker in mijn vel (en verloor ik alsnog die acht kilo). Anderhalve maand geleden heb ik zelfs als een heuse fitgirl alle geraffineerde suikers afgezworen. Het moet niet gekker worden, zou mijn oude ik zeggen. Maar mijn nieuwe ik, die veel groente, vette vis, peulvruchten, gebakken eitjes met kaas, brood met pindakaas en avocado’s eet, weet wel beter. Voedsel is weer voeding geworden, bedoeld om ervoor te zorgen dat ik me lekker voel, en daardoor geniet ik meer van eten, van mijn lichaam en van het leven dan ooit tevoren.

Lees ook: Fit is het nieuwe dun (en waarom dat net zo ongezond is)

(Beeld: iStock)

Geschreven door

Freelancejournalist, copywriter en schrijfcoach. Studeerde psychologie en schrijft het liefst in gezelschap van een goede flat white over persoonlijke ontwikkeling, zingeving en tijdgeest. Droomt van een wereld waarin steeds meer mensen de kans krijgen om zich te ontwikkelen en tot bloei te komen.